Kermissen en (jaar)markten

Markt bij een stadpoort

Ganstrekken

Kermissen en (jaar)markten 

 

Ware volksfeesten waren de kermissen en de markten vaak. Iedereen uit de wijde omgeving kwam naar stad of dorp om te handelen, te verkopen of in te kopen en natuurlijk om te feesten. Want markten waren bijeenkomsten waar de laatse nieuwtjes werden uitgewisseld. Er kwam van alles binnen. Natuurlijk de boerenbevolking maar vooral ook de ‘vrömden’ (vreemdelingen) zoals handelaren, reizigers, soldaten en ‘Hessen’. Het waren notoire onruststokers. 

 

In de wijde omgeving werden verschillende markten gehouden. Er waren wolmarkten, paardenmarkten, scheurmarkten (aardewerk), kabbesmarkten (koolmarkten voor de zuurkool) en in Dinxperlo was er zelfs een hennepmarkt. Daar werd geen wiet verkocht maar hennep voor de productie van touw en zeildoek. Doetinchem kende in die tijd dag-, week- en jaarmarkten.

 

Op de dagmarkten werden vaak de agrarische producten uit de omgeving aangeboden. In alle vroegte kwamen de boeren met hun producten naar het dorp om ze te verkopen. Dat varieerde van boter en eieren tot verschillende soorten groenten en fruit die op dat moment rijp waren om te oogsten. Op de weekmarkten kon je naast vee ook snuisterijen, aardewerk en ijzerwerk kopen. Daar was het aanbod dus veel groter. Het jongvee als biggen en kippen werd in kratten en manden aangevoerd en het rundvee lopend. Een drukte van belang dus.

 

De jaarmarkt speelde een belangrijke rol en trok extra veel volk uit de wijde omgeving.  Het was bisschop Philip van Bourgondië die Enschede in 1517 het recht gaf om twee jaarmarkten en een wekelijkse dinsdagmarkt te houden. Enschede heeft daardoor één van de oudste markten van ons land. 

 

Doetinchem kende vier jaarmarkten. De drukste waren de markten in mei en november. De Doetinchemse jaarmarkt was gespecialiseerd in het verhandelen van eek (eikenschors) voor de leerlooierijen. Maar ook was er een ruime handel in hout, vette varkens en spek. Er werd niet alleen gehandeld maar het was ook één groot feest. Goochelaars kwam je er tegen en de man met het aapje was zeker geen uitzondering. Verder vergaapte het volk zich aan herculessen en acrobaten. Ze keken naar Jan Klaassens en zigeuners met dansende beren. Ze lieten zich beduvelen door kwakzalvers, waarzeggers en planetenlezers en ze gaven hun geld uit aan liedjeszangers en straatmuzikanten. Er was van alles en nog wat te koop. Naast de producten van de boerderij, linnen bijvoorbeeld, werden ook exotische stoffen(zijde) aangeboden evenals sieraden en uitheemse lekkernijen als vijgen en rozijnen. Ook vond je er een koektent waar je koeken kon kopen met mooie teksten van suikerwerk erop om de geliefde ermee te verrassen. En wanneer je veel last had van ratten dan was het noodzakelijke gif ook op de markt te verkrijgen.

 

Tijdens de jaarmarkten werden de plaatselijke regels vaak versoepeld. Alles werd er aan gedaan om maar zoveel mogelijk bezoekers te trekken. Die hoefden geen tol te betalen om de stad in te komen en er werd niet zo scherp toegezien op dobbelen en overmatig drankgebruik. Losbandigheid was een veel voorkomend gegeven. In de herbergen werd volop gedanst en tegen middernacht verdwenen lavenloze passanten vaak in het cachot. Niet zelden liepen deze kermissen uit op vechtpartijen. Familietwisten of dorpsvetes werden opgerakeld en de gemoederen liepen op tot kookhoogte. Vaak werd er ‘gehouwen’ (geknokt) en een jaap over het gezicht werd uitgelegd als een ereteken. Verder werd er nogal eens geknokt wanneer een ‘vrömde er met een meisje uit de plaats vandoor dreigde te gaan. De jongemannen van buiten de stad werden dan ook met argusogen bekeken. Vooral omdat de jonge meiden natuurlijk wel een oogje waagden aan de aparte en kleurrijk geklede soldaten.

 

Vormen van vermaak

Tijdens de kermissen waren er verschillende vormen van vermaak die we tegenwoordig als absoluut dieronvriendelijk ervaren. Ganstrekken, katknuppelen en hanenslaan behoorden tot de bezigheden waar onze voorvaderen zich mee bezig hielden. Bij het eerste spel werd een gans aan de poten opgehangen en werd de kop en de hals met vet ingesmeerd. De jongemannen moesten er met een paard langs galopperen en proberen de kop van de gans te trekken. In het tweede spel gooide men knuppels naar een ton die boven de hoofden hing. Net zo lang tot de bodem er uit vloog en de opgesloten kat razend van angst vluchtte. Met de hanen werd meestal tegen elkaar gevochten.

 

 

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved