Hermanus Kwak - 70


Gezinsblad van Hermanus Kwak & Petronella Küster

Herman Kwak en Petronella Küster

vlnr: Herman uit Hamburg,
Hetty, Paula, Hedwig Möller en Gerhard Kwak


Herman Kwak

Martha Kwak

De ingang van het voormalige concentratiekamp Fuhlsbüttel: Altes Torhaus - gedenkteken vandaag 


https://de.wikipedia.org/wiki/KZ_Fuhlsb%C3%BCttel

Fuhlsbüttel

was één van de 96 buitenkampen van het concentratiekamp Neuengammen gelegen in de omgeving van Hamburg. In deze kampen verbleven ruim 106.000 mensen uit 28 landen. Voornamelijk joden, zigeuners, homosexuelen, prostituees en Jehova’s getuigen. Het kamp kende geen gaskamers maar toch stierven er meer dan 55.000 mensen vanwege epidemieën en gebrek aan voedsel. Kamp Neuengammen is voor verschillende Winterswijkers geen onbekende naam omdat de plaatselijke voorman van de communisten G. Kobus uit Meddo daar overleed op 22 februari 1942.

Het Zweedse huis. Sachsenwalthaus, 4 in Wohltorf

Hermanus (Herman) Kwak [70], zn. van Bernardus (Bernard) Kwak [62] (Wegwerker) en Johanna Maria Hösing [63] (Zonder),

geb. te Winterswijk op 25 sep 1876, ged. RK te Winterswijk op 25 sep 1876,

Kleermaker,

ovl. (84 jaar oud) te Reinbek‑Hamburg [Duitsland] op 13 mei 1961.

♥ tr. (resp. 25 en 23 jaar oud) [372] te Duisburg [Duitsland] op 3 okt 1901

met Petronella Küster [1245], dr. van Theodor Küster [1243] en Johanna Gerritsen [1244],

geb. te Rotthausen‑Essen [Duitsland] op 9 sep 1878, ovl. (53 jaar oud) te Hamburg [Duitsland] op 23 nov 1931.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 

  1. Johanna Bernhardina (Martha) [1247],
    geb. te Emmerich [Duitsland] op 26 nov 1903, ged. RK te Emmerich [Duitsland] op 29 nov 1903,
    Kantoorbediende,
    ovl. (79 jaar oud) te Ratzeburg [Duitsland] op 19 apr 1983.

  2. Theodorus Johannes (Theo) [1246] Alle nazaten van Theo Kwak hebben net als hijzelf het Nederlandse staatsburgerschap behouden,
    geb. te Emmerich [Duitsland] op 1 okt 1907, RK,
    Grossier,
    ovl. (64 jaar oud) te Reinbek‑Hamburg [Duitsland] op 2 aug 1972,
    ♥ tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 25 jaar oud) [374] te Hamburg [Duitsland] circa 1932
    met Eleonore Helene (Elli) Kotowski [1250], dr. van Franz Kotowski [1248] en Anna Brochonski [1249],
    geb. te Hamburg [Duitsland] op 6 mrt 1906,
    Kleermaakster,
    ovl. (66 jaar oud) te Wohltorf‑Hamburg [Duitsland] op 9 feb 1973,  begr. te Aumühle‑Hamburg, D.
    Uit dit huwelijk 3 kinderen.

‘Holland tik’

Na verschillende omzwervingen vestigde Herman zich uiteindelijk in Hamburg (D). Hij kwam daarna nog vaak in Nederland. Volgens zijn zeggen door de ‘Holland tik’ waar hij maar niet vanaf kon komen. Kleinkind Ulli heeft dezelfde tik en ging zover dat hij weer naar Nederland verhuisde. Hij en zijn broer Bernd vertellen over hun familie.


Hermanus (Herman) Kwak werd op 25 september 1876 in Winterswijk, op boerderij Esman, geboren. Hij was het achtste kind. Van zijn jeugd is weinig meer bekend dan dat hij de lagere school in Oeding (Duitsland) bezocht. Na de lagere school bleef hij niet lang thuis. Hij vertrok met attest naar Varsseveld. Vermoedelijk op 3 oktober 1889. Waarschijnlijk om de familie van zijn vader te bezoeken en daar tewerken.


In 1894 vertrok hij echter naar Bocholt. Hij werd daar ingeschreven als ‘Schreinergeselle’ (leerling meubelmaker). Dat vak beviel hem waarschijnlijk niet, want korte tijd later vertrok hij naar Duisburg en werd leerling kleermaker. Daar trouwde hij op 3 oktober met Petronella Küster uit Rothausen-Essen. Het paar krijgt twee kinderen: Johanna Bernhardina (Martha) en Theodorus Johannes (Theo).


Herman stond in de familie bekend als Wandergeselle, een soort rondtrekkende handwerkgezel. Waar hij overal gewerkt heeft is niet bekend. Vanuit de overlevering weten we echter wel dat hij zelfs in Amsterdam heeft gewerkt als kleermaker. Daar maakte hij kennis met de regenjassen van de firma Sturmflut met als resultaat dat hij vertrok naar de fabriek in Hamburg waar ze deze kleding toen maakten. Hij krijgt daar een baan als ‘Zuschneider’ (coupeur). Hamburg bleek uiteindelijk de plek waar het gezin zich definitief vestigde.

Toch heeft Herman zijn geboorteland nooit vergeten en kwam hij vaak op vakantie in Winterswijk. Hij kwam dan naaien voor het hele gezin. Hij vond het leuk om het bij hem zo bekende Winterswijkse dialect te blijven spreken. "Op de schoefkaore (kruiwagen) naor Indie”, was de standaard opmerking van hem als ze bijvoorbeeld spraken over zijn neef Paul die in die tijd plannen maakte om als boormeester naar Indonesië te gaan.

Hoewel het Herman in Hamburg zeker niet slecht verging was er ook verdriet. Zo verloor hij al vroeg zijn vrouw Petronella. Ze overleed, 23 november 1931, op 53-jarige leeftijd in Hamburg. Alleen dochter Martha was toen nog thuis. Theo was het huis al uit. Over zijn leven is eigenlijk niets bekend. Herman bleef bij de firma Sturmflut tot aan zijn pensionering in 1941. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, na zijn pensionering verhuisde het hele gezin naar Mölln, zestig kilometer buiten Hamburg. Dit als gevolg van de bombardementen op de stad. Herman overleed op de gezegende leeftijd van 84 jaar op 13 mei 1961 in Reinbek-Hamburg.

Dochter Martha
Dochter Martha is nooit meer uit Mölln vertrokken. Ze werkte na haar schoolopleiding op kantoor bij de firma Madaus, een groothandel voor homeopathische geneesmiddelen die in Mölln een kantoor had. Ze bleef ongehuwd en overleed op 19 april1983.


Gezinsblad Theo Kwak en Elli Kotowski

Theodorus Johannes (Theo) Kwak [1246] Alle nazaten van Theo Kwak hebben net als hijzelf het Nederlandse staatsburgerschap behouden, zn. van Hermanus (Herman) Kwak [70] (Kleermaker) en Petronella Küster [1245],

geb. te Emmerich [Duitsland] op 1 okt 1907,RK,

Grossier,

ovl. (64 jaar oud) te Reinbek‑Hamburg [Duitsland] op 2 aug 1972.

♥ tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 25 jaar oud) [374] te Hamburg [Duitsland] circa 1932

met Eleonore Helene (Elli) Kotowski [1250], dr. van Franz Kotowski [1248] en Anna Brochonski [1249],

geb. te Hamburg [Duitsland] op 6 mrt 1906,

Kleermaakster,

ovl. (66 jaar oud) te Wohltorf‑Hamburg [Duitsland] op 9 feb 1973, begr. te Aumühle‑Hamburg,D.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 

  1. Ulrich (Ulli) [1251],
    geb. te Hamburg [Duitsland] op 14 feb 1935,
    RK,
    Grossier,
    tr. (beiden 24 jaar oud) [375] te Hamburg [Duitsland] op 30 dec 1959
    met Monika Anna Magdalena Schwerdtner [1254], dr. van Max Schwerdtner [1255] en Johanna Grosch [1256],
    geb. te Görlitz [Duitsland] op 29 okt 1935,
    Technisch tekenaar.
    Uit dit huwelijk 3 dochters.

  2. Bernd [1252],
    geb. te Hamburg [Duitsland] op 12 mei 1938,
    Zakenman,
    tr. (23 jaar oud) (1) [376] te Hamburg [Duitsland] op 3 mrt 1962
    met Hannelore Kelker [1257]. Uit dit huwelijk 2 kinderen,
    tr. (resp. 58 en 47 jaar oud) (2) [689] op 31 mei 1996
    met Waltraud Krampe [2185],
    geb. te Neu‑Lankrau [Duitsland] op 5 apr 1949.
    Uit dit huwelijk geen kinderen.

  3. Gabrielle [1253],
    geb. te Reinbek‑Hamburg [Duitsland] op 30 jun 1941,
    Stewardes,
    tr. (35 jaar oud) [377] te Berlijn [Duitsland] op 7 jul 1976
    met Nn Nn [1258].
    Uit dit huwelijk een dochter.

 

Zoon Theo - Grossier -

Theo trouwde circa 1932 op 24-jarige leeftijd met Eleonore Helene (Elli) Kotowski, een dochter van, oorspronkelijk, Poolse ouders. Drie kinderen zagen het levenslicht: Ulli (1935), Bernd (1938) en Gabrielle (1941).

Theo bleek al snel een echte handelsgeest te hebben en werkte als boekhouder bij een importeur van fruit uit West-Indie. Hij vertrok daar na een stevige ruzie,omdat een boekhoudsysteem dat hij bedacht had door een collega werd gestolen die het onder zijn eigen naam aan de man bracht.


Hij is toen, op basis van de opgedane kennis, een groothandel in suikerwaren gestart. Daarnaast importeerde hij amandelen, kokos en andere tropische producten.


In eerste instantie ging het allemaal goed totdat de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Als ‘buitenlander’ - beide kinderen van Herman hadden beide het Nederlandse paspoort - was je per definitie verdacht. Theo moest niets hebben van de Nazi’s en was dus geen lid van de Nationaal Socialistische partij. In zo’n geval stond je voortdurend in de ‘belangstelling’ van de overheid. Toen hij dan ook bonje kreeg met een echte partijbons moest hij worden opgepakt. Op zoek naar Theo kwam de Gestapo bij zijn vrouw Elli in huis en zette haar onder druk om te weten te komen waar hij uithing. Het gezin woonde toen al in Mölln, maar daar was Theo alleen in het weekend. Hijzelf verbleef vrijwel de hele oorlog in een pension in Aumühle op ongeveer 20 kilometer buiten Hamburg.


Als rechtgeaarde Kwak kon Theo zijn mond niet houden en verkondigde altijd en overal zijn mening. Hij was over Hitler en het Nationaal Socialisme in Duitsland uiterst negatief en nam geen blad voor de mond. 


Hij dacht daarbij nooit na over de consequenties en dat kwam hem herhaaldelijk duur te staan. In eerste instantie werd Theo als ‘Ausländer’ gevangen gezet in interneringskamp Fuhlsbüttel. Het kamp lag in de buurt van Hamburg en er werden voornamelijk communisten en politieke tegenstanders opgesloten. Geen garantie voor een veilig leven, want er werden gedurende de tijd dat dit buitenkamp functioneerde ongeveer 450 mensen vermoord door de nazi’s. In die tijd kreeg hij van Nederlandse NSB’ers die daar leden ronselden te horen dat hij naar huis mocht wanneer hij lid werd van de NSB. Hij weigerde. Desondanks werd hij na een paar maanden vrijgelaten.


De woning in Wohltorf, waar de familie later woonde, stond vanwege de politieke omstandigheden niet op naam van Theo. Het was voor buitenlanders namelijk niet toegestaan om een woning te kopen. Die stond op naam van een zus van zijn vrouw Elli. Het huis stond bekend als het Zweedse huis omdat het volledig in hout was opgetrokken en door een Zweedse familie gebouwd. De villa was heel mooi, maar had een wat vreemde indeling. Zo was de keuken bijvoorbeeld op de benedenverdieping en de woonvertrekken op de eerste verdieping. Tijdens de zware bombardementen van Hamburg werd het huis een waar toevluchtsoord voor familie en kennissen. Iedereen was welkom en niet zelden sliepen er meer mensen op de grond dan er bedden in het huis waren. Ook neef Karel Kwak, die in de oorlog gedurende een tijdje boekhouder bij Theo was, en zijn vrouw Truus hebben er geslapen nadat ze in Hamburg waren weggebombardeerd.


Een tweede poging om Herman uit de weg te ruimen werd opnieuw door hem zelf veroorzaakt. Zijn uitspraken over de partij waren alom gekend. Zo’n uitspraak werd altijd voorafgegaan door de wijsvinger die zijn hoed naar achteren drukte en met de hoed achterop zijn hoofd maakte hij vervolgensde gewraakte uitspraak. Een opmerking tijdens een parade van de Nationaal Socialisten werd hem bijna fataal:


     Nazi’s die marschieren                Nazi’s die marcheren

     Sind gleich Affen die parieren.    Zijn precies apen die gehoorzamen


Prompt werd hij aangegeven en kwam op een transportlijst te staan. God mag weten waarheen. De poging om van hem af te komen werd verijdeld toen een aantal betrouwbare vrienden en kennissen zijn aangever meenamen naar de Reperbahn, een bekende rosse buurt in Hamburg. De man in kwestie werd uitgebreid getrakteerd en na afloop van het feest werd in de grossierderij stevig doorgezopen. Met als resultaat dat de aangifte in de kachel verdween. Theo kroop door het oog van de naald.

Bernd, Ulli, Gabi en moeder Elli
Circa 1942

Bernd, Gabi en Ulli

Theo kwam nog een keer met de Nazi-partij in aanraking toen hij eens een klant van de trap afgooide omdat hij het met diens uitspraken niet eens was. Deze klant deed aangifte en Theo werd vervolgens door de Duitse overheid ‘Kaufmännisch Unzuverlässig’ verklaard. Met de opmerking die hij in latere jaren nog regelmatig moest horen: “Mit euch Ausländische Schweine werden wir schon fertig” werd zijn zaak gesloten. Gelukkig kreeg hij het voor elkaar dat de zaak werd voortgezet op naam van een betrouwbare klant. Wel met veel vallen en opstaan.


Maar de ellende was nog niet afgelopen. Maar liefst twee keer werd de zaak van Theo vrijwel volledig weggebombardeerd. Eenmaal aan de Alterwall en de laatste keer aan de Brauersknecht Graben. Daar had hij in de puinhopen van de gebombardeerde stad een kelder waar zijn spullen, voor zover voorhanden, lagen opgeslagen. Boven de kelder was een gedeeltelijk verwoeste garage waar ze konden laden. Regelmatig werd de zaak, in het weekend, leeg geroofd. Om de dieven te ontmaskeren bleef hij een keer slapen en werd hij bij een inspectie buitenom zijn pand zelf door de politie opgepakt omdat ze dachten dat hij de dief was. In de laatste jaren van de oorlog kocht hij van een voortvluchtige Nederlandse Jood, ene Pollak, een echte Amerikaanse Chevrolet die de man in kwestie had gekocht . Daar was hij maar wat wijs mee. De man had hard geld nodig en Theo leende hem 5000 Mark met de auto als onderpand. De man dook nooit weer op en na de oorlog werd Theo op een keer opgepakt omdat de auto ooit was gestolen. Geld weg, auto weg. Een dure grap.


Na de oorlog werd de groothandel van Theo steeds groter en had hij veel succes. Vooral toen hij zich ging toeleggen op de verkoop van ‘Suβigkeiten’ (snoepjes) aan kermisexploitanten. Maar opnieuw werd zijn bedrijf getroffen door een grote ramp. Dit keer was de grote stormvloed die Hamburg teisterde in de nacht van 16 -17 feb. 1962 de oorzaak. De storm had windsterkten van meer dan 200 kilometer per uur en de doorbraak van de dijken langs de rivieren de Elbe en de Wezer zorgden voor grote overstromingen. Tot 100 kilometer van de kust had men nog last van de schade. Na alle ellende in de Tweede Wereldoorlog en de schade van het water werd Theo voor zichzelf en zijn familie niet vriendelijker. Hij was voortdurend bang dat er iets mis zou lopen. Met de zaak, met de kinderen met van alles en nog wat. Op de zaak was alles ‘halleluja’ maar thuis was hij spijkerhard voor iedereen.

Bij het aannemen van Bernd. vlnr.

moeder Elli, Gabi, Ulli, Bernd vader Theo

Bedrijfswagen van Theo

anno 1954

Foto's van de overstromingen










                                                Sturmflutgedicht

Na de oorlog werd de groothandel van Theo steeds groter en had hij veel succes. Vooral toen hij zich ging toeleggen op de verkoop van ‘Suβigkeiten’ (snoepjes) aan kermisexploitanten. Maar opnieuw werd zijn bedrijf getroffen door een grote ramp. Dit keer was de grote stormvloed die Hamburg teisterde in de nacht van 16 -17 feb. 1962 de oorzaak. De storm had windsterkten van meer dan 200 kilometer per uur en de doorbraak van de dijken langs de rivieren de Elbe en de Wezer zorgden voor grote overstromingen. Tot 100 kilometer van de kust had men nog last van de schade. Na alle ellende in de Tweede Wereldoorlog en de schade van het water werd Theo voor zichzelf en zijn familie niet vriendelijker. Hij was voortdurend bang dat er iets mis zou lopen. Met de zaak, met de kinderen met van alles en nog wat. Op de zaak was alles ‘halleluja’ maar thuis was hij spijkerhard voor iedereen.


Zoon Bernd zegt daarover:
“Mijn vader was keihard. Waar hij een teveel aan hardheid had was mijn moeder vaak te zacht. Mijn moeder heeft haar kinderen veel liefde en geborgenheid gegeven. Zij was niet zo’n strever en paste niet echt bij mijn harde vader.”


Langzaam maar zeker vervreemdde Theo van zijn omgeving en het gebeurde regelmatig dat hij op de zaak in Hamburg bleef slapen. Elli leefde veel alleen in haar huis in Wohltorf en kreeg eigenlijk weer wat meer familieaanspraak toen haar zoon Bernd in 1966 ook een woning bouwde in Wohltorf.


Ulli:
“Op een keer bracht mijn vader een bestelling naar afnemers op de kermis in Hamburg. Hij droeg zoals altijd zijn lange leren jas, zijn hoed met slappe rand en een lange shawl. Hij zag er uit als de eerste de beste clochard. Toen hij met zijn shawl de autoruiten stond schoon te maken werd hij door de politie bijna gearresteerd omdat ze hem er van verdachten de auto te willen beschadigen. Zijn klanten hielpen de politie uit de droom door te zeggen dat de auto wel degelijk van ‘Theetje’ was. Theetje was namelijk de Hamburgse naam van Theo Kwak, Ze maakten de politie duidelijk dat Theetje, de miljonair, er nu eenmaal een beetje ‘vreemd’ uitzag.”


Theo stierf op 2 augustus 1972, op 64-jarige leeftijd, in Reinbek-Hamburg. Van de wereld vervreemd, getekend door de oorlog die hem weliswaar geld maar verder weinig vreugde bracht. Zijn vrouw Elli overleed slechts een jaar later op 9 februari 1973 in Wohltorf.


De hernieuwde kennismaking van Ulli en Bernd met Nederland dateerde van na de Tweede Wereldoorlog. Dat was eind 1946 begin 1947. Kinderen van Nederlandse ouders uit de Duitse oorlogsgebieden mochten toen, via het Nederlandse Rode Kruis, vanuit Hamburg naar Nederland om aan te sterken. Ulli en Bernd verbleven toen enkele maanden bij pleeggezinnen in Brabant. Bernd bij een appelboer in Sterksel en Ulli bij defamilie Winters in Maarheze, een voormalige brouwersfamilie. Deze familie hield zich in die tijd bezig hield met de groothandel in limonade en dergelijke. De familie was later onder andere de verkoper van Sunkist in Nederland. Bernd had in eerst instantie heimwee maar dat veranderde gelukkig snel toen de broers een paar dagen met elkaar hadden doorgebracht.


Ulli:
“Tijdens deze hernieuwde kennismaking is mijn liefde voor Nederland en met name Brabant ontwaakt. Daar heb ik, mede ook door mijn grootvader de 'Nederlandse tik' overgehouden die me in latere jaren deed besluiten om er weer te gaan wonen.”


Ulli

In eerst instantie ging Ulli echter op aanraden van zijn vader als volontair werken bij de kruideniersfamilie De Gruyter. Zijn vader had daar contacten en die vond het een geschikte betrekking om meer van het groothandelsvak te leren. Hij vertrok dus omstreeks 1953 naar Nederland. Een vetpot was het niet, want Ulli moest meer kostgeld betalen dan hij verdiende en dat is voor een jonge kerel geen al te geweldige leven. Als verdienstelijk amateur fotograaf verdiende hij een extraatje door de fabrieksmeisjes van De Gruyter te fotograferen. Dat leverde ongeveer 10 gulden per week op. Genoeg om het gat te dekken. Lang duurde de vrijheid niet, want na een aantal maanden kreeg hij als Nederlands staatsburger zijn oproep voor de dienstplicht. Hij trad toen in dienst in Ossendrecht bij de luchtverdedigingstroepen. Hij diende bij compagnie ‘Betuwe 2’.

Gabi 1950

De Gruijter en Zoon

Soldaat Ulli circa 1953 op bezoek bij oom Karel in Winterswijk.

vlnr. Edy, moeder Truus, Ulli, Thea. Voor: Yvonne, Louis en Marga.

Ingekleurde foto's

van Gabi en Ulli


Trouwfoto van Ulli met Monica Schwerdtner

Kwak’s superkoop en Jederkauf Verbrauchersmärkte

Trouwfoto van Bernd en Hannelore Kelka

Ulli:
“Mijn vader was apetrots op zijn zoon die zomaar voor de Nederlandse Koningin mocht dienen. Opvallend was wel dat ik als Nederlander met een Duitse tongval eigenlijk nooit last heb gehad van vooroordelen. Ik was gewoon één van de maten. Alleen mijn vader vond me echter een slapjanus toen ik er na een paar maand uit kwam en besloot weer naar Duitsland te vertrekken.” 


Na verloop van tijd ging hij terug naar Duitsland en kreeg in eerste instantie werk als abonnementenverkoper, maar dat zette geen zoden aan de dijken en hij besloot zich vervolgens bezig te houden met het ‘coloreren’ (handmatig inkleuren) van foto’s. In de tijd van de zwart-witfotografie waren er immers nog geen kleurenfilms dus werden veel foto’s met de hand ingekleurd.
 Het fotokleuren duurde niet lang want de handel in levensmiddelen trok toch meer. Ulli was niet erg ingenomen met de kruideniersmentaliteit in zijn Duitsland. Hij noemde de eigenaren van de kruidenierswinkels: ‘heren in witte jassen’. Hij doelde daarmee op het gegeven dat de eigenaren van deze zaken meestal stijf en autoritair op een strategische plek in de winkel stonden en met een zekere mate van verhevenheid en arrogantie de knechten en meiden aanwezen wat ze voor de klant moesten pakken. Met de term witte jassen duidden hij op de lange witte en hoog gesloten jassen die deze mensen tijdens het dagelijkse werk droegen. Daarom ging hij aan het werk als wagenverkoper van levensmiddelen.


In 1959, 30 december, trouwt hij met Monika Anna Magdalena Schwerdtner en er worden drie kinderen geboren: Christiane (1960), Ulrike (1963) en Cornelia (1966) geboren. In de jaren daarna was hij zakelijk zeer succesvol vooral doordat hij als geen ander in staat bleek de markt te doorzien. Hij scoorde goed met eigen snoepwinkels, verschillende groothandels en met magazijnverkoop. Ook exploiteerde hij een volautomatische wasserette met chemische reiniging in Düsseldorf, maar dat was minder geslaagd omdat hij daar door enkele medewerkers behoorlijk werd opgelicht.

Op de top van zijn loopbaan had hij meerdere zaken die allemaal succesvol waren. Zo succesvol dat hij in staat bleek om in 1975 in Veghel een landgoed te kopen, waar hij al jaren woont. Naar Duitsland gaat hij de laatset jaren niet meer zoveel.
Zijn ‘Hollandtik’ bindt hem aan zijn landgoed in het katholiek Brabantse land, waar twee van zijn dochters, getrouwd met  Hollandse jongens, zich met IJslandse paarden bezighouden. De derde dochter werkt samen met haar man in de horeca in het Noorden van Duitsland.

Bernd: Neus voor koffie

Bernd huwde met Hannelore Kelka op 3 maart 1962 en in de jaren daarna werden Kati (1964) en Matthias (1968) geboren. In eerste instantie was Bernd een succesvolle verkoper van verse koffie en, hoe kan het ook anders, chocolade. Hij leerde het vak van zijn vader die, zoals hij zelf zegt: “Een streng regiem voerde.” Bernd startte daarna een kleine koffiebranderij en had een goed lopend en succesvol bedrijf met verkoopwagens van waaruit hij op het platteland zijn koffie verkocht. Hij had een neus voor koffieenwaseenspecialistinhet herkennen van de verschillende soorten. Om met Ulli te spreken: “Bernd had een fijne tong.” Hij verkocht zijn bedrijf en stapte bij Ulli in de zaak want die kon wel hulpgebruiken.


Door de sterk veranderende economische situatie en door het gegeven dat het zakelijk helaas niet klikte tussen beide broers gingen ze na verloop van tijd weer uit elkaar. In 1982 nam Bernd het gerenommeerde Hamburgse wijnhuis Gröhl, aan de Eppendorfer Baum 6, over dat in 1919 was opgericht door Wilhem Gröhl. Hij kon dit bedrijf voordelig overnemen doordat de toenmalige eigenaar Groothandel Bat er niet in was geslaagd een keten van wijnspeciaalzaken over heel Duitsland uit te rollen en grote verliezen draaide. Ook hier werd Bernd gerespecteerd om zijn kennis van het product. Zijn befaamde smaak liet hem niet in de steek en hij bouwde het wijnhuis voortvarend uit.


Zijn huwelijk hield geen stand en na een scheiding huwde Bernd op 31 mei 1996 met Waltraud Krampe, zijn rechterhand in het wijnhuis. In 1999 verkocht hij het wijnhuis en samen met zijn Waltraud leeft hij nu in Wohltorf. Aan de rand van het bos. Beide zijn ze evenals broer en zwager Ulli besmet met het paardenvirus. Bernd heeft echter niet de Hollandtik van zijn vader en broer Ulli.

Waltraut Krampe en Bernd naast hun Weinhaus Gröhl


Gabi: stewardess

Theo’s dochter Gabi werkte als stewardess. Zij woonde in de eerste jaren van haar werkzame leven in Amerika en werkte daar bij een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij, maar ze kwam terug naar Europa en vervolgde haar werk bij Air France. Tijdens haar opleiding trouwde ze met een Perzische man Abbas Schirazi. Het paar kreeg één dochter: Mandana (1976). Het huwelijk hield echter geen stand. Anno 2009 woont Gabi in Reinbek-Hamburg.

Gabi als stewardess

en aan het strand

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved