Bernardus Kwak - 62

Gezinsblad van Bernardus Kwak & Johanna Maria Hösing

Bernardus (Bernard) Kwak [62], zn. van Harmanus Kwak [69] (Boer, Schutter, Wegwerker,) en Aleijda Sijbilla Bauman [74] (Linnen naaister),

geb. te Wisch op 25 apr 1828, ged. RK te Wisch op 25 apr 1828,

Wegwerker,

ovl. (78 jaar oud) te Winterswijk op 25 jul 1906, begr. te Winterswijk.

♥ tr. (resp. 34 en 25 jaar oud) [13] te Winterswijk Winterswijk 1863/18 op 16 apr 1863, kerk.huw. (RK) te Suedlohn [Duitsland] op 16 apr 1863 Sankt Vitus katholisch

met Johanna Maria Hösing [63], dr. van Bernardus Heinrich Hösing [114] (Landbouwer) en Elisabeth Brochkert [115],

geb. te Nichteren [Duitsland] op 25 mrt 1838, ged. RK te Nichteren [Duitsland] op 25 mrt 1838,

Zonder,

ovl. (77 jaar oud) te Winterswijk op 21 dec 1915, begr. te Winterswijk op 21 dec 1915.

 

Uit dit huwelijk 10 kinderen:

 

Harmina Elisabeth [64],

geb. te Winterswijk op 9 feb 1864, RK.

          Vertrokken, op 30-04-1889, met extract naar Wisch. Ze heeft gewerkt als meid op "Buskers", Woold K 160.

 

Johannes Bernardus (Bernard) [65],

geb. te Winterswijk op 5 jun 1865, ged. RK te Winterswijk op 5 jun 1865,

ovl. (ongeveer 43 jaar oud) te New York [Verenigde Staten]

♥ tr. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 35 jaar oud) [506] te New York [Verenigde Staten] circa 1900

met Katharina Stahl [1564], dr. van Georg Stahl [1572](barkeeper) en Luise Guth [1573],

geb. circa 1 mei 1864,

ovl. (ongeveer 66 jaar oud) op 1 nov 1930. Kataharina werd begraven vanuit het woonhuis van dochter Mrs. Martin. 33-18 Sixty-first street, Woodside.

 Uit dit huwelijk 3 kinderen.

 

Hendrikus (Hendrik) [66],

geb. te Winterswijk op 19 jun 1867, ged. RK te Winterswijk op 19 jun 1867,

Landbouwer en speuleman (accordionspeler),

ovl. (83 jaar oud) te Winterswijk Meddo op 24 jun 1950, begr. te Winterswijk op 28 jun 1950,

♥ tr. (53 jaar oud) [688] te Winterswijk Winterswijk 1920/120 op 17 sep 1920

met Maria Elisabeth (Mi-Je) Schurink [1153], RK.

Uit dit huwelijk 2 kinderen.

 

Stiefvader van de Kwaks-Dorsthorst uit Meddo. Hendrik leerde Mi-je kennen op voorspraak van de kroegbaas van cafe Spiekerman uit Meddo. Deze vertelde dat hij wel en goede vrouw voor hem had. Hij stuurde hem naar Mi-je. Daar vroeg hij z.g. naar de weg terwijl hij de weg heel goed wist. Zo ontstond het contact. 14 dagen later was hij al weer op visite maar nu met afgeschoren snor. Waarschijnlijk omdat Mi-je er niet van hield. Ze zijn getrouwd en uiteidelijk gaan wonen op de boerderij in Kotten.

De beide voorgaande mannen van Mi-je zijn gestorven aan TBC.

 

Willem Franciscus [67],

geb. te Winterswijk op 2 mei 1869, ged. RK te Winterswijk op 2 mei 1869,

Timmerman, Meubelmaker,

ovl. (83 jaar oud) te Öding [Duitsland] op 15 aug 1952 (Bidp), begr. te Öding [Duitsland] op 15 aug 1952,

♥ tr. (1) (resp. ongeveer 32 en ongeveer 26 jaar oud) [361] circa 22 nov 1901

met Elisabeth Wienken [1207], dr. van Wienken Wienken [1204] en Nn Nn [1205],

geb. te Ramsdorf [Duitsland] op 28 feb 1875,

ovl. (28 jaar oud) te Südlohn [Duitsland] op 24 feb 1904.

Uit dit huwelijk een zoon en twee dochters.

Vader van Heinie, Maria en Liesbeth Kwak. 

♥ tr. (2)  (resp. 35 en 30 jaar oud)  [282] te Südlohn [Duitsland] op 21 nov 1904

met Maria Weddeling [953] Genoemd: Wedeling-Leihaus, dr. van Weddeling Weddeling [1423] en Elisabeth Weddeling-lLeihaus [1425],

geb. te Holthausen [Duitsland] op 25 mei 1874,

ovl. (44 jaar oud) te Südlohn [Duitsland] op 18 feb 1919.

Uit dit huwelijk 7 kinderen,

 

 

Johanna Geertruida [68],

geb. te Winterswijk op 26 mei 1871, ged. RK te Winterswijk op 26 mei 1871,

ovl. (15 jaar oud) te Winterswijk op 3 jun 1886, begr. te Winterswijk op 3 jun 1886.

 

Johannes Hendrikus [73],

geb. te Winterswijk op 3 apr 1873, ged. RK te Winterswijk op 3 apr 1873,

ovl. (3 maanden oud) te Winterswijk op 29 jul 1873, begr. te Winterswijk op 29 jul 1873.

 

Johannes Gerhard (Gerhard) [46],

geb. te Winterswijk op 29 jun 1874, ged. RK te Winterswijk,

Reiziger, Hotelhouder

ovl. (72 jaar oud) te Winterswijk op 19 jan 1947, begr. te Winterswijk,

♥ tr. (resp. 24 en 21 jaar oud) [12] te Bocholt [Duitsland] op 12 mei 1899, kerk.huw. (RK) te Bocholt [Duitsland] op 12 mei 1899

met Dora Frida Hedwig (Hedwig) Möller [47], dr. van Fransz Möller [112](Schreiner [Kastenmaker]) en Emilie Daamen [113],

geb. te Bocholt [Duitsland] op 10 feb 1878 Vermoedelijk geboren in Wesel. Ouders verhuizen na afbranden huis te Wezel, ged. RK te Bocholt [Duitsland],

Huisnaaister, Costumiere,

ovl. (59 jaar oud) te Winterswijk op 17 mrt 1937, begr. te Winterswijk op 20 mrt 1937.

Uit dit huwelijk 13 kinderen.

 

Hermanus (Herman) [70],

geb. te Winterswijk op 25 sep 1876, ged. RK te Winterswijk op 25 sep 1876,

Kleermaker,

ovl. (84 jaar oud) te Reinbek‑Hamburg [Duitsland] op 13 mei 1961,

♥ tr. (resp. 25 en 23 jaar oud) [372] te Duisburg [Duitsland] op 3 okt 1901

met Petronella Küster [1245], dr. van Theodor Küster [1243]en Johanna Gerritsen [1244],

geb. te Rotthausen‑Essen [Duitsland] op 9 sep 1878,

ovl. (53 jaar oud) te Hamburg [Duitsland] op 23 nov 1931.

Vertrok op 3 oktober 1889? met extract naar Silvolde.

Uit dit huwelijk 2 kinderen.

 

Herman Kwak was kleermaker en een zogenaamde "Wandergezelle". Zo is hij naar Hamburg gegaan en bij een regenjassenfabriek gaan werken. Na een stormvloed in Hamburg, waarbij zijn huis onderliep, is hij in Wohltorf terecht gekomen. Bron: Bernd Kwak, Wohltorf.

 

Dina [71],

geb. te Winterswijk op 10 jul 1879, ged. RK te Winterswijk op 10 jul 1879,

ovl. (76 jaar oud) te Almelo op 3 nov 1955 Vermoedelijk overleden op 71 jarige leeftijd in klooster te Almelo.,

begr. te Almelo op 7 nov 1955.

 

          In bev. reg Kotten H 1890-1915 bl;z 53 staat een vermelding van en naar 's Hertogenbosch omstreeks

          18 juli 1898.

          Kwam weer terug en vertrok op 07-05 -1921 naar Aalten. Heeft eveneens gewoond(gewerkt) in St. Jozef     

          gesticht in Tubbergen.

 

Maria Francisca [72],

geb. te Winterswijk op 16 jun 1882, ged. RK te Winterswijk op 16 jun 1882,

ovl. (44 jaar oud) te Winterswijk op 19 feb 1927, begr. te Winterswijk op 19 feb 1927,

♥ tr. (resp. 25 en 29 jaar oud) [285] te Winterswijk Winterswijk 1908/9 op 14 feb 1908

met Gerhard Arnold Franz Te Brömmelstroet [964], zn. van Gerhard Te Brömmelstroet [2260]en Christine Elsing [2261],

geb. te Stadtlohn [Duitsland] op 17 jul 1878,

Molenaar,

ovl. (71 jaar oud) te Apeldoorn op 18 aug 1949, begr. te Winterswijk op 20 aug 1949.

Uit dit huwelijk 9 kinderen.

 

Woonachtig op molen de Kievit (gesloopt in 1922) op Kotten H56. Nu Kottenseweg 137 (fam. Leemkuil). De molen heette in de familie de "Kwaksmölle" omdat eigenaar Franz met Maria Kwak (72) was getrouwd. Alleen een bijgebouwtje staat er nog. Vertrok op 8 mei 1903 naar Boxmeer. 

Bernardus heeft volgens het  militie-register geen bijzondere  kenmerken en is volgens de opgegeven maten:

1 el, 6 palmen, 1 duimen 1 streep, ongeveer 1,65 meter, groot.


Aangezicht: rond

Voorhoofd: klein 

Oogen: blauw

Neus: stomp

Mond: klein

Kin: rond

Haar: bruin

Wenkbrauwen: idem

Merkbare teekenen: geen

De kaart van Kotten met de boerderijen waar Bernardus Kwak  verbleef. Helemaal rechts op deze  kaart ligt boerderij Höing (in  Duitsland) waar zijn vrouw Johanna Maria Hösing is geboren.

Boerderij Geelink anno 2006.

Vosseveldseweg 31/33, Winterswijk

Boerderij Annevelink met als hedendaags adres: Kottenseweg 176, Winterswijk

Oude put van het Hoitinkhuuske

Een doonboer is een wat rijkere boer in de buurt die over een paard beschikt. Hij reglt voor de buurt zaken als een verhuizing, maar ook het aangeven bij begrafenissen en dergelijke. 

Huwelijkse bijlagen zijn  papieren die nodig zijn om te kunnen trouwen. In de Nederlandse archieven zijn de volgende papieren vaak aanwezig:

♦ afschriften geboorteakten
♦ uitreksels overlijdensregisters  ouders
♦ overlijdensaktes eerdere  partners
♦ Bewijs van voldoening dienstplicht

Jacobuskerk ca. 1869

Eiken langs de Kottenseweg in 2006

Kottenseweg met het voormalige tolhuis ter hoogte van kippenslachterij Grijsen.

Bij de zoons en dochters van  Bernardus Kwak [62] veronderstellen we een zekere  mate van kennis. Dat blijkt uit  de brieven die zijn overgeleverd van zijn zoon  Bernardus [65] die naar Amerika emigreerde. Hij schreef ze in het Hoogduits,  gekruid met verschillende  streekuitspraken, maar het schrift is voor de kenner goed  te vertalen. In ons geval zijn de  brieven vertaald door een 90 jarige oud-leraar uit Hamburg. Bernd Kwak [1252], de  kleinzoon van Hermanus  Kwak [70], zorgde voor deze  specialist. Voor een paar flessen mooie wijn heeft deze  man mooi werk geleverd en  kunnen wij nu genieten van deze prachtige brieven.

Hoefsmid

Boerenmeid snijdt kool voor de winter

De familie Kwak omstreeks 1900. vlnr.

staand: Hendrik [66], Willem [67]. Gerhard [46], Herman [70], Maris [72

zittend: Bernard [65], Bernardes Kwak [62], Johanna Maria Hösing [63], Dina [71]

Boer en wegwerker

Het tweede kind van Harmanus Kwak en Aleijda Sibilla Bauman: Johannes Bernardus werd geboren op 25 april 1828 in Silvolde, net voordat zijn vader in dienst ging om tegen België te strijden. Hij werd katholiek opgevoed in een gezin waar de vader als boer, wegwerker en wever de kost probeerde te verdienen. Ook Bernardus werd later boer en wegwerker. Er is vrijwel niets over zijn jeugd bekend. Het enige wat we weten is dat Bernardus wordt vermeld in het militieregister van Varsseveld (1847) met lotnummer 183. Hij werd wel aangewezen voor de dienstplicht maar later uitgeloot. Vandaar dat er in die gegevens niets meer over hem te vinden is.

Uitsnede geboorteregister

 

Naar Winterswijk

Vermoedelijk vertrok Bernardus op 28-jarige leeftijd uit het ouderlijke huis, nadat vader Harmanus voor de tweede keer trouwde. Die nieuwe echtgenote van Harmanus was Johanna Maria Berendsen die ten tijde van het huwelijk slechts negen jaar ouder was dan zijn zoon Bernardus. Ten tijde van dit tweede huwelijk vertrokken meerdere kinderen uit het ouderlijke huis. Uit onvrede? Om het paar de ruimte te geven? We zullen het nooit weten. Waarom Bernardus heeft gekozen voor Winterswijk is ook niet met zekerheid te zeggen, hoewel erzeker wel contacten geweest zullen zijn. Wellicht via zijn zus Hendrika die in januari 1856 al in Winterswijk werkte. Op 9 februari 1857 kwam Bernardus Kwak in Winterswijk aan. Dat staat in het bevolkingsregister van Winterswijk (1851-1861).

 

Tijdens zijn leven woonde en werkte Bernardus Kwak op vier verschillende boerderijen in Kotten. Alle boerderijen lagen ter hoogte van de grensovergang met Oeding. Ze lagen dicht bij elkaar. Op loopafstand. Bernardus ging allereerst werken op boerderij Geelink-Schwarteberg in Kotten (H32) aan de Slingebeek, toen een bedrijf van ongeveer 40 hectare. De boer is Berend Gerrit Jan Geelink en de boerin is Janna Geertruid Bestman. Naast Bernardus waren er nog twee knechten en een meid.

Ontmoeting met Johanna

Hoe Bernardus zijn Johanna heeft ontmoet is niet bekend. Ze is afkomstig uit Oeding in Duitsland. Het is heel goed mogelijk dat ze elkaar in de vrije tijd hebben ontmoet. Wie weet wel op het jaarlijkse ‘Schützenfest’ in Oeding of Südlohn. Dat waren feesten van formaat en daar trok iedereen uit de buurt naar toe. Het vogelschieten van de plaatselijke schutterij was het belangrijkste. De mannen schoten op een houten vogel hoog op een staak. De winnaar was diegene die het laatste stukje vogel uit de mast schoot. Hij werd de koning en koos vervolgens zijn koningin en twee volgelingen. Vervolgens ging het hele gezelschap voorafgegaan door muziek en het vaandel van de schutterij in optocht door het dorp. Vooral de jongelui vonden op die feesten vaak de man of vrouw van hun dromen.

 

Bernard en Johanna kunnen elkaar ook ontmoet hebben tijdens een ‘broedlachte of brullefte’ (bruiloft) . Want het gezegde: “van een bruiloft komt een bruiloft” kwam heel vaak letterlijk uit. Bruiloften waren d efeesten waar de jongelui elkaar gemakkelijk konden ontmoeten zonder te zondigen tegen de geldende omgangsvormen. En aangezien het grensoverschrijdende verkeer heel gebruikelijk was is zo’n situatie heel goed denkbaar.

 

Een derde mogelijkheid, kwam naar voren na een bezoek aan het archief van Oeding. Daar was de plaats van de oude boerderij van Hösing (Höing / het Hoesinch) nog bekend. Het was een ‘halber Erbe’ dat wil zoveel zeggen als een boerderij van gemiddelde grote. De naam van de boerderij is nu: ‘Icking Thering’ (het oude goed Emming) en is gelegen ten oosten van de weg (L572) die van Burlo naar Vreden loopt. Deze plaats ligt, hemelsbreed, twee tot drie kilometer vanaf de boerderij Geeling-Schwarteberg in Kotten (H32) waar Bernardus ging werken toen hij naar Winterswijk kwam. Het is dus heel goed mogelijk dat Bernardus en Johanna elkaar tijdens het werk op het land zijn tegengekomen.

 

Een vierde mogelijkheid was het ‘uit spinnen gaan’. Dat deden jonge meisjes vaak in januari en februari en het uit ‘gasten’ gaan door de jongens in de zomer. Die gingen dan een weekje uit maaien. Het waren bij uitstek gebeurtenissen die de gelegenheid boden elkaar te ontmoetten en waar een ‘potjevri-jen’ (vrijen) zeker niet achterwege bleef.

Naar boerderij Annevelink

In het bevolkingsregister van 1851-1860 vinden we Bernardus als knecht terug op boerderij Annevelink (Kotten H59), een eeuwenoude boerderij die al omstreeks 1367 in de papieren opduikt. De boer is Jan Derk Hofkes en zijn boerin is Anna Margaretha Meinen afkomstig uit Borken (Duitsland). Inwonend zijn een broer en een zuster van de boer. Hofkes heeft meerdere meiden en knechten in dienst waaronder de acht jaar jongere zuster van Bernardus, Hendrika Kwak die in januari 1856 daar kwam werken als meid. Bernardus staat in het register te boek als wegwerker. Beide Kwaks zijn ongehuwd.

Naar het Hoitinkhuuske

Omstreeks de tijd dat Bernardus huwde is hij verhuisd naar het Hoitinkhuuske. Een klein boerderijtje dat tegen de grens van Winterswijk aanlag. Ter hoogte van waar nu het Buskersbos ligt. Het huidige adres is Kottenseweg 89. Het was de eerste boerderij waar Bernardus en zijn vrouw Johanna Maria zelfstandig woonden.

 

Op deze plaats werden de eerste kinderen geboren. Het eerste kind was dochter Harmina Elisabeth. Ze zag het levenslicht op 9 februari 1864, oudste zoon Johannes Bernardus werd geboren op 5 juni 1865, Hendrik op 19 juni 1867, Willem Fransicus op 2 mei 1869 en Johanna Geertruida op 26 mei 1871.

Helaas is er van de oorspronkelijke boerderij niets meer over. Alleen de oude put ligt nog achter de boerderij Alves (Aoalsman) die daar later werd gebouwd.

Naar boerderij Esman

Omstreeks 1870-1871 verhuisde Bernardus naar boerderij Esman (H61). De boerderij wordt pas na 1851 genoemd en is dus relatief nieuw. Die boerderij was zover bekend eigendom van J.D. Hilbelink, een grote boer uit de Brinkheurne die verschillende pachtboerderijen bezat. De naam van Bernardus Kwak wordt als huurder van Hilbelink in1876 onder nummer 220 genoemd in de ‘Monasso-akten’. Deze akten zijn genoemd naar antiquair Monasso uit Aalten die ze terugvond in oude kasten die hij had opgekocht. Deze vermelding verklaart wellicht waarom Bernardus als pachter op deze boerderij kwam. Hij was voor de familie Hilbelink namelijk geen onbekende. De eerste boer waar hij werkte, Gerrit Jan Geelink van boerderij Geelink, was namelijk de zoon van Harmen Jan Geelink en Gesiena Hilbelink uit de Brinkheurne. Men was dus vrijwel zeker op de hoogte van de kwaliteit van werk die Bernardus leverde. 

 

Boerderij Esman waar Bernardus en zijn gezin, na het verblijf in het Hoitinkhuuske, ging wonen had een hoge verticale houten topgevel. Deze gevels werden beschilderd in de kleur ‘ossebloed’. Die kleur werd oorspronkelijk gemaakt van ‘bönnes’ (moerasijzererts) dat heel fijn gemalen werd. Daar ging ‘biestemelk’ doorheen. Dat is de eerste melk van de koe die net gekalfd heeft. De melk is plakkerig vanwege het hoge eiwitgehalte en is dus heel geschikt om te gebruiken als bindmiddel voor de verf. Door het verdampen van het water in de buitenlucht werd de kleur door ijzeroxide langzaam donker roodbruin. Op het dak groeide huislook. Een vetplant met mooi roze kleine bloemetjes. Huislook bood volgens overlevering vooral bescherming tegen blikseminslagen en ziekten.

Boerderij Esman had in onze familie de bijnaam ‘Kwakshuus’.  Wanneer de foto is genomen is onbekend. De personen zijn vermoedelijk Bernardus Kwak en Johanna Maria Hösing met enkele kinderen.

Op welke datum Bernardus precies zijn intrek heeft genomen op Esman staat nergens genoteerd. Maar we kunnen rustig aannemen dat hij de boerderij betrok op ‘Sunte Peter’ (22 februari). Deze dag was sinds mensenheugenis de dag waarop de jaarlijkse pacht betaald moest worden. Ook kon op deze dag de pacht beëindigd worden en moest men verhuizen. De pachtcontracten golden destijds maar voor twee jaar en wanneer er conflicten waren of de afgesproken huur werd niet voldaan dan werd het contract opgezegd. Veelal werd in de tijd van het roggemaaien tussen de scholte en de boer al schertsend gesproken of ‘de man met d’n ronden hood’ (de man met de ronde hoed oftewel de deurwaarder) al onderweg was. Een teken dat de boerderij geruimd moest worden. Intussen had de nieuwe pachter al contacten gelegd met de buurt en was er, door de buren, al wat mest gebracht voor een goede start. Bij een nieuwkomer stelde de doonboer meestal paard en wagen ter beschikking en reed hij de vrouw en de kinderen naar de nieuwe woning. Vervolgens werden alle goederen op de wagens geladen en vertrok men naar het nieuwe onderkomen. Degenen die geen paard hadden namen de eventueels aanwezige koeien mee aan een touw. Onderweg werd er regelmatig gestopt voor een borreltje.

 

Zoals gebruikelijk hadden de vrouwen van de naaste buren de boerderij al uitgeveegd, de muren gewit, de vloeren geschrobd, de ruiten gewassen en het stro in de bedstede gelegd zodat de nieuwe bewoners er meteen in konden trekken. Dat ze klaar waren met de werkzaamheden werd bevestigd door de bezem uit het raam te steken. Tijdens deze werkzaamheden was er voor iedereen wel een ‘dröpken uut ’t glas’ (borreltje). Natuurlijk brandde ook het vuur in de haard, want de nieuwe buren moesten warm onthaald worden. Als iemand eenmaal gesetteld was nodigde hij de buren uit. Dat was gebruikelijk. Men noemde dat het ‘intrekkersmoal’ (intrekkersmaal), ook werd wel het woord ‘willekumste’ (welkom) gebruikt. Tijdens dit maal werd ruimschoots getrakteerd op koffie met witte brood en brandewijn.

Huwelijk

Toen Bernardus op Esman kwam wonen was hij al gehuwd en waren de eerste kinderen geboren. Een huwelijk was in de buurt altijd een heel feest dus is het interessant om eens te kijken hoe een dergelijk feest verliep. Laten we eens kijken naar dat van Bernard en Johnna Maria.

Op de zondagen van de 5e en de 12e april 1863 zijn de huwelijksafkondigingen van Bernardus en Johanna Maria gedaan en in dit document, dat zich bevindt bij de huwelijkse bijlagen staat vermeld dat de ambtenaar: ‘geen oppositie ter ore is gekomen’. Bernardus, vierendertig jaar, kon dus trouwen en dat gebeurt op 16 april 1863. Zijn echtgenote is Johanna Maria Hösing uit Südlohn (Duitsland) Zij is de vijfentwintig jarige dochter van Bernardus Heinrich Hösing en Elisabeth Brockert. Ze trouwden in Winterswijk op 16 april 1863. In de huwelijkse bijlagen staat vermeld: Sankt Vitus Katholisch. Volgens de archivaris van het Gemeindearchiv (gemeentearchief) in Südlohn betekent deze aantekening dat de bruid katholiek is en lid van de parochie van de Heilige Sint Vitus in Südlohn,net over de grens in Duitsland.

Onder de huwelijksakte ontbreekt de naam van vader Harmanus. Die is op dat moment nog niet overleden, dus de vraag is waarom hij niet aanwezig was. Harmanus was ten tijde van het huwelijk van Bernardus 62 jaar. Wellicht was hij ziek of speelden toch de familieomstandigheden rond het tweede huwelijk van Harmanus een veel indringender reden dan we ooit zullen weten.

Huwelijksakte

Bernard en het geloof

Naast de naobers en de familie was een heel belangrijke, zoniet de belangrijkste, peiler van het leven het geloof. Bij Bernardus kwam het geloof op de eerste plaats. Hij stond alom bekend om zijn diepe geloofsbeleving en dat speelde in het gezin een grote rol. Hij was een bijzonder vroom en godsvruchtig man die zijn dank aan God alom uitdroeg. Binnen het gezin werd streng de hand gehouden aan het geloof. Voor iedere maaltijd werd gebeden en moest iedereen dus ‘aeven stiile wèzen’. De mannen aan tafel deden dan de pet af en hielden die voor de ogen. Dit gebaar noemde men: ‘In de pette kieken’.

Uit overlevering weten we dat Bernardus vaak huilend ter communie ging. Het geloof was alles voor hem. Het bepaalde zijn hele leven. Het is niet bekend of hij in zijn tijd naar de katholieke kerk, aan de Burgring, in Oeding ging. Veel katholieken uit de directe omgeving gingen daar namelijk naar de kerk. De slotkapel was veel dichter bij dan de kerk in Winterswijk.Gezien het toenmalige grensverkeer was dat ook geen probleem.

Bernardus zal vast heel blij geweest zijn met de nieuwe katholieke kerk die in Winterswijk werd gebouwd. De bestaande kerk was namelijk veel te klein voor de circa 500 zielen die de parochie destijds kende. De nieuwe kerk moest minstens 700 zitplaatsen tellen. De bekende architect P. Cuypers en zijn collega Wennekers slaan in 1864 aan het tekenen en er worden een drietal ontwerpen gepresenteerd. In 1865 werd een begroting gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat circa 140.000 stenen van de oude kerk hergebruikt konden worden. De uiteindelijke begroting bedroeg f 31.500.Dat was een kostbare zaak waardoor in eerste instantie de bouw van de sacristie, de torenspits, het vieringtorentje (torentje boven het priesterkoor) en het presbyterium (priesterkoor) achterwege werden gelaten. Deze zouden later bijgebouwd kunnen worden op basis van ‘nog te werven middelen’ zoals zo mooi wordt gezegd. Er kwamen, om de zaak te financieren, aandelen op de markt; 800 stuks a f 10.-. Om de verkoop te stimuleren was er een verloting aan verbonden waarbij de koper kans maakte om zijn aankoopbedrag terug te winnen. Misschien heeft Bernardus ook wel een aandeel gekocht. 

Brandbespreker
Bernard stond bekend om zijn genezende invloed bij paarden in het algemeen en bij mensen wanneer het om brandwonden ging. Hij stond bekend als ‘brandbespreker’. Zijn kleinkind Nel Benink-Kwak zei daarover:

“Opa Bernard Kwak kon brandwonden genezen. Door de open vuren kwamen vroeger namelijk veel brandwonden voor. Hij zette dan een kruisje over de wond waardoor de wond sneller genas. De toenmalige geestelijkheid had opa verboden op deze manier te genezen. Maar hij ging er toch mee door.”

Door het zetten van een kruisje ging de kwaal over naar de genezer die, volgens het volksgeloof snel een boom aan moest raken om zelf van het ongemak verlost te worden. De boom was namelijk in staat, doordat hij in de aarde wortelde het kwaad af te laten vloeien. Helaas is over deze bijzondere eigenschap van Bernardus niets in de kerkarchieven van Winterswijk terug te vinden.

Het dagelijkse leven

Boerderij Esman waar het gezin Kwak leefde was een niet al te grote boerderij. Op zulke boerderijen deed de vrouw het meeste werk. Het hoofdberoep van Bernardus was wegwerker of kantonnier, zoals ze werden genoemd. Voor hem kwam het boerenwerk op de tweede plaats. Het werk aan de weg was al zwaar genoeg. Wegwerkers waren meestal de kleinere boeren die langs de grotere wegen woonden. Ze waren verantwoordelijk voor  het onderhoud van de openbare weg in de buurt van hun boerderij.

Ze hadden de beschikking over een ‘rijks’ kruiwagen, schop en hark. Daarmee werd de schade aan de weg hersteld. Bernardus werkte jarenlang aaneengrootdeel vande Kottenseweg. Deze weg, dehuidigeN319,heettein de volksmond de ‘rieksweg’ (rijksweg) en werd in 1853 aangelegd. Hij wordt op een oude kaart ook wel aangeduid als de straatweg naar Pruisen. Om de weg te financieren werd er in het begin tol geheven. De wegen toen waren eenvoudige grindwegen en die werden regelmatig kapot gereden door de zware boerenkarren met hun met ijzer beklede raderen. Ook de beslagen paardenhoeven veroorzaakten veel schade. Dus wegwerker Bernardus had werk genoeg aan het onderhoud. Eén van de taken die Bernardus daarnaast kreeg opgedragen was het planten van de eiken langs de huidige Kottenseweg.

School

In de loop der jaren kregen Bernardus en Johanna zoals we weten 10 kinderen. De kinderen gingen niet naar de lagere school in de Brinkheurne omdat deze school protestants was en dus voor de vrome Bernardus niet in aanmerking kwam. Ook gingen ze niet naar Winterswijk. Het is veel waarschijnlijker dat ze kort over de grens naar de katholieke school in Oeding gingen. Dat was maar een paar kilometer lopen. Toentertijd was het heel gebruikelijk om de grens over te gaan. Barrières zoals ten tijde van de twee wereldoorlogen waren er nauwelijks. Een ander bewijs voor de stelling dat de kinderen van Bernardus naar de school in Oeding gingen is gelegen in het feit dat de Kwaks, waar veel informatie over voorhanden is, het Duits uitstekend beheersten. In woord en geschrift.

Voor 1900 was er nog geen leerplicht en het kwam dan ook regelmatig voor dat, vooral de oudere kinderen, thuis bleven. Het was zeker niet uitzonderlijk dat meisjes vanaf een jaar of negen al thuis moesten helpen. Niet zelden kwam het dan ook voor dat kinderen die op twaalfjarige leeftijd de school verlieten nauwelijks konden lezen en maar een beetje konden schrijven. Na het invoeren van de kinderwet van Van Houten in 1874 veranderde de situatie niet wezenlijk. Gebrek aan controle werkte ontduiking in de hand. Pas met de komst van de leerplichtwet in 1900 veranderde de situatie ten gunste van de kinderen en werden de scholen niet meer ontvolkt door het rooien van de aardappels en het meehelpen bij de oogst.

Na school

Na schooltijd was het gauw afgelopen met de pret. De ouders vonden een opleiding niet zo belangrijk. De kinderen moesten aan het werk. De jongens gingen naar een boer om het vak te leren. Ook gingen veel jongens in de leer bij een smid, een timmerman of een schilder. Niet van alle kinderen van Bernardus en Johanna Maria is bekend wat er van ze geworden is en de overgebleven gegevens zijn vaak onvolledig. Dat werd vaak veroorzaakt door de relatief gebrekkige administratie van de bevolkingsregisters en de mogelijkheid om eenvoudig over de grens te trekken en daar een nieuw leven te beginnen. Extra moeilijk wordt een zoektocht omdat het Duitse archiefsysteem nog ingewikkelder in elkaar zit dan we dat in Nederland gewend zijn en omdat er in de oorlog relatief veel inventarissen verloren zijn gegaan.

Twee zoons van Bernardus: Willem Franciscus en Johannes Bernardus gingen in de leer bij een ‘Schreinemacher’ (kastenmaker). Ze gingen in 1893 beide naar Oeding. Willem zou daar uiteindelijk een gezin stichten en Bernard zou later naar Amerika emigreren. Van Johannes Bernardus is de beroepskeuze opvallend, want hij was als oudste zoon eigenlijk voorbestemd om zijn vader op de boerderij op te volgen. Dat zou uiteindelijk door Hendrikus gebeuren. Hermanus ging in eerste instantie in de leer bij een Schreinemacher maar werd later kleermaker. Hij verliet het ouderlijke huis omstreeks juni 1902 en vertrok via Bocholt en Duisburg naar Hamburg. Johannes Gerhard, onze grootvader vertrok naar Duitsland, in eerste instantie als kapper, maar later als reiziger in naaimachines.

De dochters kregen helemaal weinig kansen. Van dochter Harmina is helemaal niets bekend, zelfs geen overlijdensdatum. Ze werkte als meid op ‘Buskers’, Woold K160. Waarschijnlijk is ze daar al op jeugdige leeftijd aan het werk gegaan. In die dagen was het namelijk heel gebruikelijk dat jonge meisjes al op 12-jarige leeftijd het huis uitgingen. Ze werkten dan als meid bij rijkere boeren of notabelen. Ze hadden daar kost en inwoning. Voor de ouders mooi meegenomen want dat was al weer een mond minder om te voeden. Weglopen was er niet bij want dan werd je hardhandig weer terug gebracht. Je mocht alleen weer naar huis komen als je door de baas was weggestuurd. Als de afstand toereikend was dan mocht je één keer in de week een middag naar huis. Lopend natuurlijk. Na haar werk op Buskers vertrok Harmina op 30-04-1889 naar Wisch en daarna ontbreekt van haar ieder spoor.

Dochter Dina verhuurt zich eveneens als meid en is nog enigszins te volgen aan de hand van bevolkingsregisters. De jongste dochter Maria Francisca trouwt molenaar Te Brömmelstroet. Die had  een korenmolen aan de Kottenseweg.


Overlijden

Het gezin bleef de nodige ellende niet bespaard want zoals zo vaak in vroeger tijden slaat de man met de zeis ook bij hen toe. Op 29 juli 1873 overleed zoon Johannes Hendrikus op een leeftijd van vier maand en op 3 juni 1886 overleed de 15-jarige dochter Johanna Geertruida. Waaraan ze zijn overleden is niet bekend.

Op latere leeftijd werd Bernardus bijziend en bijna blind. Dat weten we uit een brief die zijn zoon Bernardus vanuit Amerika schreef. Hij overleed 78 jaar oud op boerderij Esman op 25 juli 1906 en werd begraven in Winterswijk. De getuigen zijn Gerhard Hendrik Holstegge en Johannes Theodorus Höfkes. Beide zijn landbouwer. De tekst, in het oud Duits, op zijn bidprentje is van een katholieke schoonheid die een vertaling behoeft. 

Jezus! Maria! Joseph! Bernardus!

‘Zalig zijn de doden, die sterven in de

heer; Vanaf nu zullen ze uitrusten

van hun vermoeienissen, Want hun werken liggen

achter hen’ Joh.14,13. Ter vrome gedachtenis aan

Aan de edelachtbare


BernardKwak

Geboren in Silvolde den 25 april 1828,

Gestorven in Kotten bij Winterswijk op 25 juli 1906


Na lange ziekte, goed voorbereid door een christelijke

levenswandel en gesterkt door de ontvangst van de

heilige Sacramenten, ontsliep hij zacht en

ootmoedig in de Heer.


De treurende achterblijvers bevelen zijn lieve ziel,

om te gedenken, aan bij de priester op het altaar en bij de

gebeden van de gelovigen zodat ze snel worden

opgenomen in de eeuwige heerlijkheid.


Onze Vader. Wees gegroet

Jezus, Maria, Joseph!

U schenk ik mijn hart en mijn ziel.

Jezus, Maria, Joseph!

Sta mij bij in de laatste strijd

Jezus, Maria, Joseph!

Mag mijn ziel in vrede van U scheiden.

Ruim negen jaar later overleed echtgenote Johanna op 77-jarige leeftijd, op 21 december 1915. Ze werd in Winterswijk begraven. De laatste jaren van haar leven woonde ze in bij zoon Hendrikus die het werk op boerderij Esman overnam.

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved