Butterfahrten

Butterfahrten

Na de tweede Wereldoorlog, zo omstreeks 1954, gingen de grenzen met Duitsland weer open. Voor veel Duitsers was dat een welkome ontwikkeling want de prijzen van bijvoorbeeld levensmiddelen en sigaretten waren bij ons veel goedkoper. Onze buren mochten weliswaar niet echt veel uitvoeren, maar toch. De hoogte van het in te voeren bedrag lag op Dm 4.50 plus wat sigaretten, 50 gram koffie en 20 gram thee. Om deze hoeveelheden te vergroten ging men er zelfs toe over om meermaals achter elkaar de grens over te steken. Een lucratieve bezigheid. Dat blijkt wel uit de verschillen tussen de aankoopbedragen in Nederland en Duitsland. De prijzen waren dermate veel lager dat het ruimschoots de moeite loonde. Koffie, sigaretten, brood, chocolade waren de toppers, maar ook Schnaps (jenever) en bier. Vooral koffie was peperduur en men probeerde deze lekkernij dan ook volop te smokkelen.


De douane had daar behoorlijk de pest over in en kwam met de maatregel dat iedere passant van boven de 16 jaar maandelijks een half pond koffie vrij van belasting en invoerrechten mee mocht nemen. Een ander mooi voorbeeld zijn schoenen. Ook een duur artikel bij de overburen. Ze kwamen met oude schoenen naar Nederland, Kochten hier nieuwe die ze wat vuil maakten voor ze de grens over gingen en de oude schoenen gooiden ze aan de Nederlandse kant in de sloot. Van al die oude pantoffels kon je amper een winkel beginnen.

Over het algemeen kun je stellen dat de inkopen in Nederland circa 30 – 40% goedkoper waren. De Duitsers mochten echter niet ongelimiteerd invoeren. Een lijstje:

Per bezoek:

250 gram koffie
50 gram thee
10 sigaren
25 sigaretten
50 gram shag
50 gram pijptabak


Zaken als sterke drank en chocolade mochten ingevoerd worden voor zover er tijdens de reis behoefte aan was. Een vreemde regel.

Topdrukte op het Weurden.


Het duurde dan ook niet lang dat er een ware run op de middenstand in de grensplaatsen tot stand kwam. Zekere ook toen verschillende kranten in Duitsland hun lezers voorrekenden hoe voordelig Nederland was ondanks de verbruikte benzine en de reiskilometers. Busladingen vol kopers, zelfs vanuit het Roergebied, kwamen over de grens en ook het gewone autoverkeer zorgde voor kilometerslange files. Om nog maar niet te spreken over de fietser die uit de naburige dorpen de grens over kwamen. Iedere zaterdag was het dan ook raak. Op drukke dagen kwamen er om en nabij de 50 bussen per dag en maar liefst 7000 bezoekers.  Niet zelden stonden ze al om 7 uur ’s morgens voor de deur te wachten tot de winkel openging. Ze parkeerden hun auto tot ver in de buitenwijken, want het centrum bood onvoldoende plek. En ook de doorstroming liet aan alle kanten te wensen over. Om nog maar niet te spreken van de puinhoop die de bezoekers achter lieten. Een vrijwel totale ontwrichting van het oude dorpse leven.

 

De Winterswijkse middenstand, modezaken, kruideniers en de horeca, heeft er echter ruimschoots van geprofiteerd. Vanuit eigen ervaring weet ik dat er twee bekende namen waren die volop aan de weg timmerden. H.W. Wiggers op het Weurden en Lambertus Kip, een voormalige postbode aan de markt en later aan de Wooldstraat. Beide, voor die tijd reusachtige supermarkten, lagen aan de invalsweg van Winterswijk en dat had zo zijn voordelen. De middenstanders deden echter allemaal hun best om klanten te lokken. Zelfs aan de grens werden al folders uitgedeeld. Wiggers had zelfs op de zaterdag speciale medewerkers Johan te Loo en ‘Onkel Willy Scholten’ ‘stoepiers’ van de eerste orde, tegenwoordig noemen ze dat ‘proppers’, die de klanten voor de deur van de winkel naar binnen probeerden te loodsen. Ze haalden ze over met in het Duits geschreven folders ‘Spezial Angebote’ en dwingend gesprekken. Ook werden buschauffeurs gecharterd om de klanten voor de deur van bepaalde winkels af te zetten. Ze beurden daarvoor niet zelden 30 Dm. Vanuit deze supermarkten was met name meel, de genoemde koffie, chocolade en thee heel gewild, maar ook zaken als eierlikeur, margarine, kaas, vleeswaren, vers vlees en casselerrib waren niet aan te slapen.

Boven: Bij Wiggers op het Weurden


Onder:

Bij Kwak op de slagerijdeur / braadslee

In de slagerij van Gerrit Kwak, wilde men geen Duitsers helpen en dat gold voor meer winkels in het dorp, die de trammelant van de oorlog nog diep in het geheugen hadden zitten. Ze weigerden ze consequent. Slager Kwak ging zelfs zover dat hij een brief op de deur had hangen dat Duitsers niet gewenst waren. In het Nederlands want de Duitse taal was ook in zijn zaak verboden. Na zijn overlijden nam prijsvechter Lunenburg de zaak over. Deze dacht heel anders over de toeloop van Duitsers en verkocht volop aan ze. Hammen per stuk, worsten aan de lopende band en vers vlees. Ze verkochten zoveel dat het geld niet eens meer in de kassa werd opgeborgen. De medewerkers smeten het in een oude margarinedoos onder de toonbank. Het verkochte vlees moest wettelijk gezien eerst gebraden worden alvorens het de grens over mocht. Dit omdat men in Duitsland heel bang was voor de ziekten veroorzaakt door trichinen die voorkwamen in de spieren van varkens. Kleine wormpjes die ernstige ziekten konden veroorzaken.

 

Dat braden was een wassen neus. Het vlees werd rondom dichtgeschroeid in een grote braadslede en kon op die manier voor gebraden doorgaan. Daarbij werd menig klant beduveld doordat de slager een paar plakken van het vlees afsneed, voor het braden, en die plakken meebakte voor zijn ‘broodje warm vlees’ tussen de middag.

Al met al zorgde de koopgekte voor een voortduren circus waar menig middenstander meer dan normaal van heeft geprofiteerd. Het hield echter geen stand.


Omstreeks de helft van de jaren 60 nam de idiotie af. De prijzen in Nederland werden hoger en het koopcircus werd minder. Positief is echter dat veel grensplaatsen zoals Vaals en Venlo en plaatsen in Twente en de Achterhoek en in ons geval de grensplaats Winterswijk behoorlijk van de hausse heeft geprofiteerd. Huurder Lunenburg van slagerij Kwak heeft er grof geld mee verdiend en de overige plaatselijke middenstand heeft ruimschoots kunnen moderniseren en verdienen. Tot op de dag van vandaag is Winterswijk een plaats die door Duitsers volop wordt bezocht. Op de zaterdagse markt worden de artikelen nog vaak in het Duits aangeprezen en zijn de parkeerplaatsen overvol.

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved