Agnes Kwak - 56

Gezinsblad van Agnes Kwak & Wim Hendriksen

Agnes Kwak en Wim Hendriksen

Agnes als jonge dame

Inschrijving van Agnes in het trouwboekje 

Agnes ca. 1945

Agnes met vader Gerrit Kwak aan de Elinkstraat in 1945

Wim als radmaker

Ansichtkaart van Agnes

Fristho in Franeker 1931

De Fristho poppenwagen

Franeker

Achter: Hannie en Toos
Midden: Trees en Ria
Voor: Frans

ca. 1955

Ria en Trees

Frans

Ringlaan
Achter: Wim, Toos, Agnes, Frans
Voor: Ria, Hannie, Trees.

ca. 10963

Toos met Huub Peters. 1971

Agnes op 72 jarige leeftijd








Bidprentje

Wilhelmus Franciscus (Wim) Hendriksen [234], zn. van Franciscus Johannes Hendriksen [327] en Catharina Maria van Bree [328],

geb. te Gendringen op 14 aug 1910, ged. RK te Gendringen,

Timmerman,

ovl. (69 jaar oud) op 9 mrt 1980, begr. op 12 mrt 1980.

♥ tr. (resp. 35 en 33 jaar oud) [53] te Winterswijk op 6 aug 1946, kerk.huw. (RK) te Winterswijk

met Josephina Wilhelmina (Agnes) Kwak [56], dr. van Johannes Gerhard (Gerhard) Kwak [46] (Reiziger, Hotelhouder) en Dora Frida Hedwig (Hedwig) Möller [47] (Huisnaaister, Costumiere),

geb. te Winterswijk op 27 sep 1912, ged. RK te Winterswijk,

Huishoudster,

ovl. (86 jaar oud) te Wijchen op 7 dec 1998, begr. te Wijchen op 11 dec 1998.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 

  1. Franciscus Joh.Gerh. (Frans) [235],
    geb. te Winterswijk op 10 okt 1947,  ged. RK te Winterswijk,
    Commies belasting.

  2. Catharina Ida Gerh. (Toos) [236],
    geb. te Franeker op 20 sep 1948, ged. RK te Franeker,
    Kantoormedewerkster,
    ♥ tr. (resp. 23 en 28 jaar oud) [54] op 19 nov 1971
    met Hubertus M. (Huub) Peters [240],
    geb. op 30 jan 1943,  RK,
    Verkoper.
    Uit dit huwelijk een zoon.

  3. Johanna Gerh.M. (Hanny) [237],
    geb. te Franeker op 27 mrt 1950,  ged. RK te Franeker,
    Kantoormedewerkster,
    tr. (resp. 27 en 24 jaar oud) [55] op 24 jun 1977,  kerk.huw. te Breda
    met Jan M.H. van den Oever [241], zn. van P. van den Oever [1330]en C. Lange [1331],
    geb. te St. Hubert op 19 jun 1953,  ged. RK op 19 jun 1953,
    Boer, Fruitteler, Winkelier.
    Uit dit huwelijk 3 kinderen.

  4. Maria Gerh. Hedwig (Ria) [238],
    geb. te Franeker op 18 apr 1952,  ged. RK te Franeker,
    Administratie,
    ♥ tr. (beiden 23 jaar oud) [56] op 20 jun 1975
    met Johannes F.M. (Jan) Hopman [242], zn. van Johannes Hopman [1328]en Johanna van Kerkhof [1329],
    geb. te Bergharen op 30 jun 1951, ged. RK te Hernen op 30 jun 1951,
    Typograaf.
    Uit dit huwelijk 2 dochters.

  5. Theresia Petr. Paul. (Trees) [239],
    geb. te Franeker op 18 apr 1952,  ged. RK te Franeker,
    Administratie,
    ♥ tr. (resp. 25 en 29 jaar oud) [57] op 23 dec 1977,  kerk.huw. (RK)
    met J.H.F.M. Thijssen [243],
    geb. te Vierlingsbeek op 15 jan 1948,
    RK.
    Uit dit huwelijk 3 kinderen.             

 

“Als ze niet zong was ze ziek”


Eind 2007 zat de familie Hendriksen bij elkaar in de woning van zoon Frans aan de Konijnsweg in Wijchen.Vrolijk sprak iedereen over het gezin waarin ze samen opgroeiden. Ze hadden het niet breed en groeiden zeker niet op in weelde. Maar ze kwamen wel steeds thuis in een warm nest. Iets waar ze nog steeds dankbaar voor zijn.


Agnes was de vijfde dochter van Johannes Gerhard Kwak en Dora Frieda Hedwig Möller. Ze was een heel ander type dan de rest van het gezin. Agnes had een enigszins exotisch uiterlijk met van nature mooi zwart haar, diepgrijze ogen en een licht getinte huid. Zus Paula zei altijd: “Ze is in de götte (goot) gevonden”. Moeder Hedwig waste haar altijd met teerzeep omdat haar huid dan wat lichter werd want dat was volgens haar een betergezicht.


Agnes wilde het liefst danseres worden. Ze was gek op dansen. Dat kwam natuurlijk ‘nicht im frage’ (was niet aan de orde). Dansen was in die tijd geen eerbaar beroep. Ze moest net als de rest van haar zussen in de huishouding aan het werk. Agnes werkte in Winterswijk maar moest al op ongeveer 13-jarige leeftijd aan het werk bij de familie Holla, een notarisfamilie, in Arnhem. Ze had daarbij wel erg veel heimwee naar haar moeder in Winterswijk. Daarna werkte ze in de huishouding bij aannemer Nijenhuis uit Arnhem. Die mensen waren heel gek met haar. Ze mocht dan ook altijd mee op vakantie naar zee en het gebeurde verschillende keren dat het echtpaar met de kinderen en huishoudster Agnes in de auto naar de Achterhoek reden om een bezoekje af te leggen bij vader en moeder Kwak.


Agnes was heel netjes en precies en ze was altijd bezig met huishouden. Ze was heel vroom maar veel ruimer van opvatting dan bijvoorbeeld broer Otto. Van hem was bekend dat hij zijn eigen dochters het huis uit zou zetten wanneer ze onverhoopt zwanger zouden raken. De dochters van Agnes vertellen dat ze altijd zei dat ze moesten komen praten wanneer ze eventueel zwanger zouden worden. Ondanks haar verdriet zou samen praten toch het beste zijn.


Agnes had, volgens haar kinderen voorspellende gaven. Ze droomde vaak dat er iets stond te gebeuren. Niet dat ze exact droomde wat er ging komen maar er was steeds een verwijzing naar minder plezierige dingen. Uit overlevering zijn een paar voorbeelden bekend zoals:

• Agnes schreef eens aan haar toekomstige man dat ze had gedroomd dat zijn ouderhuis door bommen was geraakt.
  Het klopte in zoverre dat het huis van de buren was geraakt.
• Toen haar zus Ida was verongelukt was ze de heledag al van slag. Ze voorvoelde het als het ware.
• In Friesland was een ongeluk op de Fristho fabriek waar Wim werkte en ook dat had ze de nacht daarvoor al
  gedroomd.
• Ook het kind in de sloot bij dezelfde fabriek was door haar voorzien.

Deze voorvoelende gave hebben haar kinderen Ria en Trees ook heel sterk wanneer het hen  beiden betreft.


Als Agnes 24 jaar is haalt vader Gerhard Kwak haar naar huis omdat zijn vrouw ziek wordt en overlijdt. Tot aan het overlijden van haar vader in 1947 werkte Agnes als zijn huishoudster. Ze woonden aan de Elinkstraat nr 34.


Het begin

Agnes leerde haar man Wim Hendriksen kennen op de bruiloft van een zus van Truus Olthof, de echtgenote van broer Karel. Wim was een rustige man en een uitstekende timmerman/meubelmaker en afkomstig uit Ulft. Wim hield van fietsen en dus was het voor hem geen enkel probleem om Agnes, in de verkeringstijd, steeds per fiets te bezoeken. Je moet wel heel gek zijn op je meisje wanneer je dan bijna 60 km heen en weer fietst. Hij paste uitstekend bij Agnes. Ze hielden contact per ansichtkaart. Zo schrijft Agnes op een keer aan Wim:

“Ik zit hier op jouw slaapkamer en heb je kaart ontvangen. Ik ben blij dat jullie er zoo goed afgekomen zijn. Er vallen in Winterswijk veel bommen en er zijn drie mensenlevens te betreuren. Ook Pension Wamelink is kapot.”


Trouwen

Agnes en Wim trouwden, op 6 augustus 1946 voor de wet en op 25 september 1946 voor de kerk in de H. Jacobus te Winterswijk. Wim was 35 jaar en Agnes 33. Wellicht is de hoge leeftijd waarop Agnes trouwde mede veroorzaakt door het feit dat ze altijd maar bezig was met de verzorging van haar vader die, zoals bekend, niet makkelijk zijn zoons en dochters losliet. Daarnaast heeft de situatie van de oorlog mee gespeeld hebben. Toen was trouwen niet zo gemakkelijk De sfeer was wat bedrukt ondanks de feestelijke dag. Opa Kwak was namelijk niet aanwezig. Hij lag toen in het ziekenhuis. Na het huwelijk vertrok het bruidspaar naar het ziekenhuis om zijn felicitaties en zegen in ontvangst te nemen. Op zijn nachtkastje stond een bruidstaartpoppetje om de feestelijke gebeurtenis te benadrukken.

Huwelijk van Wim en Agnes op 6 september 1946

Het jonge paar ging inwonen bij textielmagnaat Overweg aan de Wilhelminastraat. Zus Nel had haar voormalige ‘mevrouw’  verteld dat Agnes en Wim een huis zochten. En omdat de villa groot genoeg was voor de, kort na de oorlog verplichte inkwartiering, vond Overweg dat een goed idee. Hij had het liefst ‘good volk’ over de vloer. Ze hadden het er daar best naar haar zin want ze woonden in de ‘herenkamer met open haard’ en ze sliepen in de logeerkamer. Agnes kon alleen niet met de dienstmeisjes overweg. Die vonden zo’n inwoonster maar niets en dwongen haar steeds mee te helpen met allerlei werkzaamheden, die ze eigenlijk niet hoefde te doen, vooral in de keuken die ze gezamenlijk gebruikten.


Wim kon goed met meneer Overweg uit de voeten. Die twee lagen elkaar wel. Wim kreeg achter in de tuin dan ook een schuurtje waar hij een werkbank in kon zetten en dus voor zichzelf kon knutselen. Intussen is Nel al bij Overweg vertrokken om Paula in Arnhem te helpen, want daar is echtgenoot Henk tijdens het herstellen van oorlogsschade uit de nok van het station gevallen.


In 1947 werd het eerste kind van Agnes en Wim, zoon Frans, geboren. Zus Nel kwam weer terug omdat Agnes in het ziekhuis lag met problemen aan de nieren. Ze kreeg meteen haar oude kamer bij Overweg terug om Wim te helpen met kleine Frans. Maar toch wordt het bij Overweg allemaal wel erg krap.


Franeker

Wim solliciteerde overal naar een baan waarbij een huis werd aangeboden. Door heel Nederland. Dat vond hij leuk want het sollicitatiereisje werd vergoed en dan zag je nog eens wat. Uiteindelijk kreeg hij een baan te pakken bij meubelfabriek Fristho (N.V. Friesche Stoel- en Houtwarenfabriek) in Franeker.


Hij koos daarvoor omdat er bij de baan een huis werd aangeboden. Het was één van de drie houten vakantiehuisjes (noodwoningen) die op het terrein van de meubelfabriek stonden. Men had ze gebouwd om goede vaklui aan het bedrijf te binden. Het waren kleine huisjes, barakken eigenlijk. Ze bestonden uit een woonkamertje, een keukentje, twee slaapkamertjes en een berghok.

In januari 1948 verhuist het gezin naar Franeker. Schoonzus Nel en Wim gaan vooruit om de zaak schoon te maken. Het loopt tegen de kerst en het giet van de regen. Gelukkig hebben de buren de kachel aangemaakt en dat maakt het werken nog enigszins plezierig. Ze warmen de boerenkool, die Nel in een pan heeft meegebracht vanuit Winterswijk, op en gaan aan het werk. Wat er van de boerenkool over was ging onder het bed want daar was het koud genoeg.


De eerste nacht sliepen Nel en Agnes slecht want ze hoorden de hele tijd water lopen en dat maakte hen bang. De andere ochtend bleek dat het geluid afkomstig was van de sloot achter de woning. Agnes moest later ook wennen aan de andere geluiden van de fabriek. Zo ging minstens zes keer per dag de sirene, de ‘fluit’. Die bepaalde het levensritme van de gezinnen. Moeders die binnen gehoorsafstand woonden, konden dan om 12 uur alvast het warme eten op tafel zetten, want ‘vader’ kwam dan spoedig thuis om te eten. Dat moest snel gebeuren want de mannen hadden maar ‘fijf ketier skoft’ (vijf kwartier schaft). Ook zullen de moeders de fabriek regelmatig vervloekt hebben. Vooral op wasdag want, afhankelijk van wat de fabriek opstookte en de windrichting, daalden de roetvlokken uit de Fristho schoorsteen geheid neer op de schone lakens op de bleek. Die zaten dan helemaal onder de zwarte vlekjes en was al het waswerk voor niets geweest. Wanneer je man bij de fabriek werkte werd er maar niets van gezegd. Maar toch.


Vrije tijd

Belangrijk in het leven als werknemer van Fristho waren de uitstapjes en de besteding van de vrije tijd. Zo bezochten de medewerkers de meubeltentoonstelling in Amsterdam met aansluitend een rondvaart (1948) en de Jaarbeurs in Utrecht  (1949), beide leerzame uitjes. Een reis naar Schiphol ging weliswaar ten koste van een snipperdag, maar het was de moeite waard.


De Fristho reisjes kenden een grote deelname en vielen goed in de smaak. Bij de reis naar Schiphol gingen de partners nog niet mee, maar dat was later wel het geval. Sport behoorde ook tot de ontspanning van de fabriek. Men hield zich bezig met kaatsen, voetbal en schaatsen. De bedrijfsvereniging organiseerde meestal twee keer per jaar een ‘contactavond’. Daar deden ze allerlei spelletjes als sjoelen, knikkeren en schieten. Op deze feestavonden voor volwassenen kon iedereen ook genieten van toneel of cabaret. Na afloop was er muziek en dansen. Voor de kinderen was de Sinterklaasviering het belangrijkste naast poppenkastvoorstellingen, film en cadeautjes. In de eerste jaren na de bevrijding was er nog nauwelijks speelgoed te krijgen, zodat enkele mannen op de fabriek voor de meisjes een poppenwagen en voor de jongens een kruiwagen hadden gemaakt.

In de Franeker-periode werd Toos [236] geboren in 1948. Ze kwam twee maanden te vroeg. De huisarts bracht haar in de auto naar een soort noodziekenhuis. Ze lag daar als enige baby in de couveuse. Toos:


“Zo gauw mamma het bed uit mocht sjouwde ze iedere dag met zoon Frans in de kinderwagen naar het ziekenhuis. Net zo lang tot ik weer naar huis mocht. Eenmaal thuis sliep ik in mijn bedje meteen naast de warme kachel. Pappa en mamma hebben trouwens heel wat afgeklept naar het ziekenhuis. Eerst ik met een navelbreuk, toen Frans met een liesbreuk en na een paar jaar werden ook nog eens de amandelen geknipt. Ik zie de spuugbakjes en de taxi waarmee we naar huis werden gereden nog zo voor me."


Annie wordt geboren in 1950. Gelukkig gaat daar alles goed mee en de kinderen groeien voorspoedig op. Het leven in Franeker was goed en het gezin voelde zich er wel thuis. Frans, Annie en Toos sliepen met zijn drieën overdwars in een tweepersoons bed. Meer ruimte was er niet. Alleen het huis bleef behelpen vooral toen in 1952 de tweeling werd geboren. Die kregen hun wieg bij Agnes en Wim op de slaapkamer.

Vlnr. achter: Wim, Toos, Agnes, voor: Trees, Hannie, Ria, Frans


De tweeling


Niemand had toen door dat het een tweeling zou worden. Toentertijd was er nog geen echo. Dus het was een enorme verrassing. De paniek in huis was compleet toen men ontdekte dat de kleine Annie, meteen na de bevalling, de benen had genomen en door de heg naar de buren was gekropen. Er werd als een gek gezocht zeker ook vanwege de slootjes in de buurt van het huis. Agnes mocht niets weten want die was als de dood voor slootjes sinds ze een keer het zoontje van de directeur er uit had gevist. Water was toch al een gegeven waar ze schijnbaar een hekelaan had. Frans:

“Door het gebrek aan ruimte kon Mamma de was niet binnen drogen. De luiers werden ’s nachts gedroogd aan waslijnen die extra gespannen werden in de huiskamer. Altijd als het overdag regende rende mijn moeder als een haas naar buiten om het wasgoed te redden. Daarbij riep ze steeds: “Oh het regent.” Van schrik begon ik dan vroeger altijd te huilen. Daardoor heb ik jarenlang een hekel aan regen gehad. Gelukkig is alles goed gekomen. Met Toos, het zoontje van de directeur en uiteindelijk ook met mij.”


Naast de krappe woonruimte was de financiële situatie van het gezin belabberd. Er was nauwelijks geld om de geboorte van de tweeling te bekostigen. Ineens moest alles dubbel aangekocht worden. Er was zelfs geen geld voor geboortekaartjes. Na de geboorte van de tweeling kwam er een hulpje in huis, Wietske, een meisje uit Franeker. Zij mocht van haar moeder belangeloos helpen. Vader Wim wilde dat niet en hij werkte speciaal voor haar over om haar te kunnen betalen. Geld was trouwens altijd een bron van zorg. De kinderen kregen wat ze nodig hadden maar extra’s waren er niet bij. Wietske heeft een jaar in het gezin gewerkt. Ria:


“Er was vaak geen geld voor Sinterklaascadeautjes. Die werden dan zelf gemaakt. Pappa maakte de meubeltjes en mamma de poppenkleertjes. Daarbij werd ze een keer betrapt. Mamma vertelde dat: ‘Sinterklaas zo druk was dat hij gevraagd had of ze wilde helpen, anders waren de cadeautjes niet op tijd af.’ Wij slikten dat voor zoete koek. Ook vonden we op een keer de cadeautjes op de stoep voor het huis. Niemand wist waar die vandaan kwamen. Pappa vermoedelijk wel maar die deed of zijn neus bloedde. Dat was voor mij pas echt sinterklaas.”


Later werd de financiële situatie gelukkig beter. Hannie vertelt dat haar moeder in latere jaren steeds meer kleine cadeautjes erbij kocht. Misschien als antwoord op de talloze magere jaren. 

De kinderen hadden het best naar de zin in Franeker. Ze gingen naar de kleuterschool in het centrum, die lag dicht naast een bejaardentehuis met allemaal ‘pakes en beppes’ (opa’s en oma’s). Door hen stonden ze volop in de belangstelling. Heel gezellig. Ook moeder Agnes woonde graag in Franeker. Het was een stad en het winkelen was daar heel aangenaam.


Emigreren

Door de gezinsuitbreiding was de kleine noodwoning helemaal te klein geworden. Aangezien er via de gemeente en de fabriek geen uitzicht was op een grotere woning ging Wim weer solliciteren. In denaoorlogse periodewas dat zeker niet eenvoudig. Het zoeken naar een baan ging zover dat Agnes en Wim zelfs wilden emigreren. Iets wat in de naoorlogse tijd heel gebruikelijk was. En ze waren niet de eersten binnen de familie. Broer Paul was hen al voorgegaan naar Indonesië, maar ook zuster Hetty zat daar op dat moment met haar gezin. Agnes en Wim waren er in de periode rond 1950 heel druk mee bezig. Op het allerlaatste moment ging de emigratie echter niet door, omdat er maar twee kinderen mee mochten en Agnes op dat moment van Annie in verwachting was.


Achter: Ida Forrer-Kwak, Anes, Toos, Wim

Voor: vermoedelijk Hedwig en Clasien Forrer en Frans

Naar Wijchen

Intussen bleef Wim doorzoeken naar een baan met een grotere woning. Uiteindelijk kwam er van een groter huis in Franeker niets terecht, zelfs dreigen met opstappen hielp niet. Wim zocht vooral in de omgeving van Arnhem zodat ze in ieder geval wat dichter bij de familie zijn. Wim ging uiteindelijk in Wijchen kijken want daar is een baan met huis voorhanden. Hij keek daarbij meer naar de baan dan naar de woonomgeving en dat gaf later toch nog wel wat problemen. Wim werd aangenomen bij Eltink meubelen. Daar konden ze wel een uitstekende en creatieve meubelmaker gebruiken. In oktober 1954 verhuisde het gezin naar Wijchen, naar de Acaciastraat. Het was een eenvoudige, kinderrijke maar wel wat rauwe arbeidersbuurt. Ze kregen een veel groter huis met drie slaapkamers. Agnes en Wim sliepen aan de voorkant. De vier zussen bij elkaar op één kamer en Frans kreeg een eigen kamertje. Er was een klein berghokje, waar wat spullen stonden en er was een grote tuin. Maar er was geen douche. Niet vreemd want dat was toen nog niet gebruikelijk in arbeidersbuurten.


Pappa Wim en zoon Frans gingen met de vrachtwagen op weg naar Wijchen en Agnes ging met de kinderen per trein.Tante Paula die met de verhuizing had geholpen ging ook mee. Voor de kinderen was de trein natuurlijk heel spannend maar de aankomst vond vooral Toos redelijk angstig:
“We kwamen in het donker aan en ik was bang dat we pappa niet meer terug konden vinden. Want ik was een echt pappa’s kindje. Maar alles kwam goed en eindelijk hadden we een groter huis.”


Op de Acaciastraat

Aangekomen in Wijchen ging Toos meteen naar de eerste klas omdat ze intussen zes jaar was geworden. Ria en Trees zaten in Wijchen op kleuterschool Tienakker. De juffen daar maakten al meteen kennis met hun tweelingenstreken.
Ria: “Ik herinner me nog levendig dat Trees en ik de eerste dag op de kleuterschool al in de hoek moesten staan. Wat we gedaan hebben weet ik niet meer maar het moeteenonvergetelijkeindrukopmehebbengemaaktdatikhetnunogweet.”


Wim werkte niet lang bij Eltink meubelen. Hooguit twee jaar. De industriële aanpak van het bedrijf beviel niet echt na de vooruitstrevende aanpak van Fristho in Franeker. Het was allemaal veel te industrieel en er was te weinig ouderwets handwerk. Kort daarna ging hij dus werken bij timmerbedrijf Oosterhout ook in Wijchen. Daar werkte Wim op de timmerwerkplaats tot het einde van de zestiger jaren. Na het faillissement van dit bedrijf zat hij een tijd in de WW waarna hij een tijd onder andere werkte bij bouwbedrijf Guelen in Wijchen en een bedrijf in Elst (Gemeente OverBetuwe).

Wijchen viel Agnes tegen. Franeker was een grote stad en Wijchen een gat. Daar viel dus niets te winkelen. En daar was ze nou juist zo gek op. Nijmegen lag weliswaar dichtbij maar daar kwam je toch niet zo gemakkelijk. Ook stond de buurt niet al te goed bekend. Daar hadden ook de kinderen last van.


Annie vond het maar niks op de nieuwe school. Ze huilde veel omdat ze haar juffrouw miste. En van Toos weten we dat de ouders van haar beste vriendin Margreet minder blij waren met de nieuwe vriendschap vanwege de buurt waar ze woonde. Alleen met de verjaardag mocht ze bij haar vriendin thuis komen. Het gevolg was dat Margreet altijd in de Acaciastraat speelde. Daar was het erg leuk. Vooral vanwege de vuilnisbelt die daar lag. De kinderen hadden daar in ondergrondse gangen gegraven waarin ze met zijn allen zaten. Levensgevaarlijk.

In Wijchen bezochten de meisjes later de St. Mariaschool Tienakker. Frans zat op de St. Franciscus Jongensschool tegenover de Mariaschool aan de Oosterweg. Op school ging het er volgens hedendaagse normen redelijk streng aan toe. Een draai om je oren was niet ongebruikelijk en de hoek of de gang waren regelmatig bezochte plaatsen. Ook liep er een meester rond die zo nu en dan een tik uitdeelde met een rubber riempje. Al met al viel het uiteindelijk wel mee en werd er ook plezier gemaakt. Zo waren er schoolreisjes waar iedereen veel plezier aan beleefde. 

De school was wel belangrijk voor Agnes en Wim. Die vonden dat er geleerd moest worden. De kinderen moesten het in ieder geval beter krijgen dan ze hetzelfhaddengehad.

Hannie: voorheen Annie

Op de lagere school werdAnnie omgedoopt tot Hannie. Dat gebeurde omdat er bij haar in de klas een meisje zat dat Annie Hendriks heette. Ze had precies dezelfde doopnamen als Annie en woonde ook nog in de zelfde straat. Dat gaf dus veel verwarring. De juffrouw stelde toen voor dat één van de twee maar Hannie moest gaan heten. Onze Annie gaf aan dat een andere naam voor haar geen enkel probleem was. Ze vond het eigenlijk wel spannend. Sinds die tijd is dat zo gebleven en gaat ze verder door het leven als Hannie Hendriksen. In het begin vindt Frans deze naamswijziging maar niks en hij blijft haar nog maanden Annie noemen.


Ria en Trees
Scheiding In de eerste klas zaten Trees en Ria bij elkaar in de klas. In de tweede klas werd Trees ziek en kreeg roodvonk. De toenmalige onderwijzeres gebruikte deze ziekteperiode om de twee zussen uit elkaar te halen. Zij vond namelijk dat de twee meiden als tweeling veel te hecht met elkaar waren. Dus werden ze in aparte klassen geplaatst. Ria:
“Ik vond het verschrikkelijk maar daar werd gewoon geen rekening mee gehouden. Pas in de zesde klas kwamen we weer bij elkaar. Achteraf gezien vond ik de lagere school waarschijnlijk niet zo leuk. Ik had een broertje dood aan leren. Ik weet nog weinig van die jaren op de lagere school. En de dingen die ik weet zijn niet de prettigste. Ik zat bij nonnen in de klas en in de derde klas was er zelfs een non die een stoute rij had geformeerd waarin de echt ondeugende kinderen zaten. Ik ook. Zoiets doet je geen goed. Het is me altijd bijgebleven.”


Tot aan de zesde klas droegen Ria en Trees dezelfde kleding. Vanaf dat moment vond Mamma dat het anders moest. De meisjes moesten wat meer onderscheid krijgen. Ze ging met ons allebei apart naar de stad om kleding te kopen. Tweeling! Hoezo tweeling? Beide meiden kwamen met precies hetzelfde thuis.

Het geloof

Naast het naar school gaan speelde het geloof een grote rol. In 1955 deden Frans en Toos de eerste communie. Frans was deftig in het pak gestoken en Toos had een prachtige lange witte jurk. Voor thuis was er een mooi rood jurkje met allerlei borduursels. Natuurlijk was het een plechtige gebeurtenis. Zeker voor beide gelovige ouders. Het feest werd dan ook uitgebreid gevierd. Bij de eerste heilige communie waren helaas geen opa’s en oma’s aanwezig. Die waren toen al overleden. 

Ondanks de geloofsbeleving van de ouders ging hun beleving niet zo ver dat het verboden werd met niet katholieke kinderen te spelen. Die woonden er ook in de straat maar daar maakten zij, in tegenstelling tot de toentertijd geldende normen, geen probleem van. Iedere vrijdag moesten alle kinderen naar de kerk. Ook aten ze op die dag geen vlees zoals gelovige katholieken betaamt. Het was de befaamde katholieke visdag waarop rolmopsen, zoute haring, lekkerbekjes of kabeljauwfilet werd geserveerd in huize Hendriksen. Meestal met gebakken aardappelen.

Op school moesten de kinderen in die tijd de catechismus volledig uit het hoofd leren. Een kruis zoals menigeen weet. Frans leverde als jonge man jarenlang een praktische bijdrage aan het geloof. Hij was, zoals zo veel jongens in die tijd, misdienaar van 1960 tot en met 1966. Veel herinnert hij zich daar niet van. Alleen de uitstapjes en de voetbaltoernooien die pater van Rijn organiseerde zijn blijven hangen. De uitstapjes waren voor die tijd redelijk vooruitstrevend. Zo gingen ze onder andere naar de film West Side Story in Arnhem en aten kippenpoten in een restaurant in Wijchen.


Het was in huize Hendriksen ook heel gebruikelijk om kranten te verzamelen voor de missie. Niet zo zeer vanwege de missie maar veel meer, waarschijnlijk, vanwege de dropslierten dieje kreeg als je ze bij één van de schooljuffrouwen inleverde. Die mocht je dan in de klas opeten terwijl de anderen nietshadden.


Drank

Agnes had een uitgesproken mening over mannen. Ze wilde absoluut geen zakenman want dat was haar allemaal veel te druk. Daarnaast was Agnes zeer tegen het gebruik van drank. Wat daarvan de gevolgen waren had ze vroeger thuis, in het café, meer dan genoeg meegemaakt. Volgens Frans was een enkel biertje voor haar al genoeg om een jongeman af te wijzen. Ze wilde destijds ook alleen maar een vriend die niet dronk. Anders hoefde het niet.


Gezin
Wim en Agnes waren eigenlijk heel bescheiden en cijferden zichzelf helemaal weg. Zij waren de solide basis van een hecht maar traditioneel gezin. Wim werkte en zorgde voor het inkomen. Hij voelde zich vaak achtergesteld. Hij was maar een timmerman en dat terwijl hij bekend stond als een voortreffelijke meubelmaker. Hij  had het daarin zijn latere leven vaak niet gemakkelijk mee. Hij kon goed leren maar moest van school vanwege geldgebrek. Later heeft hij wel veel bijgeleerd. Hij wilde zelfs nog vakleraar worden. Dat is er nooit van gekomen. De reden is niet helemaal duidelijk. De kinderen geven aan dat het wellicht aan de oorlog heeft gelegen en aan het voortdurende gebrek aan geld. De opleiding kostte gewoon te veel en dat kon het jonge gezin gewoon niet betalen.


Wim was een gevoelsmens. Hij speelde prachtig mondharmonica. Hij deed dat graag en iedereen, inclusief Agnes, zong dan uit volle borst mee en ook werd er op zijn muziek gedanst. Daarnaast knutselde Wim graag. Hij deed vooral veel aan houtsnijden en maakte de mooiste dingen. Ook stond hij veel in de schuur te prutsen. Hij maakte van alles en nog wat voor de kinderen. Zo bouwde hij zijn eigen kerststal. Naast knutselen was hij dol op dagtochtjes met trein, bus of fiets en las hij veel. Geen romans maar alleen vakliteratuur. Hij hielp zijn kinderen heel veel met huiswerk maken. Hij vond goed je best doen op school van wezenlijk belang.

Agnes deed het huishouden. Ze was er alleen voor man en kinderen. Daar stond ze altijd voor klaar. Agnes was een lieve, zachte vrouw met een ‘zorgend’ karakter. Ze zong tijdens het werk steeds het hoogste lied. Als ze niet zong was ze ziek. Ook was ze gek op borduren en lezen.


Kinderen stonden in het gezin steeds in het middelpunt. Agnes en Wim genoten als iedereen er netjes uit zag. Ze waren vooral erg ordelijk. Ordelijk wilde niet zeggen strak en gevoelloos. Integendeel. Het mocht nooit aan sfeer ontbreken. Beide ouders gaven alles aan hun kroost. In de vrije tijd ging de hele familie vaak wandelen en fietsen. Dan zong de hele meute alles aan elkaar. En in de vakantie maakten ze vaak een dagtochtje. Dat was toen een heel feest. Ook werd er thuis veel geknutseld. Poppenkleertjes maken, slingers maken, spelletjes doen en stoeien.  Lief en bezorgd dat was eigenlijk de basis van de ouders. 


Karweitjes
Op de zaterdag moest iedereen altijd thuis helpen. Toos stofte de kamer en deed samen met Hannie de boodschappen. 

Ook moesten de tegels in de keuken en de badkamer apart worden schoongemaakt. Iedereen hielp ook afwassen. Bij het eten was sfeer altijd heel belangrijk. Vooral Agnes hield ervan de tafel netjes te dekken. Het netjes dekken van de tafel gebeurde trouwens iedere zondag. Ook leerde iedereen met mes en vork eten. Dat vonden Agnes en Wim belangrijk. Er werd altijd gezamenlijk gegeten. Ook wanneer er iemand toevallig later thuis kwam.

Agnes was geen bijster goede kok. Ze waagde zich absoluut niet aan luxe etentjes en andere aparte dingen. Maar ze kookte wel met veel plezier. Waar nodig hielpen de meiden vaak met het koken. Bij Agnes bestonden stamppotten meestal uit te veel aardappels en te weinig groente. Die waren dan meestal ook niet te pruimen.Toch was het niet allemaal narigheid want uit overlevering is bekend dat ze drie toppers kon maken: hachee, kippensoep en gebakken kip. Pappa had voor lekkere dingen eigenlijk veel meer gevoel. In het weekend maakte hij vaak soep, braadde het vlees en schilde de stoofpeertjes en de aardappels. Daarnaast was hij de fritesspecialist


Reuma

In 1958 kwam de sfeer in het gezin onder druk te staan. Wim kreeg acute reuma. De eerste zes weken lag hij boven in bed. Niet in staat om te lopen. Hij kreeg onder andere goudinjecties om de ziekte te bestrijden. Maar die veroorzaakten eczeem over zijn hele lichaam zodat hij regelmatig helemaal in het verband zat. Het was een moeilijke tijd.
Uiteindelijk kreeg Wim schoon genoeg van alle medicijnen en dokters en stopte overal mee. Daarna ging het eigenlijk alleen maar beter. Meer dan een jaar lang kon hij niet werken, maar werd uiteindelijk toch niet afgekeurd. Alleen het lopen werd moeilijker vanwege de vergroeide tenen.

Fineer- en houtwerk Wim


Ringlaan

De verhuizing naar de Ringlaan in juli 1963 was voor iedereen een heel bijzondere gebeurtenis. Ze kregen een mooier en groter huis. Beneden hadden ze een ruime woonkamer, een keuken gang en wc. Boven hadden ze ineens twee kleine en twee grote slaapkamers, een douche en een grote zolder met vlizotrap waar het wasgoed altijd gedroogd werd. Ook was er een tuin en een schuur voor de fietsen. Toch was Wim niet echt gelukkig in zijn nieuwe huis. Hij miste de oude buurt.


De jaren ‘60

In 1964 pakte Toos haar eerste carnavalsfeest mee. In de vierde van de Mulo. Kort daarna ging ze naar een retraite in Elspeet op de Veluwe. Weer een nieuwe belevenis. Overdag werd er gediscussieerd over de toekomst en het geloof. Het was erg katholiek allemaal en je werd (bijna) verplicht om zelfs te biechten. Ook kreeg je seksuele voorlichting maar diestelde niet zo veel voor. Ze sliepen in een gebouw met een jongens- en een meisjeskant en een eetzaal. Wat een feest. Slapen in stapelbedden in een gezamenlijke slaapzaal. Midden in de nacht met de leraren wandelen in het donkere bos was veel spannender dan discussiëren over de toekomst. Toos:


“Na 22.00 uur mocht je niet meer buiten rondzwerven en de jongenskant was absoluut verboden. Hoewel sommige medeleerlingen stiekem uit de ramen klommen. Ik zelf niet want ik lag als één van de eerste te slapen. Toen de leraren de nachtelijke escapades merkten waren ze knap boos.”


In juli 1964 slaagden Frans en Toos voor de Mulo. Wim had het er moeilijk mee toen de meiden opgroeiden. Ze werden een stuk mondiger dan hij vroeger zelf was geweest en daar moest hij heel erg aan wennen. Ze groeiden op in de spannende jaren ’60. Carnaval, kermis, op de brommer naar Ulft, schoolreisjes naar België, op vakantie naar Limburg, slapen in jeugdherbergen, met een jeugdgroep naar Duitsland. Vrijheid alom. Wim zal, zoals de meeste vaders, wel overbezorgd geweest zijn. Vandaar wellicht de strenge regels voor wat betreft het thuiskomen na het dansen. Op tijd is op tijd.


Dan was het bij Frans maar wat makkelijker. Die ging gewoon voetballen.

Toos leerde typen en steno bij zuster Mechtilda van het nonnenklooster Portiuncula aan de Graafseweg (Alverna) in Wijchen en ging aan het werk op een notariskantoor. Hannie en Ria gingen daar ook naar school en slaagde daar voor het diploma Nederlandse handelscorrespondentie.


In de avonduren volgde Toos de Mater Amabilisschool samen met Hannie. Dat was eigenlijk een school voor meisjes die weinig onderwijs hadden genoten. Ze werden op die school bijgespijkerd voor het toekomstige leven. Vooral fabrieksmeisjes gingen er toen naar toe. Maar die kwamen er maar weinig opdraven zodat de cursus een gebrek aan leerlingen had. Het hoofd vandeopleidingwoondebijdefamilieHendriksenindebuurtenvroegofzij ook mee wilden doen. Ze leerden daar koken, naaien, algemene ontwikkeling en ze kregen er zelfs zwemles. Toos haalde daar haar A-diploma. Een heel leuke tijd. Er werden ook ontspanningsactiviteiten georganiseerd zoals feestjesendroppings.


Alle kinderen in het gezin kiezen uiteindelijk voor een baan in de administratieve sector. Ze werken achtereenvolgens bij notarissen, een accountantskantoor,de gemeente Wijchen, de politie in Breda, bij de inspectie der Domeinen en op een scholengemeenschap in Wijchen. Frans gaat werken bij de belastingen in Nijmegen en blijft daar heel zijn werkzame leven.


Trouwen

Toos is de eerste van het stel die haar ja-woord geeft. Ze ontmoette Huub Peters tijdens de kermis. Die nam ze mee naar huis om nog wat koffie te drinken. In zijn kielzog een sliert jongens om Hannie ook aan een vriend te helpen. Helaas viel dat bij Agnes niet in goede aarde en stuurde ze iedereen naar huis, Huub ging uit solidariteit maar mee. Toch is alles goed gekomen. En na de officiële verloving in januari 1971 zijn 19 november 1971getrouwd.

In 1971 zijn Wim en Agnes 25 jaar getrouwd. Er wordt dan een groot feest gevierd.

Achter: Hannie, Frans, Toos en Ria
Voor: Agnes, Trees en Wim


Opnieuw reuma

Net voor Wim’s pensioen in 1975 kreeg hij opnieuw een acute reuma-aanval. Zes weken voor zijn officiële afscheid bij Tiemstra. Tiemstra was een grote aannemer in Nijmegen waar Wim de laatste jaren voor zijn pensionering werkte. Hij wilde dus niet naar de afscheidsreceptie. Hij vond dat hij dat niet maken kon. Ziek thuis en dan een feestje. Op verzoek van Tiemstra hebben de kinderen hem toch met de auto gebracht. Hij heeft genoten van zijn afscheidsfeest.


Ria ontmoet haar uiteindelijke echtgenoot Jan Hopman op de Wijchense kermis. De eerste afspraak werd gemaakt op de laatste dag van de kermis maar door drukte liepen we elkaar mis. Pas een half jaar later troffen we elkaar opnieuw bij zaal Verploegen in Woezik tijdens het carnaval. Waren er toen maar mobieltjes geweest. Dan was het wellicht een jaar eerder raak geweest. Ze trouwden op 20 juni 1975.”

Hannie trouwde in de zomer van 1977 op 24 juni met Jan van den Oever. Hij is de eigenaar van een boerenbedrijf. Hannie startte daarna een groente- en fruitwinkel bij hun boerderij in St.Hubert, dicht bij Wijchen.


Trees trouwde op 23 december 1977, voor de wet en in 1978 voor de kerk met Sjaak Thijssen. Die had ze leren kennen in het Brabantse uitgaansleven van St. Anthonis. Hij kwam van oorsprong uit Vierlingsbeek.


Jan Hopman en Ria 1975                                  Sjaak Thijssen en Trees 1977                                       Jan van den Oever en Hannie 1977

Opvallend is wel dat alle meiden van Hendriksen na hun huwelijk stopten met werken toen het eerste kind zich aandiende. Heel gebruikelijk in die tijd. Nu, in 2007, is dat niet meer denkbaar. Toen verlegden de aspirant-moeders hun werk naar vrijwilligerswerk en assistentie op scholen. Pas als de kinderen naar de zesde klas gaan herintreden ze weer, zoals dat zo mooi heet.

Weer alleen

In zes jaar tijd zitten Agnes en Wim weer alleen. Alleen Frans woont dan nog thuis. Maar die is door zijn werk en zijn inzet voor de voetbal veel weg. De weg lijkt vrij voor een rustige ‘oude dag’. Maar het zal allemaal anders lopen.
In 1979 werd bij Wim kanker geconstateerd. Er zat een tumor in de nieren en er waren uitzaaiingen naar de longen. Er werd een nier verwijderd en het leek even beter te gaan. De chemokuren verwoestten echter zijn conditie. Voor Agnes was in die tijd niets te veel om hem te verzorgen. Helaas heeft het niet mogen baten en in maart 1980 overleed Wim 69 jaar oud. Voor iedereen was dat een moeilijke en heel verdrietige tijd. Agnes bleef alleen achter.


De eerste maanden ging het nog wel. Ze was blij dat hij uit zijn lijden was verlost. Maar na een half jaar kreeg ze het heel erg moeilijk. Ze kreeg medicijnen van de dokter om toch wat rust en slaap te vinden. Na verloop van tijd knapte ze weer een beetje op. Agnes was na het overlijden van Wim nooit meer dezelfde. Vooral de vrolijkheid die haar zo kenmerkte verdween voor een deel.


Gelukkig had ze een hele steun aan Frans die nog thuis was. Die wilde eigenlijk op zich zelf gaan wonen maar stelde dat, vanwege mamma, nog een aantal jaren uit. Alleen is maar alleen. Zeker wanneer je zoveel jaren lief en leed met elkaar gedeeld hebt. Frans ging op 36-jarige leeftijd het huis uit. Later krabbelde Agnes weer wat op. Vooral omdat de kinderen veel bij haar over de vloer kwamen waar ze veel plezier aan beleefde. De laatste jaren In 1987 verhuisde Agnes naar een aanleunwoning bij het bejaardentehuis St. Jozef. Dat was in de Schakelhof in het centrum van Wijchen. Ze woonde daar zelfstandig maar kon altijd een beroep doen op aanvullende verzorging. Helaas heeft ze daar nooit echt met plezier gewoond. Dat lag enerzijds aan de ingang van het gebouw. Die was vooral ’s avonds heel donker en daar was ze een beetje bang voor. Daarnaast was ook haar afnemende geestelijke gezondheid er de oorzaak van dat ze zich in haar eigen huis niet echt veilig voelde. Na vijf jaar was het was dan ook een hele opluchting dat ze uiteindelijk naar het verzorgingshuis St. Jozef kon. Daar woonde ze al met al ook nog een jaar. De laatste jaren woonde ze in verpleegtehuis De Weegbree. Agnes heeft een hoge leeftijd bereikt. Pas rond haar 80e kreeg ze geestelijke problemen. Ze stierf op 86-jarige leeftijd in een tehuis waar ze de laatste jaren van haar leven goed verzorgd heeft doorgebracht.


Hannie verwoordt in een mailtje de verhouding met haar ouders eigenlijk heel kernachtig:
“Wat hebben wij toch een gezellig leven met hen gehad. Natuurlijk was het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar de herinneringen zijn goed en als ik zo terug kijk word ik er bijna emotioneel van en mis ik ze nog steeds.”

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved