Geologie

Winterswijk. De grootste steen van Nederland.

Steengroeve Winterswijk

Pyriet 'Gekkengoud'

Bentheimer zandsteen.

Foto: Wikipedia

IJzeroerbank

IJzeroer

Buskersbos in Winterswijk.

Foto: Wikipedia

Zoutvaatjes in boortorenmodel

Toos-Kwak-ten Thij [5] en Annie Nijhuis-ten Thij  hadden in de jaren 1960 een baan op het kantoor van de KNZ aan de Boortorenweg in Hengelo.

Advertentie Winterswijkse Courant. Circa 1920

Op deze pagina's zijn enkele foto's aanwezig die we verkregen via het internet of de ter plaatse vermelde websites. Ga je daarmee niet accoord stuur dan even een mailtje en de foto wordt per omgaande verwijderd.

 Geologie

 

Ons landschap werd in de huidige vorm ruim 130.000 jaar geleden gevormd. De toen voorkomende ijstijden modelleerden het landschap met stuwwallen waarin door puin en smeltwater overal geulen en eilanden ontstonden. Deze eilanden kennen we nu bijvoorbeeld als de Lochemse berg (50 meterhoog) en het Montferland (92,5meterhoog). Bij het gemeentehuis in Winterswijk ligt de grootste steen van Nederland. Een kei van 45 ton zwaar en1500 miljoen jaar oud. De kei is afkomstig uit de provincie Smorland in Zweden. Ook lieten de gletsjers grote brokken Scandinavisch graniet achter. Het zijn de ‘grote stenen’ die we kunnen bewonderen in het Woold, bij het gemeentehuis in Winterswijk, in Meddo, in Ratum en op de markt in Lichtenvoorde.

 

De Steengroeve

De Achterhoek ligt aan de rand van het Münsterse bekken waardoor oudere gesteenten aan de oppervlakte liggen. Vooral de laag schelpenkalk, afkomstig uit de oerzeeën ligt in Winterswijk voor het grijpen. De schelpenlaag in Winterswijk bestaat uit een grijsgroen gesteente, dat in Duitsland ook wel ‘Muschelkalk’ wordt genoemd. Het gesteente dat hier voorkomt stamt uit het geologisch tijdvak Trias en is gevormd tussen circa 240 - 236 miljoen jaar geleden. Deze kalk wordt sinds 1932 ontgonnen door de Winterswijkse Steen- en Kalk-groeve. Hij wordt onder andere gebruikt als vulstof voor wegen en kalk voor de landbouw. De groeve is nog steeds in gebruik en op bepaalde dagen te bezichtigen. In de steengroeve wordt veel gezocht naar fossielen van planten en dieren. Vrij algemeen komen er schelpafdrukken en haaientanden voor. Ook vind je in deze groeve ‘Pyriet’, het befaamde Winterswijkse goud waar we als kinderen steeds naar zochten. Het is een ijzer-sulfide mineraal en wordt in de volksmond ook wel ‘gekkengoud’ genoemd.

 

Al met al is de samenstelling van de ondergrond in de Achterhoek, voor Nederlandse begrippen, tamelijk ongebruikelijk. Deze samenstelling gaat gepaard met een rijke aanwezigheid aan delfstoffen. Gelukkig zitten die te diep zo dat ze niet echt op economisch verantwoorde wijze gewonnen kunnen worden en de Achterhoek blijft zoals het is.

 

Bentheimer zandsteen

Er is nog een interessante groeve: De 'Staringgroeve' in Losser. Hier wordt de  befaamde Bentheimer zandsteen gewonnen. Meer dan 100 miljoen jaar geleden lag er tussen Winterswijk en Enschede een binnenzee. De stranden aldaar bestonden uit dikke laag zand. De hoeveelheid aanwezige kalk bepaald tegenwoordig de hardheid van de zandsteen die in de loop van de eeuwen is ontstaan. In de loop de eeuwen kwam deze steen naar boven vanwege talrijke verschuivingen van de aardlagen. Al sinds 1250 wordt er gebouwd met deze unieke steensoort. De eerste groeven lagen in Duitsland. De grootste lag tussen Bad Bentheim en Schüttorf.

 

Door winning en vervoer was Bentheimer  zandsteen heel duur en werd daarom alleen in belangrijke gebouwen gebruikt. Enkele voorbeelden: Het paleis op de Dam in Amsterdam en de Sint-Plechelmusbasiliek in Oldenzaal. Trouwens vrijwel alle kerken in Twente en Westfalen zijn gemaakt van Bentheimer zandsteen. Verder kom je de steen tegen als fundament van boerderijen, als de zichtbare rand van waterputten, doopvonten en grafzerken.

 

In 1951 kwam er een verbod op het werken met de steen vanwege de aanwezigheid vanwege de aanwezigheid silicose waardoor een kans op longschade aanwezig is. In de afgelopen jaren is het verbod opgeheven vanwege het gebruik van betere beschermingsmiddelen. 

 

In Kasteel Bentheim kan men de sculptuur Herrgott von Bentheim bekijken; het is een voorbeeld van vroege christelijke zandsteenkunst.

 

Klei

Het landijs liet dikke lagen keileem achter. Dat is de klei die al jaren lang door de Achterhoekse steenfabrieken wordt afgegraven. Veel van de oude lagen en het daarop achtergebleven keileem zijn slecht waterdoorlatend waardoor het water zijn weg zoekt via talrijke beken. In de eeuwen daarna werd het landschap bedekt met een laag dekzand dat door de wind werd aangevoerd. We hadden toen een toendraklimaat. Door het dekzand zijn op slecht waterdoorlatende plaatsen onder andere de arme veengronden en heidegronden gevormd. De oudste afzetting is overigens het zgn. “Bont zandsteen” van zo’n 250-240 miljoen jaar oud. Deze bestaat hier uit rode en witgrijze kleiige en zandige verharde sedimenten en kleurt een aantal akkers opvallend rood als ze vers geploegd zijn. Deze afzetting dagzoomt in het Winterswijkse ten oosten van de Steengroeve.

 

IJzeroer

De in het veen aanwezige ijzerverbindingen losten op in het grondwater. Samen met de aanwezige humus (verrotte plantenresten en dergelijke) in de beekdalen zorgen die voor de vorming van ijzeroer. Het klontert als het ware samen in de vorm van banken of bulten. Deze verhogingen zijn, voor de kenner, gemakkelijk te onderscheiden in het landschap. In de Achterhoek tref je het aan, net onder het maaiveld van de beekdalen. Vroeger werden deze lagen opgespoord met een prikstok. Het ijzeroer werd afgegraven en het ijzer werd er aan onttrokken door kleine, zelfgebouwde, ovens. De ijzerwinning was zeer oneconomisch en weinig milieuvriendelijk. Om een kilo ijzer over te houden was ongeveer dertien kilo ijzeroer nodig en 130 kilo houtskool. Voor die hoeveelheid houtskool,was bijna 800 kilo hout van eiken, berken en elzen nodig. Kun je nagaan wat er ontbost moest worden om aan de vraag naar ijzer te kunnen voldoen. Om het ijzeroer te verwerken werden hoogovens en gieterijen gebouwd in de plaatsen Doesburg, Keppel, Hummelo, Doetinchem, Gaanderen, Ulft en Terborg. In Ulft werd in 1754 de ‘Olde Hut’ opgericht. De tweede hoogoven op Nederlandse bodem. Dit bedrijf werd later bekend als de DRU ( Firma Diepenbrock & Reigers Ulft). Je weet wel die van de ‘oranjerode’ stoofpannen waar onze moeders zulke heerlijke stooflappen en draadjesvlees in maakten. Sinds ongeveer 1885 ligt de winning van ijzeroer stil.

Een toendra is een uitgestrekte vlakte in de poolstreken waarvan de bodem tot op geringe diepte altijd is bevroren. In de zomer is de toendra bedekt met mos en in de winter met sneeuw en ijs.

Voor onze familie waren de boringen interessant omdat ze er voor zorgden da tPaulKwak [50] in aanraking kwam met het ‘olievolk’ en toen besloot om zich aan te melden bij de NAM. Verschillende olieboorders logeerden in hotel Germania van zijn vader Gerhard Kwak [   ///].

 

Steenkool

Al in 1852 werd op het landgoed Buskers, in de Brinkheurne te Winterswijk, de eerste diepteboring naar steenkool verricht. Toen werd een diepte van 112 meter gehaald. Het was groot feest toen men op deze diepte steenkool naar boven haalde. Het bleek toen ook al snel dat een smids leerling kolengruis in het boorgat had gegooid om iedereen voor de gek te houden. Meerdere onderzoeksboringen volgden. De hoeveelheid steenkolen zou ongeveer 325 miljoen ton bedragen. Een kwart van de voorraad in Limburg. Uiteindelijk bleek dat de te ontginnen lagen eigenlijk te dun waren en te diep lagen. Desondanks kreeg de Maatschappij tot het Verrichten van Mijnbouwkundige Werken te Heerlen in 1924 een concessie over een gebied van meer dan10.000 hectare maar de winning bleef uit. Leuk om te vermelden is dat de grondeigenaren tot in de jaren 50 nog een kwartje per hectare vergoeding kregen.

 

Zout

Er werd eveneens naar zout geboord. De schatting van de zoutreserves onder de Achterhoek kwam uit op 20 miljard ton. Genoeg voor het bestrooien van tien triljoen eitjes. Uiteindelijk kwam men tot de ontdekking dat het economisch niet verantwoord was om de delfstoffen te winnen. In Twente was dat niet het geval. Daar werd in de buurt van Twickel bij Delden een drinkwaterput geboord die echter volop zout water spoot.

Er volgden proefboringen te Eibergen, Winterswijk en Boekelo, waar in 1911 steenzout werd gevonden. De Tweede Kamer gaf echter geen concessie voor de boringen. Dat veranderde na de Eerste Wereldoorlog toen men het belang van een eigen Nederlandse zoutwinning wel onderkende. De KNZ ( Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie) ging na het verkrijgen van een boorconcessie in aan de slag in  Hengelo en Boekelo.  Het zout werd en wordt nog steeds gewonnen door via de boorgaten water naar beneden te pompen om de pekel die zo onder de grond ontstaat weer naar boven te pompen, te zuiveren en in te dampen. Overal in het landschap verschenen grote houten boortoren die het zoute water uit de zoutlagen  uit de bodem pompten. Ze waren karakteristiek voor het landschap. Tegenwoordig zijn ze vervangen door lage pompgebouwtjes. Er staan nog enkel oude houten torens, onder andere aan de Boekeloseveldweg. Ze worden goed onderhouden vanwege hun belang in de geschiedenis van Hengelo en omgeving.

 

Tegenwoordig is de KNZ een onderdeel van AKZO-Nobel en staat er een enorme fabriek aan het Twentekanaal.

 

 

Aardolie

In 1911 en in 1921 werd er in Winterswijk eveneens naar aardolie geboord. De boortoren stond aan de rand van het Korenburgerveen, een kleine kilometer ten noorden van de school in buurtschap Corle. Tijdens deze boring werd de al verwachte aardolie aangetoond. De boring kreeg een tragisch einde. Er werd een springlading in het boorgat aangebracht om de hoeveelheid winbare olie te onderzoeken. De lading ontplofte echter halverwege waardoor het boorgat verloren ging. Waarschijnlijk was men niet onder de indruk van de mogelijkheden die de boring bood, want het gat is uiteindelijk gedicht. Al deze activiteiten hielden de bevolking echter wel bezig. Er werd uitvoerig in de media bericht. Gerrit Jan Meinen ‘meester’ aan de school in Kotten en een bekend Achterhoeks schrijver was lyrisch, hoewel er ook angst spreekt uit het volgende citaat van zijn hand:

 

“Hoe vele eeuwen heeft daar een stukje grond in den Achterhoek gelegen. Wie ter wereld had ooit den naam Corle gehoord of gelezen? En thans ligt de naam op vele lippen, wordt hij door invloedrijke en hoog geplaatste personen uitgesproken, door den eersten in den lande…. Daar liggen goud en steenkool op ontginbare diepte. En nu opeens ook nog aardolie! Wie heeft dat kunnen vermoeden? Wat zal de toekomst brengen? Er openen zich aanlokkelijke perspectieven met vage horizonten. Zal ’t in Corle gaan zooals het in Amerika gegaan is? Het gerucht gaat, dat reeds de nieuwe stad, die door het binnenste der aarde gevoed moet worden, is geprojecteerd met haar kerken, stations, arbeiderswijken, enz, enz, enz. Laat het slechts een gerucht zijn, de stad is dan toch stellig in gedachten reeds geprojecteerd. En de vogeltjes, die zoo vele eeuwen van geslacht tot geslacht in de rietlanden en de wilgenboschjes hun nestjes bouwden, ze mogen een goed heenkomen zoeken. En de menschen die in Corle wonen en werken, een beetje eenzaam en vergeten, ver van ’t gewoel der steden, wie weet, wat ze nog zullen beleven(…)!”

 

Inmiddels weten we dat dit scenario ‘gelukkig’ geen waarheid is geworden.

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved