Anthonij Kwak - 96

Gezinsblad van Antonij Kwak & Hendrina Kuiperij

Handtekening Antonij

Van een meisje dat met een  wever vrijde werd wel eens  gezegd dat ze ‘pijpespoelster’  werd. De naam is afkomstig  van de pijpjes van het dekriet  waarom met behulp van de  ‘trille’ (het spoelwiel) het garen  werd gespoeld waarmee geweven werd.

Attest van Varsseveld

Quotatie-billet

Schuttersgilde Silvolde

Lodewijk Napoleon

Register Civique

Daglonershuisje

Pompwagen.

Brandweermuseum Borculo

Leren

wateremmer

Bedelbrief

^Schade na brand >

Antony (Antoni) Kwak [96], zn. van Andreas (Andries) Quak [105] (Soldaat) en Willemina Bussink [106],

geb. te Varsseveld op 15 jan 1764 (Doopb. Ned. Ger. Gem. Varseveld 1730-1771), ged. te Varsseveld op 18 apr 1785 Toegetreden als lidmaat,   

Wever,

ovl. (68 jaar oud) te Varsseveld op 27 nov 1832 Overleden Wijk B 113

♥ tr. (resp. 30 en ongeveer 22 jaar oud) [17] te Silvolde op 16 feb 1794, kerk.huw. (GR)

met Hendrina (Henderie) Kuiperij [97], dr. van Hermanus Kuperie [1269] en Aaltje Slatjes [1270],

geb. te Varsseveld circa 29 dec 1771,

ovl. (ongeveer 79 jaar oud) te Wisch op 27 jan 1851.

 

Uit dit huwelijk 10 kinderen:

 

Berend [98],

geb. te Silvolde op 7 jun 1794, ged. te Silvolde op 8 jun 1794.

 

Willem [99],

geb. te Silvolde op 6 nov 1796,

ovl. (5 jaar oud) te Silvolde op 16 jul 1802, begr. te Silvolde.

 

Johanna [100],

geb. te Silvolde op 21 jan 1799, ged. te Silvolde op 27 jan 1799,

ovl. (79 jaar oud) te Silvolde op 17 dec 1878 Silvolde no 21,

♥ tr. (1) (resp. 29 en 26 jaar oud)  [389] te Varsseveld Wisch 1829/1 op 6 jan 1829

met Jan Hendrik Albers (Aalbers) [1286], zn. van Jan Aalbers [1284](Wever) en Jenneken Mellink [1285],

geb. te Varsseveld op 12 dec 1802,

Boerenknecht,

ovl. (39 jaar oud) te Varsseveld op 13 nov 1842.

Uit dit huwelijk 5 kinderen,

 

♥ tr. (2) (resp. 45 en 31 jaar oud) [391] te Silvolde Wisch 1844/25 op 8 aug 1844

met Willem Koenders [1289], zn. van Berend Koenders [1287] en Willemina Barings [1288],

geb. te Silvolde op 30 mei 1813,

Timmerman.

Uit dit huwelijk een dochter.

 

Harmanus [69],

geb. te Silvolde op 27 jan 1801, ged. RK te Silvolde op 1 feb 1801,

Boer, Schutter, Wegwerker, Wever,

ovl. (78 jaar oud) te Wisch op 25 aug 1879, begr. te Wisch op 25 aug 1879,

♥ tr. (1) (beiden 23 jaar oud)  [25] (Burgerlijke Stand) Wisch HA nr. 33 te Silvolde Wisch 1824/33 op 14 okt 1824,

kerk.huw. (RK) te Silvolde

met Aleijda Sijbilla Bauman [74], dr. van Johannes Fren [116]en Johanna Bouwman [117],

geb. te Bocholt [Duitsland] op 15 mrt 1801, ged. RK te Bocholt [Duitsland] op 15 mrt 1801,

Linnen naaister,

ovl. (52 jaar oud) te Wisch op 13 feb 1854, begr. te Wisch op 13 feb 1854.

Uit dit huwelijk 6 kinderen,

 

♥ tr. (2) (resp. 53 en 35 jaar oud) [26] te Wisch Wisch 1854/35 op 14 sep 1854,

kerk.huw. (RK) te Wisch

met Johanna Maria Berendsen [143], dr. van Bernardus Berendsen [1398] en Maria Smits [1399],

geb. te Wisch op 15 aug 1819, ged. RK te Wisch.

Uit dit huwelijk 5 dochters.

 

Willem [101],

geb. te Silvolde op 23 sep 1803, ged. te Silvolde op 25 sep 1803.

 

Hendrika [102],

geb. te Silvolde op 1 nov 1805, ged. te Silvolde,

ovl. (20 jaar oud) te Wisch op 28 jul 1826.

 

Aaltjen [103],

geb. te Silvolde op 20 mrt 1810, ged. te Silvolde op 25 mrt 1810,

ovl. (77 jaar oud) te Doetinchem Doetinchem 1888/12 op 22 jan 1888 (IJzevoorde),

♥ tr. (resp. 27 en ongeveer 28 jaar oud) [706] te Doetinchem Doetinchem Ambt 1838/2 op 10 mrt 1838

met Waander Masselink [2216],

geb. te Doetinchem (Ambt) circa 1810,

dagloner,

ovl. (ongeveer 62 jaar oud)  op 1 aug 1872 IJzevoorde (Doetinchem).

 Uit dit huwelijk 7 kinderen.

 

Levenloos Aangegeven Kind [104],

geb. en ovl. te Silvolde op 29 apr 1811.

 

Levenloos aangegeven kind [1227],

geb. en ovl. te Silvolde op 31 jul 1816

 

.Levenloos aangegeven kind [1413],

geb. en ovl. te Wisch op 2 jul 1818.          

Huwelijksakte 

 

Antonij de wever

Op ongeveer 30 jarige leeftijd vertrok Antonij Kwak, hij is wever van beroep, definitief naar Silvolde. Hij had een attest van Varsseveld bij zich.  Hij kwam daar aan op 22-07-1794. (RAA.RBS 1757.2/14.) Het Bevolkingsregister Varseveld/Silvolde 1797/1798 geeft bij de burgerlijke stand geen vermelding.

 

Hij beschikte over een attestatie (ghetuyghenisse, tuychenisbrief of voerschrift) Een schriftelijk bewijs van lidmaatschap van een geloofsgemeente en een onberispelijke levenswandel. Antonij was lidmaat van de Nederduits Gereformeerde Gemeente sinds 18.04.1785 (RBS 1778.2). Een attestatie vormde het toegangsbewijs tot de 'Tafel des Heeren' (de avondmaalsviering) maar het gaf meteen recht op bedeling (financiële bijstand) in geval van nood.

 

Antonij trouwde met Hendrina Kuiperij, dochter van Hermanus Kupery en Aaltje Slatjes op 16 februari 1794. Antonij is dan 30 jaar en Henderie ongeveer 22 jaar. Hun namen komen voor op de namenlijst van de lidmaten van de Nederlands Gereformeerde Gemeente in 1798. Deze namenlijst is opgenomen in 1798 bij gelegenheid van de telling der Zielen op 30 augustus 1798.

Antonij en Hendrina woonden, volgens een oude kaart uit 1828 net achter de oude dorpskerk op nummer 564. Of ze daar meteen na hun huwelijk al woonden is niet bekend daar ontbreken de gegevens over. Hij zal geld geleend hebben om het  huis te kunnen kopen want uit de kadastrale atlas van 1832 blijkt dat hij de eigenaar is. De grootte van het perceel is 4 are en 60 ca. en hij moest voor het gebruik van de grond een ‘uitgang’ (huisstedengeld, pacht, grondgeld) betalen van 15 stuivers per jaar. Verder beschikte hij nog over een stuk gepachte landbouwgrond net buiten de bebouwde kom. Althans dat blijkt uit een belastingaangifte. Antonij’s naam staat op een lijst over de verpondingen (belastingen) rond 1800. Hij staat daar vermeld met zijn huwelijkse staat en de gepachte grond. Al te veel kan dat niet geweest zijn, omdat Antonij in een belastingaangifte aangeeft minder dan 100 gulden per jaar te verdienen waardom hij geen belasting hoeft te betalen. Bij het streekarchief in Doetinchem liggen nog ‘quotisatiebiljetten’. Zoiets als een belastingaangifte. Quotisatie betekent: ‘ de berekening van ieders aandeel.’ Op dit biljet schrijft Antonij: “Ik verklaare niets verplijgt te zijn.”

Antonij en zijn gezin woonden tijdens hun leven in Silvolde, een dorp dat viel onder de gemeente Wisch. Deze gemeente bestaat uit de dorpen Varsseveld, Silvolde, het stadje Terborg en de buurtschappen Westendorp, Sinderen en Heelweg. Silvolde  is een echt Achterhoeks dorp. Waarschijnlijk is het dorp net als Varsseveld ontstaan vanwege de  ruimschoots aanwezige hooggelegen bouwgrond in het stroomgebied van de Oude IJssel.

 

Als nadere omschrijving van Antonij's woonplaats wordt gegeven de rot "Hebing".  [RBS 1778.2] Bevolk. reg. Civique van de Mairie en Canton Terborg ca 1811/blz 26 geeft als beroep van Antoni "pieton". dus voetbode. Copie van voornoemd register en een handtekening van Antony onder 64/65. Bevolkingsregister Gemeente Wisch, Deel 1, 1826/1829. Silvolde nummer 49.

 

Het leven van Antonij was zeker geen pretje. Omstreeks de eeuwwisseling was het namelijk alles behalve rustig. Inbraken en dieverijen waren aan de orde van de dag Er kwam heel wat vreemd volk voorbij. Zo had je: 'hoenderkremers' (verkopers van levend pluimvee), ‘wannelappers’ (ketellappers), kermislui, kwakzalvers, scheresliepen (scharenslijpers) en kiepenkerls (handelaren). Ook de inwoners van Silvolde werden getroffen door de perikelen in het land. Zo moesten ze bijvoorbeeld ook hand- en spandiensten verrichten voor troepen uit verschillende landen. De Fransen, de Engelsen en de geallieerde troepen trokken op gezette tijden door de streek en waren niet vies van plunderingen. Het zal wel te gek geworden zijn want het bestuur van de Heerlijkheid Wisch greep in en breidde de bestaande nachtwacht uit met manschappen die iedere nacht op verschillende plaatsen moesten patrouilleren.

 

De hoofdnachtwaker, in Silvolde, was Hendrik Kempers en hij werd bijgestaan door twee mannen uit het dorp. Iedere nacht was iemand anders aan de beurt. De mannen waren bewapend met een ‘snaphaan’ (vuursteengeweer) of ze brachten hun eigen‘ gavel’ (tweetandige hooivork) mee. De mannen liepen wacht van 22.00 uur ’s avonds tot 04.00 uur in de ochtend. Na iedere ronde door het dorp mochten ze zich even opwarmen in de dorpsschool. Daar was het lekker warm want de schoolmeester zorgde iedere dag voor twintig turven en een kan olie voor de verlichting. Nachtwakers waren beslist noodzakelijk, want niet alleen de mens was een groot gevaar, ook brand was niet uit te sluiten. Door de vaak dicht op elkaar staande, overwegend, houten huizen met daken van stro zou dat een onvoorstelbare ramp betekenen. Brand viel nauwelijks te blussen. Daarom had de overheid verordeningen ingesteld als:

 

♦ Verbod op open vuur binnen 100 schreden van de huizen, schuren en hooibergen.

♦  Bij het dorsen van het koren op de deel of in de schuur mochten alleen afgeslotenlantaarnsgebruiktworden.

♦ Ook een brandende pijp zonder dopje op straat of in de nabijheid van de huizen was uit den boze. Roken was toen

   ook al verboden in de schuren.

♦ Ook mocht er geen hooi of stro binnen een afstand van 2,5 voet (circa 75 centimeter) van de schoorsteen worden getast. En de schoorsteen moest regelmatig geveegd worden. Dat werd gecontroleerd door de schoorsteenvegerondertoezichtvandeveldwachter.

 

Op 10 maart 1795 beklaagden een aantal inwoners zich. Patrouilles Cavallerie van de Franse Republiek hadden nogal wat ongeregeldheden gepleegd. ‘De huyzen door zogt, met veel geweld en dreigementen spek en brandewijn toe geeijgent.’ Verder zijn een naegelholt en een stuk van een scholder (gedroogde varkensham) gestolen. Verder is er gedreigd met pistolen en zijn er nogal wat ruiten ingeslagen. Er bestaat in het Oud Archief van Varsseveld een lijst met schadeloosstellingen en een opsomming van geleverde diensten met betrekking tot de doortrekkende Fransetroepen. De lijst is gedateerd op 31 augustus 1797.

 

Ook Antonij ontkwam niet aan schade veroorzaakt door de Franse troepen. Hij komt in de lijst voor op nr. 145. Hij ontving voor 7 geleverde handdiensten 5 – 5 – 0 oftewel f 5,00 en 5 stuivers. Er werd aan hem geen vergoeding voor spandiensten uitbetaald. Dus hij zal niet de beschikking hebben gehad over een paard en wagen. Anders was dat zeker geëist.

Schadeloosstelling 1797:

Lijst met  uitbetaalde schadeloos-stellingen  met betrekking tot doortrekkende Franse troepen.(18mei1797)

 

Op 15, 16 en 18 november 1799 was er weer onrust in het dorp. Er vond een registratie van weerbare mannen plaats. Van diegene die daarvoor niet geschikt waren werd een lijst samengesteld. “onbekwaam wegens lijfsgebreken”, heette dat. De naam van Antonij kwam op de lijst niet voor dus we mogen aannemen dat hij recht van lijf enleden was. Interessant zijn wel de vermelde ziekten waardoor je geen militaire diensten hoefde te vervullen. Het waren: bijvoorbeeld breuken, krom en geboggelt, bloedspuwinge, een korter rechter of linker been, ligthoofdigheid (onbesuisdheid), zwaar op de borst, doof, half blind en kromme vingers aan de hand waarmee geschoten moet worden.

 

Intussen kwam Napoleon in Frankrijk aan de macht. Hij kroonde zichzelf in 1804 tot keizer der Fransen. Door middel van een reeks oorlogen breidde hij Frankrijk zover uit dat hij vrijwel heel Europa in zijn macht had. Er werden tal van nieuwe regels vastgesteld. 

 

Napoleon voerde bij decreet van 18 augustus 1811 de dienstplicht in. Hoe moest je anders aan voldoende manschappen komen om strijd te kunnen voeren. Door de ingevoerde dienstplicht lieten meer dan 15.000 Nederlandse soldaten het leven tijdens de veldtocht naar Rusland. In die periode introduceerde Napoleon ook het rechts rijden in Nederland. Tot op dat moment was links rijden normaal. Hij introduceerde het om de vijand in verwarringtebrengen.

 

Een ander belangrijk decreet van Napoleon bepaalde dat iedereen een vaste familienaam moest aannemen. Daarbij werden familenamen van op basis van steden als niet toegelaten. De op dat moment gebruikte familienaam mocht behouden worden mits deze maar officieel geregistreerd werd. De namen die geregistreerd werden moesten aan de kinderen doorgegeven worden, waarbij deze verplicht waren ze ook te voeren.

 

Decreet van Napoleon:

 “Art 6. De familienaam, dien de vader, of, bij ontstentenis van dien, de grootvader van vaderszijde, verklaard heeft, te willen aannemen, of welke hem toegekend zal blijven, zal aan alle kinderen worden gegeven, die gehouden zullen zijn, denzelven te voeren en aan te nemen in de akten; ten dien einde zal de vader, of, bij gebreke van dien, de grootvader, de aanwezig zijnde kinderen en kleinkinderen in zijne opgave vermelden, alsmede derzelverwoonplaats;(…)”

 

Régistre Civique

In 1811 werd het Franse kiesstelsel in Gelderland ingevoerd. De mannelijke ingezetenen van 21 jaar en ouder mochten toen stemmen. Mits ze hun burgerrechten verworven hadden en zich hadden laten inschrijven in het ‘Régistere civique’ (het burger- of register van naamsaanneming). Als bewijs van inschrijving ontving de burger een ‘carte Civique’ .die overlegd moest worden bij het stemmen. De bevolking was echter bevreesd dat de lijsten ook gebruikt zouden worden voor de dienstplicht en men zal dan ook geprobeerd hebben de inschrijving te ontduiken. De lijsten werden in de zomer opgesteld zodat ze vaak verre van volledig waren, omdat menig seizoenarbeider meestal aan het werk was. Ook werd er maar één beroep vermeld terwijl de meeste burgers meer middelen van bestaan hadden. Zo was Antonij, die als piéton vermeld staat, ook wever.

Piéton

Antonij staat ook maar met één beroep ingeschreven. In de lijst staat piéton en geen wever. Hoewel de boeken niet erg duidelijk zijn over deze ‘oude ‘naam betekent het woord in de letterlijke zin 'voetganger'. Omdat het niet aannemelijk is dat voetganger als een officieel beroep te boek stond is het veel logischer dat hiermee het beroep voetbode wordt bedoeld. Voetbodes kwamen destijds in verschillende vormen voor en waren een combinatie van de functies: postbode, ambtsbode, stadsbode, gerichtsbode of gemeentebode. In ieder geval waren de functionarissen niet te vergelijken met de postbodes van tegenwoordig. Piétons waren bodes die een verbinding onderhielden tussen twee of meer plaatsen. Vaak werden oud-militairen uitgenodigd om deze functie te vervullen. De bodes moesten een eed afleggen waarin trouw werd gezworen aan de opdrachtgever. Hij ontving meestal een kleine vergoeding voor zijn werkzaamheden. Zo is bekend dat een zekere Derk Lubbers, veldwachter in Westervoort, omstreeks 1835, als voetbode werd voorgedragen. Er werd een vergoeding voorgesteld van f10.00 per jaar en een vergoeding van 5 cent per brief. Antonij zal zeker niet meer ontvangen hebben.

 

Zoals we weten was Antonij naast piéton, boer en dagloner ook wever.  Dat weten we uit verschillende officiële aktes. Gezien de beperkte hoeveelheid land die Antonij huurde zal hij wel in opdracht hebben geweven voor de grotere boeren uit de omgeving of de lakenhandelaren die toen regelmatig langs kwamen om het vervaardigde laken te kopen.

Die lakenhandelaren leverden vaak de grondstoffen aan waar een wever dan het laken van weefde. De doeken die geweven werden waren mooi stevig en hadden allemaal een eigen patroon. Bij meer vermogende boeren werd er soms geweven volgens een eigen uniek patroon. Weven als beroep stond niet echt hoog aangeschreven. Het was vaak iets wat je erbij deed naast het boerenwerk.

 

Van weven kun je niet leven

Om zich in leven te houden had Antonij niet genoeg aan het weven. Hij was daarnaast ook dagloner en had hij bij zijn dorpsboerderijtje nog een klein stukje grond. Uit het verpondingsregister van circa 1800 blijkt dat hij over 25 roeden hofgrond (ca.100 m2) beschikte en dat hij elders nog 100 roedengrond (ca. 380 m2) had gepacht. Misschien liep daar wel een scharminkelige koe of een geit. Hij verbouwde daar wellicht de toen gebruikelijke groenten als kool, bonen en misschien wel een hoekje met tabak en geneeskrachtige kruiden. En er stond vast wel een appelboom op het erf. Ze werden daar speciaal dicht bij huis aangeplant om de appels gemakkelijker te oogsten. In de jaren dat er overvloedig appels waren at men soms op zondag ‘appelenpap’ of werden de appels aan de pannenkoeken toegevoegd.

In de jaren na het vertrek van de Fransen waren er landelijk veel problemen. Met name de hongerwinter van 1817-1818 was een ramp. In 1817 was de hele oogst mislukt en dat had ook zijn gevolgen voor de Achterhoek. Er waren in onzecontreien veel ongurefigurendiemetbedelenen landloperij aandekost probeerden te komen. Daarnaast trokken ook veel rondreizende arbeiders uit de Duitse streken door de Achterhoek op zoek naar werk. Op 15 december 1818, werd in de gemeente Wisch een burgerwacht ingesteld om problemen met landlopers en rondstruinende manschappen van Napoleons leger te bestrijden. Kortom ellende genoeg.

 

Maar daar bleef het niet bij. Ondanks alle ge- en verboden aangaande de bouw van huizen sloeg op 14juli 1825 ‘de klep’ (de torenklok). Brand! Volgens de overlevering was de zomer van1825 warm en zonnig. Dat kwam goed uit want de boeren waren laat met het hooien. Ook waren er boeren die het wel prettig vonden omdat hun laaggelegen gronden eindelijk droog kwamen te staan en dus beter bewerkt konden worden. Een nadeel was echter dat alles kurkdroog werd. Kort nadat de nachtwaker met zijn werk klaar was sloeg het noodlot toe. Er ontstond, vermoedelijk in het huis van weduwe Theodorus te Leuke, een hevige brand. Zij woonde naast de katholieke kerk. Die stond op de plaats tegenover het huidig marktplein. Haar huis was ‘een zeer goed huis, hetwelk vol was met winkelwaar.’ De vonken sloegen van haar huis over op de daken van de buren. Volgens het protestante kerkarchief stonden de huizen binnen een uur in lichterlaaie. Dat kon ook niet anders want ze waren grotendeels van hout en opgetrokken in vakwerk. De verschillende vakken waren opgevuld met wilgentenen die met leem waren aangesmeerd. Alle huizen waren met stro bedekt en stonden vlak bij elkaar. Sommige huizen leunden zelfs tegen elkaar. Onder leiding van opperbrandmeester Bernardus Lubbers, de bierbrouwer, werd de brandspuit naar de plek des onheils getrokken. Dat gebeurde door twee of drie paarden. Die moesten opgehaald en ingespannen worden waardoor er al veel kostbare tijd verloren ging. Toen de pomp eenmaal ter plaatse was werd de strijd met het vuur aangegaan. Opperbrandmeester Lubbers zette de mannen aan het werk. Bij een spuit werkten normaal gesproken twee pijpgasten en drie slangendragers. Daarnaast waren er per spuit 24 pompers nodig. Daarvan waren er steeds twaalf aan het werk. Verder werden de waterdragers opgesteld in rijen van twee om het water aan te dragen en om de lege emmers retour te zenden. Als de brand in het donker plaats vond, vroeg de veldwachter om kaarsen in de raamopeningen te zetten zodat er nog een beetje licht was. Hij zag er intussen op toe dat er geen ongeregeldheden als diefstallen en plunderingen plaatsvonden.

 

De vraag is of er door de droogte wel voldoende water aanwezig was, want de brand legde in enkele uren 30 huizen, de katholieke schuurkerk, een brouwerij, een pakhuis en drie tabaksschuren in de as. Gelukkig kwamen er geen mensen om, maar de brand was een ramp voor de dieren. In de archieven staat dat 35 varkens, 4 koeien, 1 kalf en vier geiten verbrandden. Een ramp voor de toenmalige arme bevolking. De totale schade bedroeg maar liefst f. 70.000, -. Deze schade werd maar voor f. 21.000, - door de verzekering gedekt. De schade was vooral groot onder de bezitters van de kleine huizen. Zij verloren alles en hadden ook geen brandverzekering. Op grond van de bekende gegevens moet worden aangenomen dat het hoogst gelegen deel van het dorp ten prooi is gevallen aan de vlammen. De wind heeft vermoedelijk uit noord-westelijke richting gewaaid waardoor de katholieke kerk naast het pand van de weduwe Te Leuke ook in brand geraakte. Voor de bewoners uit de verre omgeving moet het een enorm schouwspel zijn geweest. Net alsof de Silvoldseberg brandde als een fakkel. De verslagenheid onder de bevolking was groot. Dat blijkt uit een artikel dat de Schout van Wisch in de Arnhemmer Courant, de Staatscourant en de Haarlemmer liet plaatsen om landelijk bekendheid te geven aan de ramp.

 

Bedelbrief aan de Weledelgestrenge Heren

 “Den noodlottigen brand welke op den 14e dezer het dorp Sillevold bijna half in de asch heeft gelegd, heeft een groot aantal ingezetenen van alles beroofd, en als het ware, tot den Bedelstaf gebragt, zoo daarin niet door spoedigen inzameling van milddadige giften voorzien worde. Het is dan met overleg van den Heere Hoofdschout van Bredevoort, dat het plaatselijke bestuur van Wisch het noodzakelijk achtte om in de hoofdplaatsderprovincieeene commissiedaartestellen, welke zich met het inzamelen van penningen ten behoeve dier slachtoffers konde bezig houden, en tot het waarnemen dezer commissie uit te nodigen de Heeren: J.M. de Kempenaar, en D.G. van Embden. Tengevolge van dien is het mijne Heeren! dat ik de vrijheid neme UWEdGestr. door deze tot voorzeiden en de namens het Gemeente Bestuur van Wisch uit te nodigen niet twijfelende of UWEdGestr., zullen den last daaraan verbonden wel gelieven te laten welgevallen, en het zich tot genoegzame beloning te rekenen om in het lot van een ongelukkig dorp zoo veel mogelijk tot verzagting der geledene rampen te helpen bijdragen.

 

Ik heb de Eer mij met de meeste Hoogachting te noemen

WelEdgestr. Heeren

Ued Dienaar

Defung* Schout van Wisch

 

*De afkorting‘fung’ betekent fungerend

 

Ook Antonij had heel veel schade, hij was alles kwijt. Een totaal bedrag van maar liefst 800 gulden. In die dagen een vermogen. In het officiële overzicht van de door de brand veroorzaakte schade staat te lezen:

 

“Huisnummer 49: Kwak Antonij: 1huis, waarde 650.-.-, Mobilair waaronder begreepen klederen, linnen,  beddegoed en levendighe have en vhee waarde150.-”

Dat jaar was er geen kermis in Silvolde. De opbouw van het dorp was veel belangrijker. En daar werd alle beschikbare tijd en geld in gestoken. Ter vervanging van de katholieke kerk werd de grote houtskoolschuur van Lucas Pierik ingericht als noodkerk. Die heeft als zodanig nog dienst gedaan tot de RoomsKatholieke bevolking in 1838 een nieuwe kerk kreeg.

Om de nood te kunnen lenigen kwam er een provinciale collecte die f. 7000, opbracht. De koning verhoogde het bedrag met een bijdrage van f. 5500, - en daarnaast kwam er via een oproep in de krant nog een bedrag van f. 2500, binnen. Met het laatste bedrag werd vrijwel zeker de eerste nood gelenigd met de beide andere bedragen werden met name de ‘kleine luiden’ die onverzekerd waren geholpen. Die kregen tot 55% van de getaxeerde waarde uitbetaald. De goed verzekerden kregen niets.

 

“Kwak schade 800 ontv. 378.50.-. zijnde een wever is zijn weefgetouw en al zijn gereedschap verbrand.”

 

Deze regel staat geschreven in een overzicht van deze uitbetalingen in het gemeentearchief van Wisch (VarsseveldIX Openbare werken no 811).Antonij kreeg dus maar een deel van zijn huis vergoed. Een bedrag van ongeveer 300 gulden. In die tijd kostte een weefgetouw met toebehoren ongeveer 30 gulden aldus een aantekening in een testament van een inwoner van Silvolde uit 1828. Het is dus bij Antonij zeker geen ‘in de brand uit de brand’.

Kosten van begraven:

♦ Graven van het graf 50 ct.

♦ Voor het openen en sluiten van de

   poort 20 ct

♦ Het kopen van een graf:  20 gulden

♦ Het plaatsen van een zerk of kruis:

   10 gulden

Overlijdensakte Antonij

Overlijdensakte Hendrina

Overleden kinderen

Naast alle strubbelingen in het dagelijkse leven en de grote brand is het leven voor Antonij en Henderina niet echt eenvoudig verlopen. De kerkklok heel wat keren geluid. In de periodevan 1794 tot1818 werden er in het gezin 10 kinderen geboren. Slechts vier kinderen haalden de volwassen leeftijd. De andere kinderen overleden veel te vroeg. Willem [99] werd maar 5 jaar oud. De tweede Willem [101] in het gezin werd niet ouder dan 20 jaar evenals Hendrika [102].

De laatste drie kinderen van Antonij en Hendrina kwamen allemaal levenloos  ter wereld in 1811, 1816 en 1818. Afgezien van het leed was een overlijden ook nog eens een financiële aderlating. Bij een dagloon van ongeveer 20 stuivers waren de begrafeniskosten nauwelijks te betalen. Zo zal het plaatsen van een steen en een kruis wel helemaal niet aan de orde zijn geweest. Wanneer de ouders de kosten van de begrafenis niet konden betalen werden die vaak gedragen door de diaconie. Een aantekening daarover kom je in de archieven regelmatig tegen.

 

Opvallend is wel dat moeder Hendrina de laatste drie kinderen kreeg op 40, 45 en 47 jarige leeftijd. Geen leeftijd waarop een geboorte destijds succesvol kon verlopen. Aan de andere kant moet je bedenken dat het in die tijd heel normaal was om je in eerste instantie niet teveel aan pasgeborenen te hechten gezien de hoge kindersterfte.

 

Overlijden van Antonij

Antonij overleed op 27 november 1832. Hij werd 68 jaar. Hij woonde toen in Silvolde in wijk B op nr 113, net buiten het dorp. Zijn dochter Aaltjen, woonde nog thuis. In latere jaren komen we haar tegen in het bevolkingsregister (1826-1829) van Varsseveld. Ze was toen dienstmeid bij Johannes ten Beest op huisnummer 118 dat plaatselijk bekend staat als ‘Groot Hartsheuvel’. Volgens het register van 1829-1839 verbleef ze nog steeds op dat adres, maar nu in dienst van Gerrit Hofs. Op 10 maart 1938 trouwt dochter Aaltjen met Waander Masselink een dagloner uit Doetinchem. Uit dit huwelijk worden 7 kinderen geboren.

 

Waar de oudste zoon Berend Kwak is gebleven is helaas onbekend. Van hem ontbreekt tot op heden ieder spoor. Het is heel goed mogelijk dat hij richting Duitsland is vertrokken. In die tijd was dat heel gebruikelijk. Verder woonden op nummer 113 dochter Johanna Kwak en haar echtgenoot Jan Hendrik Aalbers. De onwettige zoon van Johanna, Gerrit Willem Kwak, geboren in 1825 en dochtertje Johanna Antonetta die werd geboren na haar huwelijk met Jan Hendrik Aalbers leefden er ook. Gerrit Willem Kwak was de grondlegger van de tak die later eigenaar werd van de ‘Kwaksmölle’ in Varsseveld. 

 

De vrouw van Antonij Hendrina leefde maar liefst 19 jaar langer en werd ongeveer 79 jaar. Ze overleed op 27 januari 1851.

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved