Gerrit Kwak - 1356


Gezinsbladen van Gerrit Kwak:

molenaar van de Kwaksmölle in Varsseveld

In al de akten van Gerrit Kwak [1356](boven) wordt regelmatig  met de naam gewisseld. Dat komt  omdat hij in de volksmond regelmatig Gerrit-Willem wordt  genoemd. De ene keer heet hij  Gerrit Kwak en de andere keer heet hij Willem Aalbers of Willem Kwak. (Zie foto bouw opdrcht nieuwe molen). Deze verschrijvingen zijn  ontstaan vanwege het feit dat hij als onecht kind te boek staat.

a: askop

b: bovenwiel

c: bonkelaar

d: koningsspil

e: luiwerk(hijsinrichting voor zakken meel)

f: spoorwiel

g: steenschijfloop

h: steenspil

i: loper(bovenste molensteen)

Een stenderkastmolen dankt zijn naam aan de bouwwijze. De molen is namelijk gebouwd rond een eiken stender (staander) met een door-snede van ongeveer 75 cm. Deze staander staat rechtop op de onderbouw en de hele  molenkast is er omheen  gebouwd. Door deze methode wordt de hele kast gekruid  (rondgedraaid) in de richting  van de wind. De kast bestaat  uit diverse  verdiepingen. Binnenin zit het complete raderwerk en de molen-stenen.  De stenen komen veelal uit de Eifel en worden via de Rijn aangevoerd. Ze  worden ‘blauwe stenen’ genoemd. Het graan wordt naar de eerste of tweede  verdieping getakeld met het zogenaamde ‘luiwerk’ (een hijsinrichting).

 

Rosmolens worden niet  meer gebruikt. Het waren molens  waarbij de maalstenen door een ros (paard) in  beweging werden gebracht.  Meestal waren dat paarden die  alleen nog maar geschikt waren voor de slacht. Ze  hoefden in de molen alleen maar rondjes te lopen.

De overheid stelde in 1829 de volgende maaltarieven per mud (70 kilo) vast:

 

♦ tarwe 45 cent

♦ rogge 36 cent

♦ boekweit 25 cent

♦ haver 20 cent

♦ bonen en erwten 30 cent

♦ mout 22 cent

♦ gerst en gemengd zaad 25 cent

Nessenhuuske

Brief van Burgemeester Van der Zande

Johan Willem Kwak [1381] 

Kwaksmölle en tramstation na1922

Kwaksmölle ca. 1930

Hein [1385] en Willem Kwak[1386] 

Kwaksmölle na de oorlog in1945. Schilder Jan Plante: tekst achterkant met de namen van de dankbare gevers.

Molenspreuken:

♦ Hij loopt met molentjes - hij is gek.

♦ Een stille molen maalt geen meel - je bereikt niets zonder werken

♦ Hij heeft een klap van de molenwiek gehad - hij is een warrig persoon

♦ Dat is koren op zijn molen - dat komt hem goed van  pas

♦ Het zit in de molen - er wordt aan gewerkt.

♥ (1) Gezinsblad van Aleyda Wendelina Loor & Gerrit Kwak

 

Gerrit Kwak [1356], zn. van Jan Hendrik Albers (Aalbers) [1286] (Boerenknecht) en Johanna Kwak [100],

geb. te Wisch op 26 mei 1825,

Molenaar,

ovl. (65 jaar oud) te Wisch op 7 okt 1890,

(resp. 27 en ongeveer 22 jaar oud) (1) [419] te Wisch Wisch 1852/22 op 10 jun 1852

met Albertina Hendrieka Loor [1368], dr. van Derk Jan Loor [1366] (Koetsier) en Antonia Janssen [1367],

geb. circa 1830,

Dienstmeid,

ovl. (ongeveer 22 jaar oud) te Wisch akte 0207-2371/22 op 10 jun 1852.

 

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 

Johan Albert Willem [1375],

geb. te Wisch op 29 aug 1855 Woonachtig Varseveld 429a,

ovl. (3 jaar oud) te Wisch op 1 dec 1858.

 

Hendrik Jan Gerhard [1374],

geb. te Wisch op 4 feb 1857,

ovl. (9 maanden oud) te Wisch op 24 nov 1857 Varseveld no. 429.

 

Hendrikus Gerhardus [1421],

geb. te Wisch op 26 jun 1858,

ovl. (3 jaar oud) te Wisch op 25 dec 1861.

 

Johanna Aleida Wendelina [1377],

geb. op 5 jan 1860 Geboren Varseveld no. 416,

tr. (resp. 26 en ongeveer 32 jaar oud) [438] te Wisch op 15 apr 1886 Wisch 1886/13

met Derk Willem Wisselink [1408], zn. van Wessel Wisselink [1406](Landbouwer) en Grada Hendrika Heusinkveld [1407],

geb. circa 1854,

Hoofd onderwijzer.

Uit dit huwelijk een dochter.

 

Johanna Albertina [1378],

geb. te Wisch op 22 aug 1861 Geboren Varseveld no. 46,

ovl. (20 dagen oud) te Wisch op 11 sep 1861 Varseveld no.46.

 

Hendrikus Gerhardus [1444],

geb. te Wisch op 9 sep 1863,

ovl. (16 jaar oud) te Wisch op 14 mrt 1880.       

♥ (2) Gezinsblad van Albertina Hendrieka Colenbrander & Gerrit Kwak [1356],


Gerrit Kwak [1356], zn. van Jan Hendrik Albers (Aalbers) [1286] (Boerenknecht) en Johanna Kwak [100],

geb. te Wisch op 26 mei 1825,

Molenaar,

ovl. (65 jaar oud) te Wisch op 7 okt 1890,

tr. (2) (resp. 29 en ongeveer 23 jaar oud) [421] te Wisch akte 0207-2370/44 op 26 okt 1854

met Aleyda Wendelina Colenbrander [1372], dr. van Hendrik Jan Colenbrander [1370] (Landbouwer) en Hanna Willemina Nijenhuis [1371],

geb. te Varsseveld circa 25 mei 1831 Akte 75,

ovl. (hoogstens 30 jaar oud) voor 1862.


Uit dit huwelijk een dochter:


Antonetta Hendrika [1369],

geb. te Wisch op 4 mei 1853 Geboorteadres: Varseveld no. 423,

ovl. (47 jaar oud) te Wisch op 10 feb 1901 Algemene begraafplaats Varsseveld. Op eerste rij, rechts van huisje. Grafsteen Hendrik Becking en Antonia Becking, geb. Kwak,

tr. (61 jaar oud) [443] op 19 nov 1914 Wisch 1879/39

met Hendrik Becking [1419]. Uit dit huwelijk 3 kinderen.


♥ (3) Gezinsblad van Hanna Willemina Colenbrander & Gerrit Kwak

 

Gerrit Kwak [1356], zn. van Jan Hendrik Albers (Aalbers) [1286] (Boerenknecht) en Johanna Kwak [100],

geb. te Wisch op 26 mei 1825,

Molenaar,

ovl. (65 jaar oud) te Wisch op 7 okt 1890,

tr. (resp. 37 en ongeveer 23 jaar oud) (3) [422] te Wisch akte 0207-2369/48 op 6 nov 1862

met Hanna Willemina Colenbrander [1373], dr. van Hendrik Jan Colenbrander [1370] (Landbouwer) en Hanna Willemina Nijenhuis [1371],

geb. circa 10 aug 1839 Akte 113.

 

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 

Hendrikus Gerhardus [1380],

geb. te Wisch op 13 mrt 1863,

ovl. (17 jaar oud) te Wisch op 9 sep 1880 Varseveld no. 46.

 

Aleida Wendelina [1379],

geb. te Wisch op 27 sep 1866,

tr. (resp. 32 en ongeveer 26 jaar oud) [440] te Wisch op 29 nov 1898 Wisch 1898/59

met Johannes Casper Buser [1412], zn. van Johannes Hendrikus Buser [1410]en Christina Adriana Lagee [1411],

geb. in 1872,

Winkelier.

Uit dit huwelijk geen kinderen.

 

Johan Willem [1381],

geb. te Wisch op 4 jun 1869,

Pluimvee handelaar, molenaar,

ovl. (86 jaar oud) te Wisch op 21 apr 1956,

tr. (resp. 29 en ongeveer 23 jaar oud) [424] te Wisch Wisch 1898/41 op 21 jul 1898

met Ziene Wisselink [1384], dr. van Wessel Wisselink [1382]en Grada Johanna Gussinklo [1383],

geb. circa 1875.

Uit dit huwelijk 3 kinderen.

 

De Kwaksmölle in Varsseveld

Op 26 mei 1825 baart Johanna Kwak een zoon. Zij is nog ongehuwd en geeft het kind de naam Gerrit. Johanna is het derde kind van Antonij Kwak en Henderina Kuiperij. Wellicht is het kind afkomstig van haar latere echtgenoot Jan Hendrik Aalbers. Daar is eigenlijk echter niets met zekerheid over te zeggen omdat er geen vermeldingen van zijn. Wel is bekend dat Johanna na het huwelijk met Jan Hendrik op 6 januari 1829 bij vader Antonij Kwak inwoont op huisnummer 113 in Silvolde, net buiten de kern van het dorp. Ze heeft dan inmiddels ook een dochter van Jan Hendrik: Johanna Antonetta. Alleen Gerrit blijft de naam Kwak als achternaam dragen. Haar oudste zoon gaat daardoor de geschiedenis in als de naamgever van de Kwaksmölle van Varsseveld. Hij komt namelijk in mei 1851 als pachter op molen de Haan. Wat ging er aan vooraf?

 

Recht van de wind

Wanneer na de inlijving van Nederland door Napoleon de adel zijn privilegesverliest komter dan meer ruimte voor initiatieven van de kleine man. Zo verliest de adel onder andere ‘het recht van de wind’. Dat recht hield in dat zij alleen het recht hadden om een molen op te richten en zo voor de hele streek het graan te malen. Dat werd mede mogelijk gemaakt door de ‘molendwang’. De bewoners van de streek waren door deze molendwang gedwongen in de molen van de adellijke heren hun graan te laten malen.Op ontduiking van deze dwang stond een forse boete.

 

Niet lang na het bekrachtigen van deze maatregel sticht L.Th. Becking omstreeks1820 de wind korenmolen ‘deHaan’.

Laurens Becking renteniert en woont aan het Kerkplein in Varsseveld in het ‘Schatbeurdershuis’. Hij is de grondeigenaar en sticht de molen als een vorm van geldbelegging. De grond ligt op de‘Breide’ opongeveer 5 minuten gaans (lopen) van de kern van het dorp. Het is een ‘stenderkaste’ (standaardmolen). Een molen met twee paar stenen om graan te malen en een inrichting om gierst te pellen met behulp van stampers. Deze molen ligt aan het Zelhemse voetpad: een oud kerkpad dat vanuit het dorp richting Zelhem loopt.

 

De eerste pachter

De eerste pachter en molenaar is Laurens Colenbrander. Hij woont in de buurt van de molen ‘op de Kamp’ aan de Doetinchemseweg. In 1825 wordt Derk Adolph Colenbrander zijn opvolger. Hij is afkomstig van boerderij ‘de Es’ die dicht bij de molen gelegen is. In dezelfde periode vraagt eigenaar Becking een vergunning aan voor een rosmolen.

Een rosmolen is voor een windmolenaar interessant omdat er dan ook gemalen kan worden wanneer er geen wind is. Daarbij komt nog dat met een rosmolen ook producten als gort, grutten, oliezaden, mout of schors gemalen konden worden. Met deze producten kon dan gehandeld worden, iets wat door een wettelijke regeling met het gemalen meel niet mocht. Het verzoek wordt echter geweigerd omdat er al drie rosmolens in de gemeente zijn. Dat was jammer, want het alleen maar malen op de wind was zeker geen goudmijn. De molenaar werd destijds betaald door middel van het ‘scheploon’. Dat was een betaling in natura. De molenaar schepte meestal één/zestiende van het te malen graan als zijn loon uit het aangeboden graan. Dit scheploon viel echter nauwelijks te controleren omdat de maat van de schep nogal verschilde. Molenaars rekenden dus nogal eens naar zich toe.

 

Derk Adolph blijft niet lang molenaar, hij gaat naar de Nieuwe Molen en rond 1828 wordt zijn werk overgenomen door Gerrit Jan Reinek. Ook die blijft niet lang en wordt in 1830 opgevolgd door Harmanus Arentsen. Deze molenaar is tevens organist van de Ned. Hervormde kerk te Varsseveld en heeft een tapperij. Als organist verdient hij niet al te veel, het is meer een eretitel, dus moet hij als molenaar de kost verdienen. Ook van de tapperij moet hij het niet hebben want daarvan zijn er in die tijd een stuk of vijftien in en rond Varsseveld. Harmanus verzoekt in 1833 vrijstelling van militaire dienst voor Harmanus jr. vanwege zijn slechte gezondheid. Deze neemt de functie van molenaar dan ook over.

 

Na het overlijden van eigenaar Becking komt de molen, door vererving in handen van Jan Fredrik Rogge, grondeigenaar en bezitter van een steenfabriek in Gendringen. Hij wil ook meer rendement uit de molen halen en dient opnieuw een verzoek in voor de bouw van een rosmolen. Deze keer wordt de vergunning wel verleend en  gaat molenbouwer Kreeftenberg aan de slag.

 

Brand

Op de molen rust echter geen zegen. Dat blijkt uit correspondentie van de toenmalige burgermeester die schrijft dat op 10 november 1838 de rosmolen is afgebrand. Een ooggetuige geeft aan dat het haar opviel dat er ’s avonds omstreeks ‘half elf uren’ in de rosmolen nogal onvoorzichtig met een grote lamp werd omgegaan. Het is een fikse brand. De plaatselijke brandweer verrichte echter uitstekend werk, want de nabij staande windkorenmolen blijft behouden.

 

Brand op een molen kwam vroeger regelmatig voor, vooral door blikseminslag maar ook doordat de molen soms op hol sloeg. Het op hol slaan vergt enige uitleg. Bij het werken met een molen is de molenaar totaal afhankelijk van het weer: geen wind, geen draaiende wieken. In de praktijk betekende het dus  dat alvorens met malen te beginnen de molenaar zijn molen op de wind moest kruien. Bij de stenderkastmolen draait, zoals we nu weten de hele romp; bij molens met een vaste romp alleen de kap. Als de wind niet sterk genoeg was werden de wieken voorzien van zeilen waardoor ze meer wind vingen en er toch gemalen kon worden. Bij veranderlijke wind moest er door de molenaar stevig aangepoot worden. Vooral bij naderend onweer of storm was het extra oppassen geblazen. Als de molen dan niet op tijd vastgezet werd, konden de wieken op hol slaan en raakten door de wrijving de aanwezige assen en tandwielen die allemaal van hout waren oververhit en vloog de molen in brand.

 

De rosmolen is gelukkig verzekerd in de brandassurantie te Loenen aan de Vecht voor f 600,-. Dus er kan al snel met de herbouw begonnen worden. In 1849 krijgt de Haan zoals de molen nog steeds heet concurrentie. Want naast de al aanwezige ‘Olde Mölle’ komt er een derde molen op de Weijkamp aan de Hiddinkdijk. Harmanus Arentsen jr. besluit daar een nieuwe windkorenmolen te bouwen. Molenmaker Kreeftenberg bouwt deze molen die de naam ‘de Hoop’ krijgt. Harmanus Arentsen jr. verlaat zijn oude molen ‘de Haan’ en deze wordt enkele jaren bemalen door Jan Gerhard Colenbrander, een zoon van de eerste molenaar Laurens Colenbrander.

 

Belastingmaatregel

Jan Gerhard had regelmatig problemen met de belasting. Er was namelijk een belastingmaatregel ingesteld doorkoning Willem I omhet land, na het failliet van de Franse overheersing weer overeind te helpen. Het was een belasting op koffie, suiker, brandstof en op het gemaal. Deze wet (opgeheven in 1855) verbood de molenaar om de molen te combineren met een meelhandel zodat ze in slappe tijden nauwelijks iets bij konden verdienen. Zo moest iedere partij (molenaar en handelaar ) voorzien zijn van de juiste papieren en mocht het meel ook geen nabehandeling ondergaan. Deze maatregel veroorzaakte een grote administratieve rompslomp.

 

In 1850 liep Jan Gerhard tegen de lamp. Hij maalde een partij rogge voor de weduwe J. Becking te Varsseveld, buiten de toegestane tijden. Na zeven uur’s avonds mocht er namelijk niet meer gemalen worden omdat dat niet te controleren was. De boete bedroeg maar liefst f 200,00. Een gigantisch bedrag  wanneer je bedenkt dat een timmerman toentertijd tussen de 60 en 80 cent per dag verdiende.

 

Dit was niet het enige probleem van onze molenaar. Uiteindelijk komt hij zelfs in het gevang terecht. Hij stond volgens de overlevering wat al te vaak met de neus vooraan. Zijn gevangschap had hij te danken aan een vechtpartij op de kermis. Vermoedelijk met de eigenaar van de molen.

 

De ‘Haan’ wordt  ‘Kwaksmölle’

Op dat moment, in 1851, komt Gerrit Kwak als molenaar op de molen. Eerst als pachter maar na enkele jaren wordt hij de eigenaar. Door hem krijgt molen ‘de Haan’ later de naam ‘Kwaksmölle’. In eerste instantie is hij in de kost bij de boerderij ‘den Es’. Maar op 10 juni 1852 trouwt hij op 27-jarige leeftijd met Albertina Hendrika Loor, een 22- jarige dienstmeid uit Silvolde. Ze gaan wonen in het ‘Nessenhuuske’ aan de Doetinchemseweg. Een heel klein met pannen bedekt  bouwwerk dat hoorde bij de boerderij waar Gerrit in de kost was. Het was eigenlijk meer een schuur en vermoedelijk een soort noodwoning omdat veel gezinnen op dit adres gewoond hadden. Lang hebben ze samen niet kunnen genieten. Acht dagen na de geboorte van dochter Anthonetta Hendrika overlijdt de moeder op 19 mei 1853. Ruim een jaar later treedt Gerrit opnieuw in het huwelijk.

 

Hij trouwt met Aleida Wendelina Colenbrander afkomstig van boerderij ‘de Bettekamp’. Ze gaan wonen aan de Doetinchemseweg 16. Ook het tweede huwelijk van Gerrit loopt uit op een drama. Achtereenvolgens overlijden zoon Johan Albert Willem en zoon Hendrik Jan Gerhard. In 1858 wordt zoon Hendrikus Gerhardus geboren en lijkt het tij te keren.

Maar dan brandt op 28 januari 1859 molen De Haan van de familie Kwak tot de grond toe af. Timmerman Kreeftenberg vermeldt die dag in zijn klantenboek:

 

“In 1859 den 28 van Janwarij des agtermiddags om vijf uren rakte deze moole in min biwezen in de brand en was dadelik onblusbaar en brande tot des avonds negen uur ten vilde-staander en stanbalke.” (tot de gebinten)

 

Burgemeester Jan van der Zande meldt aan de officier van justitie op 28 januari 1859:

“Bij deze geef ik UED te kennen, dat op gisteren-middag omstreeks vijf uur brand is ontstaan in de windkoornmolen toebehorende aan Gerrit Kwak alhier, staande op ongeveer vijf minuten van het dorp Varsseveld. De brand nam zo spoedig toe, dat er aan blusschen niet te denken viel en de molen tot de grond toe afbrandde. Dezelve is vermoedelijk ontstaan door de kagchel welke op de molen heeft gebrand. Aan moedwil of boos opzet is hier niet te denken. De molen is verzekerd in de Zwolsche Brandwaarborgmij. Voor eene som van F.5.000,00.”

Opdracht voor de bouw van de nieuwe molen

 

Gelukkig blijft de rosmolen gespaard en kan er dus nog wat gemalen worden. Terwijl de resten van de molen nog nasmeulen, geeft Gerrit aan molenmaker H.H.Kreeftenberg en timmerman W. Kreeftenberg de opdracht voor de bouw van een nieuwe stenen beltmolen op de plaats van de verbrande houten ‘stenderkaste’. Gerrit kiest waarschijnlijk voor een stenen molen omdat een stenderkast veel onderhoudsgevoeliger is en een beperktere ruimte biedt. Het wordt een moderne stenen molen gebouwd met het oog op de toekomst. Al een week na de brand gaat de timmerman op weg naar Zutphen om iepenhout te kopen. Iepenhout is kwalitatief namelijk het beste omdat het heel soepel is. Er wordt hard gewerkt en na ongeveer zeven maanden kan er voor het eerst met de nieuwe molen gemalen worden.

 

Een beltmolen levert over het algemeen meer rendement. Hij is veel hoger waardoor meer wind gevangen kan worden.  Rondom een dergelijke molen wordt na de bouw van de romp een bergzand opgeworpen. Dit is de belt of bult.  Bovenop de belt kan het wiekenkruis gemakkelijk bediend worden of de zeilen aangebracht worden. De werkvloer is op de eerste  verdieping en het laden en lossen gebeurt op de begane grond.Via het luiwerk wordt  het graan op de eerste verdieping gebracht. Niet zelden kun je met paard en wagen onder een beltmolen door rijden

 

Als afsluiting van de bouw wordt een paar maand later, op 28 april 1860, ‘ de Haan’ achter op de molen geplaatst. De molen is er weer en draait statig en hoog boven de weilanden en de akkers van ‘de Breide’, maar nog zijn de rampen voor Gerrit Kwak niet achter de rug

 

In 1861 slaat het noodlot opnieuw toe. Op 10 september 1861 overlijdt Gerrit’s jongste dochter op een leeftijd van drie weken. Enkele weken daarna, op 30 september 1861, sterft ook echtgenote Aleida Kwak-Colenbrander op 30jarige leeftijd. Je vraagt je af hoe veel ellende een mens verdragen kan, want op 25 december 1861 overlijdt zoon Hendrik Gerhard op een leeftijd van drie en een half jaar. Terugkijkend zien we dat Gerrit in nog geen tien jaar tijd twee keer weduwenaar werd en vier kinderen verloor. Om nog maar te zwijgen van zijn molen die tot de grond toe afbrandde.

 

Gerrit blijft achter met twee dochters. Eén van acht jaar en een van twee jaar oud. Daarom trouwt hij op 6 november 1862 opnieuw maar nu met zijn 23-jarige schoonzuster, Hanna Willemina Colenbrander. Uit dit derde huwelijk worden nog eens drie kinderen geboren. Ook nu wordt Gerrit niet gespaard, op 8 september 1880 overlijdt zoon Hendrikus Gerhardus, de enige overgebleven zoon uit zijn tweede huwelijk.

 

Weer zit Gerrit niet bij de pakken neer en in1868 breidt hij zijn bedrijf uit met het oprichten van een bakkerij aan de Doetinchemseweg 16. Hij gaat dan niet zelf aan het broodkneden. Het deeg wordt door zijn klanten kant-en-klaar aangevoerd.Gerrit bakt het alleen af.

 

Johan Willem Kwak

Op 7 oktober 1890 overlijdt Gerrit Kwak op 65-jarige leeftijd. Zoon Johan Willem Kwak uit zijn derde huwelijk neemt de zaak over. Hij is op dat moment 21 jaar. Hij trouwt in 1898 met Ziene Wisselink van het ‘Olde Seesink’ aan de Harterinkdijk in Sinderen. Het stel gaat inwonen bij moeder aan de Doetinchemseweg 16 te Varsseveld. Hier worden een dochter en twee zonen geboren. Hendrika Johanna in 1895, Hendrikus Gerhardus in 1898 en Gerrit Willem in 1902. Johan Willem gaat voorvarend te werk en wanneer de aan- en afvoer van de goederen sterk verbetert door een netwerk van nieuwe spoorlijnen en tramwegen in de Achterhoek besluit hij met de tijd mee te gaan en de molen te voorzien van een petroleummotor. Hij is nu niet meer afhankelijk van de wind en kan een beter rendement maken. Op 28 april 1909 gaat het weer mis.

De Aaltensche krant bericht:

‘Zaterdag omstreeks een uur woedde er een sterke stormvlaag boven ons dorp, die nogal wat schade veroorzaakte. Vooral de korenmolen van J.W.Kwak moest het ontgelden, zo zelfs dat twee der wieken doormidden zijn gebroken.’

 

Maar ook deze Kwak laat zich niet weerhouden en gaat gestaag door. Hij meldt bijvoorbeeld dat hij tesamen met zijn collega molenaars H. Willink van den ‘OldeMölle’, K. Beeftink van de ‘Beeftinkmolen’, en D.A. Colenbrander van de ‘Nieuwe Molen’ een gezamenlijke handel in meel heeft opgezet. Een duidelijke verruiming van de bestaande werkzaamheden.

 

Op 26 januari 1937 heeft de plaatselijke krant weer een primeur:

‘J.W. Kwak, molenaar alhier, heeft zijn windkorenmolen van een nieuw soort wieken voorzien, naar een geheel nieuw systeem dat tot nu toe niet in de praktijk was gebracht. Volgens theorie en onderzoek van Kwak moet deze constructie belangrijk meer de snelheid van de wind productief kunnen maken dan de wieken bespannen met zeildoek. Dit systeem is gepatenteerd door K. Bilau en geeft een vlugger en sierlijker aanzien, doordat de wieken en de einden  breder zijn.’

 

Hein en Willem Kwak

De laatste molenaars van het molenaarsgeslacht Kwak zijn de gebroeders Hein en Willem Kwak , de zonen van Johan Willem. Hein blijft ongehuwd maar zijn broer Willem trouwt met Grada Bussink. Ze krijgen een zoon Johan Willem (Han) Kwak. Hij wordt geboren op 14 december 1935.

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog draaide de molen gewoon door. Maar na verloop van tijd draaide de bezetter de duimschroeven aan. Vanuit het westen komen veel mensen naar de Achterhoek. Ook in Varsseveld kwamen veel mensen om steun vragen. De bevolking liet zich niet onbetuigd. Opvallend was de grote hoeveelheid roggebrood die vanuit Varsseveld naar het westen werd gestuurd, vooral naar familie en bekenden. De trein waarmee al dit brood werd vervoerd werd ook wel de ‘roggebrood expres’ genoemd. Aan het eind van de oorlog namen de bombardementsvluchten toe en diende de molen van Kwak als schuilkelder voor de buren. Door de belt was het namelijk een stevig onderkomen. Als dank voor deze schuilplaats kreeg Han Kwak na de oorlog van de buren een schilderij.

 

De molen van Kwak kwam er echter niet zonder kleerscheuren af. De molen werd door de terugtrekkende soldaten met granaten beschoten om te voorkomen dat de molen als mogelijke uitkijkpost dienst ging doen. Het kwam namelijk op verschillende plaatsen voor dat een molenaar door de stand van de wieken seinen gaf aan de oprukkende geallieerde troepen. Na de oorlog werd nog een tijdje gemalen met twee wieken. Maar die werden na verloop van tijd verwijderd en werd er alleen nog met motorkracht gemalen.

 

In 1951 werd door de molenmaker Kreeftenberg het hele binnenwerk, als assen en raderen, weg gehaald zodat de zolders dienst konden doen als opslagruimte. Dat was het einde van de eens zo trotse beltmolen.

 

Omdat Han Kwak, in 1966, uiteindelijk besluit niet in het molenaarsvak te stappen wordt,  besloten de molen voorgoed stil te zetten. Na honderd jaar is er geen Kwak meer die de molen draaiende houdt. De molen staat dan geruime tijd leeg en het verval slaat toe. Alhoewel de romp op de monumentenlijst staat is er geen geld voor onderhoud.

 

De molen doet een tijd lang dienst als opslagplaats, maar in 1970 wordt de romp door de gemeente opgekocht en wordt er een sociaal cultureel centrum in gesticht. In 1973 opent de Kwaksmölle opnieuw zijn deuren en is er dagelijks weer bedrijvigheid. Voor jong en oud.

 

Eigenlijk heeft de molen weer een deel van haar oude taak opgepakt. Molens waren vroeger in heel Nederland namelijk heel belangrijk. Ze maalden water, graan, veevoeder noem maar op. Ook brachten ze onze taal veel bekende uitspraken. Daarnaast waren korenmolens vroeger plaatsen waar veel nieuwtjes werden uitgewisseld. De molenaar was de schakel tussen de boeren, die het graan kwamen leveren en de bakker die het meel kwam halen. Maar in latere jaren ook de bevolking die bij de molen het brooddeeg afleverde waar de grote roggebroden werden afgebakken.

Kwaksmölle anno 2007

 

Koffieochtend

Op een koffieochtend voor senioren in oktober 2007 hield amateur historicus Gerard Bruil uit Varsseveld zijn lezing ‘Leven van de wind; de Kwaksmölle’, die werd bijgewoond door ruim vijftig geïnteresseerde luisteraars waaronder nazaat HanKwak en echtgenote Jeanette Kwak-Vossers.

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved