Achterhoek

Kaart Gelderland 1960

Met dank aan:

Jo terLinde-Duenk

Meester B. J. Stegeman (schoolmeester en Achterhoeks auteur) uit Winterswijk schreef eens:

 

" 't Gif moar enen Achterhook.

Den Gelderschen, den Echten".

 

 

Het huis waar Piet Mondriaan in Winterswijk woonde van 1880 tot 1892. 

Foto: Wikimedia

Een Achterhoeker

Op deze pagina's zijn enkele foto's aanwezig die we verkregen via het internet of de ter plaatse vermelde websites. Ga je daarmee niet accoord stuur dan even een mailtje en de foto wordt per omgaande verwijderd.

Skyline Winterswijk

Foto: Wikipedia

Woonhuis van de Elschot's op 't Zand in Bredevoort

Kwaksmölle anno 2007

Silvolde anno 1732

Walmolen Doetinchem

Stadhuis Doesburg

Foto: 

Wikipedia/Michiel1972

Huize Ruurlo

Foto: Wikipedia-RM 32992

Stadsboerderij Groenlo.

Foto: Streekgids 

Achterhoek


Er zijn heel wat Achterhoekers die zich ergeren aan de manier waarop de westerling het gebied waar de Kwaks vandaan komen omschrijven. Vaak weet men niet eens waar Varsseveld, Silvolde of Winterswijk liggen. Op zijn best geven ze deze plaatsen een plek in Twente of ergens achter Arnhem. Hier houden we het simpel. We pakken gewoon de kaart van Gelderland en beschouwen het gebied dat grofweg ligt tussen Zutphen, Winterswijk en Arnhem als onze Achterhoek.

De Eibergse dominee en dichter Willem Sluijter gebruikte rond 1660 de naam ‘Achterhoek’ voor het eerst. In zijn gedichten heeft hij een vrome lofzang op het landleven. Hij verkoos dit leven boven de drukte van de stad. Sluijter gebruikte de naam vooral als een geuzennaam. Sluijter schreef:

 

“Waer iemant duisent vreugden soek,

Mijn vreugt is in dees achter-hoek.”

 

Hij bedoelde daarmee de streek rond Neede waar hij werd geboren en Eibergen waar hij jaren werkte. In latere jaren werd de naam echter synoniem voor het hele gebied van het voormalige graafschap Zutphen dat toen vooral bekend stond vanwege de slechte bereikbaarheid. Niet alleen Sluijter maar tal van Achterhoekse schrijvers verhalen van de magnifieke schoonheid van onze geboortegrond en houden niet op er over te vertellen. Mijn favoriete gedicht is van Jo ter Linde-Duenk en toen ik met mijn boek bezig was kon ik niet nalaten het ook hier te plaatsen.

 

Achterhook

‘k Wille in’t veurjaor in de weide lopen,                                           

de bonte weide van mien Achterhookse land,                               

gael van de peerde- en paers van de pinksterblomen                 

met kroos en dotterblomen an de waterkant.                               

 

‘k Wille in de zommer in de zonne zitten                                       

dee schient ovver mien Achterhookseland,                                   

waor de beeste staot te dreumen in de weide,                             

een peerd de kaore trök deur ’t mullezand.

                                  

‘k Wille in den harfst deur onze busse dwalen,                             

't broen gevarfde bos van mien Achterhookseland,                     

waor de harfstdräög linstert in de ondergaonde zonne             

en peddesteule greujt in een heksenrand.     

                                

‘k Wille in de winter de snee weer heuren kraken                           

as ‘k lope deur mien Achterhookseland,                                         

de giezel op de tekke ende blomen op de roeten                         

Zeen smölten onder de warmte van mienen hand.     

              

Maor ik hebbe gelukkeg niks te willen,                                           

want alles kump zoals ’t kommen mot,                                           

’t blif een eewegdurende bewaeging,                                             

as ’t enen kump, geet ’t andere weer vot.                                      

 

 

 

 

De Achterhoek is nog steeds volop in trek bij kunstenaars, schrijvers en toeristen. Ze worden aangetrokken door de bossen, de meanderende beekjes en het kleinschalige coulisselandschap dat de geborgenheid biedt die elders vaak ver te zoeken is. Velen zien de aanwezigheid van toeristen als een nadeel omdat de aloude ‘noaberplicht’ langzaam ter ziele gaat. Dat wil niet zeggen dat de import niet wordt gedoogd. Zeker wel maar alleen op basis van:‘ Ze mot neet te völle proatjes krieg’n.’

 

De uitgebreide veengebieden waren vroeger gevaarlijke gebieden. Verdwalen was niet verstandig want dan kwam je roemloos aan het eind. Het gebied bleek toen vanuit de Hollandse gewesten een nauwelijks te nemen barrière, zodat ons gebied lange tijd onder invloed stond van het aangrenzende Münsterland.

 

De Achterhoeker

Over het fenomeen ‘de Achterhoeker’ heeft menigeen geschreven en iedereen heeft zo zijn eigen mening over de manier waarop je zo iemand moet karakteriseren. In een boek van Dr. Aloys Küper uit Heiden in Westfalen: ‘Sagen auf dem Bram’ beschrijft de auteur hoe de Westfaal is geschapen.

 

"God en Petrus waren op doorreis in Westfalen. Omdat ze al lange tijd geen mens meer waren tegen gekomen vroeg Petrus of God er niet eentje kon maken. God raakte toen een knoestige eik aan en blies hem zijn adem in. De eik werd mens maar verloochende zijn karakter zeker niet. De eerste opmerking was namelijk: ‘Wie raakte mij daar aan’? Een reactie die je van een echte Westfaal kunt verwachten. De mensen daar zijn vrijheidslievend. Niet gediend van mensen die de wet voorschrijven. Daarnaast zijn ze zelfbewust en knoestig als een eik.”

 

Henk Krosenbrink, een alom bekend en gerespecteerd auteur uit de Achterhoek, borduurt door op deze uitleg in zijn prachtige boek ‘De Achterhoek in Grootvaderstijd’ . Hijschrijft:

 

“Die Westfaal zou zomaar een Achterhoeker kunnen zijn. Een Achterhoeker had alleen niet zo snel gereageerd. Want zoals bekend komt in de Achterhoek alles zeker 25  jaar later. Hij zou zich na de aanraking hebben uitgerekt en stevig hebben gegaapt. De eerste opmerking zou iets zijn geweest in de trant van: ‘No wi’k aerste wat aeten.’ Want zonder eten en drinken gaat het in de Achterhoek niet.”

 

De Achterhoekse samenleving is gevormd doordat een klein aantal grootgrondbezitters de dienst uitmaakte en de rest, zoals dagloners en andere inwoners die van hen afhankelijk waren, naar de pijpen van de ‘hoge heren’ moesten dansen. De Achterhoekse nederigheid vloeit daar wellicht uit voort. Volg de baas en vermijd conflicten. Toch zie je ook anarchistische trekjes. De vrijheid is ons alles en het boven ons gestelde gezag kan gevoegelijk ‘derugge op’.

 

De kenmerken

De Achterhoeker is gastvrij. Je wordt redelijk snel uitgenodigd vaak vanwege een zekere mate van nieuwsgierigheid. Daarbij is een bakkie koffie onontbeerlijk. De Achterhoeker is gemoedelijk. Dat komt voort uit de vanouds aanwezige eenheid in familie en buurtschappen. Toch ontstaat er wel eens verwarring want de ogenschijnlijke openheid is maar schijn. Er is een, vaak voelbare, geslotenheid aanwezig. Het “kiek’n wat wordt” is daarbij een goede karakterisering. De Achterhoeker is wars van deftig doenerij. “Do moar gewoon dan do’j al gek genôg” behoort tot het basisgedrag. Een echte Achterhoeker zegt: “jao, jao” en dan betekent het vaak nee en de uitdrukking: “wi’j zölt wal zeen” betekent dat er voorlopig niets van terecht komt. De beleefdheid die bij een Achterhoeker van nature aanwezig is gebiedt hem in voorkomende situaties niet zo hard te antwoorden. De voorzichtigheid in het handelen is ook ontstaan door de invloed van het oude ‘noaberschap’. Besluiten werden vroeger namelijk vooral vanuit deze manier van samenleven genomen. En tot slot kunnen we stellen dat de rechtgeaarde Achterhoeker behoorlijk honkvast is.

Achterhoek

Ik wil in het voorjaar door de weide lopen,

de bonte weide van mijn Achterhoekse land

geel van de paarde- en paars van de pinksterbloemen

met kroos en boterbloemen aan de waterkant

 

Ik wil in de zomer in de zon gaan zitten

die schijnt over mijn Achterhoekse land,

waar de beesten staan te dromen in de weide,

een paard de kar trekt door het mulle zand.

 

Ik wil in de herfst door onze bossen dwalen,

het bruin geverfde bos van mijn Achterhoekse land,

waar herfstdraden glinsteren in de ondergaande zon

en paddenstoelen groeien in een heksenrand.

 

Ik wil in de winter de sneeuw weer horen kraken

wanneer ik loop door mijn Achterhoekse land

de ijzel op de takken en de bloemen op de ruiten

zien smelten onder de warmte van mijn hand

 

Maar ik heb gelukkig niets te willen,

want alles komt zoals het komen moet,

het blijft een eeuwig durende beweging,

als het ene komt gaat het andere weer weg.

 

Begrenzingen

 

Toen Amsterdam nog niet eens op de kaart stond, waren de hooggelegen gronden van Aalten tot Neede  al bewoond. Je zou de Achterhoek het voorportaal van Nederland kunnen noemen. De omgeving van  Winterswijk is de uiteindelijke woonomgeving van vele generaties Kwak.

 

De huidige Achterhoek is maar moeizaam tot stand gekomen. Grenzen wisselden sterk, vooral in tijden van oorlog. De grens bepaalde namelijk aan wie de belasting moest worden betaald of voor wie een inwoner werk moest verrichten. Pas in 1616 kwam, globaal, de huidige grens tot stand. Degene die zeggenschap had over een gebied had vroeger ook vaak de zeggenschap over de religie. In onze streken lagen vooral de hertogen van Gelre en de bisschop  van Münster regelmatig met elkaar in de clinch. De Gereformeerde kerk werd mede door deze twisten de heersende kerk aan de Gelderse kant en de Katholieke kerk werd de leidende kerk aan de Münsterse (Duitse) kant. Tegenwoordig komen deze verschillen nog steeds tot uiting doordat plaatsen als Groenlo van oorsprong vrijwel helemaal katholiek    waren en dat nog steeds laten zien door een uitbundig carnaval.

 

Het bekijken waard

 

Wil je meer weten over het leven van de Achterhoekers dan moet je op pad. Het is de moeite waard om plaatsen en steden te bezoeken waar de Kwak's en de Elschot's woonden en werkten. Doe. Het is de moeite waard. 

 

Winterswijk

Het dorp Winterswijk bestaat al minstens 1000 jaarHet dorp komt pas echt van de grond bij het ontstaan van de textielindustrie aan het einde van de 20e eeuw. Met name de Batavier en de 

Tricotfabriek zijn belangerijke bedrijven. Sinds de teloorgang van die industrie is Winterswijk meer bekend door het toerisme en de wekelijkse warenmarkt waar vooarl veel Duitse klanten komen winkelen. Winterswijk kent enkele bijzondere bezienswaardigheden waaronder aan de rand van het dorp richting Vreden (D) de molen  'de Bataaf'. Een bekende bezienswaardigheid is het herdenkings-monument bij het station 'Monument Nederland Neutraal 1914-1918' ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Winterswijk telt tientallen rijksmonumenten en een aantal oorlogsmonumenten. Fietsen en wandelen in het Nationale Landschap rond het dorp is een aanrader. 

 

Winterswijk is het dorp waar veel leden van de familie Kwak wonen. 

 

Bredevoort

De voormalige heerlijkheid en vestingstad Bredevoort is onderdeel van de gemeente Aalten. Een gezellg stadje waar je leuk kunt wandelen. Al in 1188 werd het kasteel Bredevoort in de paperassen uit die tijd vermeld. Het heeft jarenlang het gebied beheerst tot de ontploffing van de kruidtoren in 1646 door en blikseminslag. De resten bleven nog minstens 150 jaar liggen. Tegenwoordig zijn er alleen restanten van het kasteel onder en op 't Zand in het centrum van het stadje. Sinds 1993 draagt het stadje de titel 'Boekenstad' vanwege de antiquariaten en tweedehands boekwinkels. 

 

Bredevoort was de woonplaats van aannemer Bernard Elschot [85] en echtgenote Dina Ubbink [86]. Opa en Oma van de auteurs.

 

Varsseveld

Varsseveld is een dorp in de gemeente Oude IJsselstreek. In een akte uit 823 wordt het dorp al genoemd met de naam Wazovelde. Het huidige Varsseveld ontstond op 1 januari 1812. Het dorp heet 2 prachtige windmolens, de Kwaksmölle in het dorp, zonder kap en wieken, en de Engel waar nog volop koren wordt gemalen. De Kwaksmölle was ooit van eigenaar Gerrit Kwak [1356] Aan hem is de naam te danken. In 1966 wordt besloten de molen geheel stil te zetten. En uiteindelijk is het een cultureel centrum geworden. Het landschap rondom, met kleine reliëfverschillen staat bekend als de 'Varsseveldse kopjes'. Ontstaan in de laatste ijstijd

 

Alvorens Bernardus Kwak [62] omstreeks 1856 naar Winterswijk vertrok woonde en werkte de familie in Varsseveld en Silvolde. 

 

Silvolde

Een echt Achterhoeks dorp. Waarschijnlijk is het dorp net als Varsseveld toen ontstaan vanwege de ruimschoots aanwezige hooggelegen bouwgrond in het stroomgebied van de Oude IJssel. De naam  Silvolde duikt voor het eerst op in het jaar 1188. De aartsbisschop van Keulen, Philip van Heinsberg, kocht toen de curtis van Silvolde. Een curtis was een hoofdhof (hoofdboerderij) die meestal werd bewoond door de eigenaar. Afhankelijk van de grootte hoorden bij een hoofdhof verschillende boerderijen bewoond door horigen. De aartsbisschop kocht 'Domus de Selvolde' voor 50 mark. De hof (boerderij) is in de loop van de eeuwen uitgegroeid tot het huidige dorp. De naam Silvolde staat eigenlijk pas vast sinds begin 1900. In de geschriften, her en der, zijn tientallen varianten van de naam vastgesteld. Dat is niet ongebruikelijk want de schrijvers in die tijd noteerden wat ze hoorden of dachten te horen. De ets hiernaast is van de hand van Hendrik Spilman (1721-1784) een leerling van Abraham de Haen (1707-1748) die de basistekening voor deze ets vervaardigde. Het is het gezicht op de huidige marktstraat en de protestantse kerk. Spilman heeft van de kerktoren een echte 'naaldspitstoren' gemaakt die in de wolken priemt. En ook de boerderijen met de spits toelopende daken zijn veel spitser dan in de werkelijkheid. Een duidelijk artistiek uitgangspunt. Spilman paste deze techniek wel vaker toe.

Agrarisch In de tweede helft van de 18e eeuw was Silvolde nog puur agrarisch maar zeker welvarend.  Het dorp was op heuvels gebouwd en lag aan de zandweg van Gendringen naar Doetinchem. 

 

Varianten op de naam Silvolde: 1188: Selvolde 1212: Sylvolden 1259: Silvolde 1370: Zyluolden 1457: Sijlvolden 1517: Seillevoelde 1620: Selfwolden 1701: Selvordium 1732: Silvolden 1865: Zilvolde

 

Doetinchem

Aan de oude IJssel ligt in Gelderland de stad Doetinchem. Ook wel bekend als 'Deutekom'. Omstreeks 838 is de eerste vermelding van een nederzetting met een kerk die bekend staat als villa Deutinghem. In de loop der jaren onstond daar de versterkte stad Deutinkem. Veel is er over de stad in de oudheid niet bekend. Vooral omdat een grote stadsbrand in 1527 alles vernietigde. In Doetinchem staan nog enkele historische gebouwen. Uit de Middeleeuwen zijn er alleen nog kasteel de Slangenburg, de Sint Catharinakerk en het kasteeltje de Kelder. Uit de 16e eeuw staan alleen het huis aan de Hamburgerstraat en een gebouw aan de Waterstraat nog overeind. Van enkel eeuwen later vind je nog het Stadsmuseum DoetinchemVilla Ruimzicht en Villa Bouchina.  Vanwege zware bombardementen op 19, 21 en 23 maart 1945 tijdens de Tweede Wereldoorlog is vrijwel het hele stadscentrum weggevaagd. Alleen de Catharinakerk is herbouwd. Evenals de stad zelf die in de jaren daarna behoorlijk in omvang toenam. 

 

De moeite van het bekijken waard zijn de Walmolen, een stellingmolen uit 1851, aan de IJsselkade en het daartegenoverliggende Erfgoedcentrum Achterhoek Liemers, waar veel over onze streek te vinden is. Het is prettig winkelen in Doetinchem en ook een stadswandeling is de moeite waard.

 

Onze oudst bekende voorvader Andreas Quak [105]  kwam omstreeks 1760, vermoedelijk vanuit het huidige Zeeland, aan als soldaat in Doetinchem.

 

Doesburg

Al sinds 1237 kreeg Doesburg stadsrechten. De stad is de eeuwen redelijk ongeschonden doorgekomen en biedt vele musea en ruim 150 monumenten en historische panden. Een stadswandeling is dan ook een must. Enkele toppers zijn het Lalique (glaskunst) museum, het stadhuis, de Gasthuiskerk, de Martinikerk en de oudste horecagelegenheid van Nederland het Stadsbierhuys de Waag en vergeet ook niet de befaamde Doesburgsche Mosterdfabriek. Hier laten ze zien hoe het maken van mosterd, in Doesburg als sinds 1457, en nu gemaakt wordt. Ben je daar eenmaal uitgekeken en heb je lekker gewandeld dan kun je heerlijk uitpuffen langs de IJssel.

 

Ruurlo

Langs de in 1878 geopende spoorlijk van Winterswijk naar Zutphen ligt Ruurlo. Rond het dorp liggen verschillende landgoederen als  Het Broek, De Bruil, De Haar, Brinkmanshoek, Veldhoek en De Heurne. De omgeving wordt gekenmerkt door landbouw- en veeteeltbedrijven. Er is veel toerisme vanwege het coulissenlandschap.  In het buitengebied vind je onder andere het  kasteel Ruurlo, voormalig stadhuis en nu Museum MORE met uitsluitend werk van schilder Carel Willink en een Heggendoolhof uit 1891 ontworpen door de Franse tuinarchitect Daniël Marot. Ook moet je beslist een bezoek brengen aan de Houtzaagmolen Agneta Kroezeboom.

 

Vanaf 1676 komen de Elschots al voor in Ruurlo. De oudst bekende vermelding is die van: 

Bernt/Berent ten Elschaete geb. te Ruurlo 1500.

 

Groenlo

In de Achterhoek wordt Groenlo ook wel Grolle genoemd. De naam komt van 'Groen bos'. De stad kreeg stadsrechten in 1277, maar er werd al over de stad geschreven in 610. Er is nogal wat afgevochten rond de stad. Met name tijdens de 80-jarige oorlog in de 16e en 17e eeuw. In en rondom de stad werden daarom indrukwekkende vestingswerken aangelegd die nog gedeeltelijk aanwezig zijn. Op de stadswallen bijvoorbeeld zijn nog (namaak) kanonnen geplaatst. In de stad zelf zijn verschillende oude gebouwen gerestaureerd en je kunt de bastions en grachten gewoon bezoeken. Ook het oude stratenpatroon is nog helemaal aanwezig. Tegenwoordig heeft de stad een klein en gezellig centrum waar de markt een belangrijke positie inneemt. Eens in de 2 jaar wordt de slag om Grolle nagebootst. Een echt toeristische attractie die de geschiedenis van toen herhaalt.

 

De moeite van het bekijken waard zijn: de oude stadsboerderij in de Notenboomstraat, het Stadsmuseum en de oude historische 17e eeuwse kerkers in het stadhuis. Ook is het mogelijk een rondwandelijng door de stad te maken onder leiding van een gids.

 

Eenmaal per jaar vindt de grootste carnavalsoptocht van Gelderland plaats direct na de sleuteloverdracht. Op Rosenmontag en Tulpendinsdag is er ook dweilen in de binnenstad.

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.