Kiepnkerl

In Münster, de hoofdstad van Westfalen (D),  staat op een pleintje een levensgroot standbeeld van een kiepenkerl.

De winkel van Sinkel had ruime etalages en spiegelruiten en werd goed verlicht met olielampen. Alles was overzichtelijk uitgestald en helder verlicht. Voor die tijd heel ongebruikelijk. Men was gewend aan degelijk bruin houtwerk en benepen vitrines.

Kiep'n kerls of marskramers

Een marskramer is een verkoper van kleine artikelen, die hij in een rugkorf of mars vervoert. Dat varieert van potten, pannen en ander huishoudelijk gereedschap tot kleding en textielwaren. Hij vervoert ze in de mars of kiepe (rugkorf) en reist langs de boeren en burgers op het platte land en de steden. Hij gaat daarmee van huis tot huis of stalt zijn waren uit op markten en kermissen. 

 

Veelal waren het slimme handelaren. Ze stonden er om bekend in de handel veel Nederlanders bij de neus te nemen. Het volgende gedicht geeft dat aan:

 

“Wen de poep hier komt in’t land

o, hij is zo’n nobele kwant!

Hij licht zijn hoed, hij strijkt zijn voet,

hij is voor alle mensen goed.

Maar wen hij komt tot hoger staat,

hij is voor alle mensen kwaad;

hij licht geen hoed, hij strijkt geen voet.

De duivel doet de poepen goed!”

 

De nazaten van ‘fyndoeks- of lapkepoepen’ (textielhandelaren), lieten hun sporen overal in Nederland na. De eerste handelaren huurden kasten, bedsteden en later hele kamers bij de verschillende herbergen en boerderijen waar ze vaak kwamen. Uiteindelijk groeiden die opslagruimtes uit tot de eerste textielwinkels. Bekende namen uit die tijd zijn: Brenninkmeijer nu C&A, Willem Vroom en Anton Dreesman van V&D en Peek & Cloppenburg. De poepen van toen zijn bekende winkelbedrijven geworden. Anton Sinkel is in deze ook een heel bekende naam. We kennen hem van het versje:

 

“In de winkel van Sinkel is alles te koop:

Hoeden en petten en damescorsetten,

 Doosjes pommade en flesjes orgeade*,

Drop om te snoepen en pillen om te poepen.”

 

* Pommade is snorrenvet en Orgeade is een drank gemaakt van afkooksel van gerst met suiker en amandelsap.

 

Eigentaal

De reizende handelaren bedienden zich van een eigen taal. Daardoor konden er tijdens gesprekken onderlinge afspraken gemaakt worden zonder dat ze te verstaan waren. Een prachtige zin in het Teuts was bijvoorbeeld:

 

“In ’n Tispel bie’n fietsen Butt wöt de Rödel beguässt.” 

Oftewel: “In de kroeg bij een goede maaltijd wordtdehandelbesproken.”

 

Enkele andere woorden zijn:

quas humpisch

spreek de geheimtaal

simes

ja

nobis

nee

büchte

geld

tispel

kroeg of herberg

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved