Eerste Wereldoorlog Wwijk

Eerste Wereldoorlog in Winterwijk

Een Schützenfest komt voort van uit de schutterijen die vroeger in de schepen aanwezig waren om de bewoners te beschermen. Aan het hoofd staat de koning met zijn koningin. In het gevolg is een kapitein die de stoet tot stoppen dwingt bij het huis van de belangrijke notabelen in het dorp. De vaandrig maakt sierlijke bewegingen met de vlag (vaandel- of vendel- zwaaien) en de "bielemans" (de bijlmannen) zwaaien met hun bijlen. Vroeger waren deze bielemannen belangrijk want toen moesten ze met hun bijlen dorens en struiken weghakken.

Ansichtkaart Slingebeek bij Oeding

omstreeks 1907

Zollambt Oeding anno 1900

Eten halen door de grensbewakers tijdens de Eerste Wereldoorlog in  Dinxperlo.

Eenheidsworst

Jachtschotel

Belgenmonument in Amersfoort

Ondanks de oorlog tegen de oorlogsmisdaden sterven in België bedreven werden, viel het in de Achterhoek ook zo groot was. Er was grote saamhorigheid, vrede en vriendschap onder de grensbevolking en de familiebanden waren talloos. Men sprak denken over het zelfstandig plat-Achterhoeks van plat-Duuts. Het was zo dat de grens in soorten gevallen gewoon over de boerenerf liep. Dan stond de boerderijwel op Nederlands gebied en de schuren in Duitsland.

 

In de harten van de grensbewoners leefde de oorlog dus niet echt. Eenzaamheid van de grens en waren er naar school gegaan. Talloze bewoners werkten in Duitsland. Het werken in Duitsland is tijdens de Eerste Wereldoorlog niet gezien en de ontkenning van het neutrale en openende raam. Vooral voor 1933 toen Hitler aan de macht kwam was er een hiel intensief verkeer.

 

De grens was absoluut geen barrière. Natuurlijk had je een tijd nodig om over te steken. Maar waar de oversteek gebeurde was niet zo important als je maar geen 'contrabande' (smokkelwaar) bij je had. Het drukke verkeer had vooral te maken met handelsverkeer, familiebezoek en kermissen en andere evenementen. Het Schützenfest was wat een fenomeen dat veel bezocht werd.

 

smokkelen

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ontstond er een eerlijke handel met Duitsland. Dat werd veroorzaakt door de handelsblokkade van Engeland. Nederland zet onder druk zetten en het loopt het risico dat uitbreiding van de illegale handel de neutraliteit van ons land in het probleem zou brengen. Er zijn dus uitvoerverboden van granen, stro, paarden en hooi. Op 25 september 1914 werd in de gemeente langs de grens van staat afgekondigd. Er kon niet worden opgetreden tegen de overtreders van de uitvoerverboden. Het is dat ze een unieke en veiligheid voor de roest en veiligheid heeft. Bij veroordeling kanzezelfsuitdegrensgemeentenverwijderdworden.

 

Eind 1915 werd een strook van 300 meter lang genoeg. Personen boven de 18 jaar mochten daar niet komen. In de boerderijen die zoals in Kotten eigenlijk boven de limen lagen hadden dezepersonen dan ookeen speciale licentie nodig. Ondanks de meer dan 6000 douanebeambten aan de grenzen, mogen niet alle gaten gedicht worden. Een bekende smokkelroute door Winterswijk was de plaatselijke Slingebeek. Die werd als pad gebruikt toen de commiezen over de weg patrouilleerden.

 

Vooral paarden waren gewilde smokkelwaar. Duitsland nam ze inbeslag voorhet leger.Daardoor ontstond een groot tekort voor de landbouwers. Toen het eigen Nederlandse leger niet hoefde uitgevoerd te worden. Maar de boeren aan de rand en het grote geld en de paardensmokkel bijna versleten op gang. Er waren rond Winterswijk bossen waar overdag tientallen paarden werden verborgen die 's nacht de grens over repeteren. Ook waren er boeren die overdag bij de buren in Duitsland gaan ploegen met heel goede paarden en 's avonds innans met een goed gevulde beurs en scharminkels die de moeite van het transport zijn waar waren. Meteo Altijd voor hulp uitgebreid met gesmokkeld. Meel en graan waren gewilde artikelen. Evenals kleding. Die werd gesmokkeld door meerdere lagen over elkaar aan te trekken. Vaak werd er gesmokkeld in grote groepen. De ene groep fungeerde dan als bliksemafleider aan de andere groep dan snel met de contrabande via een andere route de grens overstak. Het was geregeld voor dat er geschoten werd uitgevoerd. Na ernst ofdende waarschuwing.

 

Toen er geen invloed was op de namaak van de smokkel. Daar werd smokkelen niet gezien als schending van de familie, maar ook als hulp aan de familie. Er werd uit volle overtuiging gesmokkeld al was het maar om de bloedverwanten aan het eten te houden. Goede en slimme smokkelaars stonden in die tijd in hoog aanzien. Bijna iedereen van hoog tot laag smokkelde. En menig boer kon in geuren en kleuren vertellen over de slimme trucs die ze gebruikten om de controleurs te slim af te zijn. Bij nacht en ontij de commiezen van je lijf houden dat was de sport. En als je er nog een kleine aanvulling op het karige inkomen kon was dan dat mooi meegenomen. Maar dat is niet alleen: er werd ook gesmokkeld omdat er grof geld verdiend kon worden. Alleen was de kleine man die achter slot en grendel ging en bleef de grote vis buiten schot. Het smokkelen werd, met naam door de verdienensten definitieve een ware industrie. Duitsers hadden het geld in de geboortedatum gevallen in Nederland.

 

Voedselproblemen

Door de oorlog ontstond er in ons eigen land langzaam maar zeker een gebrek aan van alles en nog wat. Er kwamen ook steeds meer surrogaatartikelen op de markt. Ook probeerde de overheid vooral na ongeveer 1916 door allerlei noodmaatregelen en door de distributiebonnen voor de eerste levensbehoeften het leven nog een beetje aangenaam te maken. De regering verstrekte via stuurcommité's  vooral brood, aardappelen en regeringsrijst. Deze artikelen werden in speciale winkels verkocht op het vertoon van distributiebonnen. Deze bonnen werden alleen verstrekt aan gezinnen die minder verdienden dan fl. 1200, - per jaar. Daarnaast nam de overheid strenge maatregelen om de beschikbaarheid van voedsel zo goed mogelijk te regelen. Zo mochten bakkers alleen maar bruin brood verkopen. Alleen op zaterdag mocht ook wit brood gebakken worden. Zondigen tegen dergelijke regels betekende kortweg sluiting van de winkel. Door de kleiner wordende bestedingen nam de concurrentie hand over hand toe. Op het laatst was er helemaal niets meer te krijgen. Zelfs klompen waren op de bon. Wanneer je de linker bijoorbeeld kapot had en de buurman de rechter dan was de deal gauw gesloten. Ook schoenen waren nauwelijks te krijgen en er waren winkeliers die ze verhuurden.

 

Het werd allemaal steeds moeilijker, zeker voor wat betreft het voedsel. Eind 1917 moesten de boeren zelfs hun hele  oogst inleveren. De boeren in de Achterhoek waren woest. Ze boerden op zandgronden en vanouds was een deel van het geoogste voedsel voer voor de koeien. De prijs die de regering daarvoor betaalde vond men dan ook veel te laag.

 

Ook de slagersbranche had het moeilijk en vocht een strijd op leven en dood uit. De achttien slagers in Winterswijk bestookten het publiek met grote advertenties. De Geldersche Vleeshal was de meeste beruchte. Deze noemde zich de goedkoopste slager. Het rundvlees dat werd verkocht kwam uit Argentinië en werd voor 45 cent per kilo zonder been en voor 35 cent met been verkocht, terwijl de andere slagers er 75 cent voor vroegen.

 

In die tijd introduceerde de overheid een nieuw recept: de eenheidsworst. Die bestond voor 10% uit varkens- en voor 90% uit rundvlees. Aan de kilo's vlees mocht nog eens 15% andere zaken als water en kruiden toegevoegd worden. De worst werd echter geen succes. Ook stelde de overheid wel eens dik Amerikaans spek ter beschikking of mosselen. Veel mensen wilden dat in de Achterhoek niet. Ze hadden geen benul wat ze met mosselen moesten. Ze waren aan  aardappels en vlees gewend. Dat Nederland zo weinig voedsel voorradig had, was vooral te wijten aan het gebrek aan kunstmest. Dat moet net als veevoer vanuit het buitenland ingevoerd worden. En die invoer stond vrijwel helemaal stil.

 

In die periode gaf de Winterswijkse Courant regelmatig recepten uit om de mensen te laten zien hoe je voor weinig geld toch een verantwoorde maaltijd kon maken.

 

Een jachtschotel (voor 5 personen) kon je bijvoorbeeld maken van:

♦ 1 pond schapenvlees 30 cent

♦ 3 uien 3 cent

♦ 2 kiloaardappels 11 cent

♦ zout, azijn

♦ 20 gram vet 3 cent

♦ 1 pond gekookte bonen 10cent

Alles door elkaar voor maar 11,6 cent per persoon (€ 0,05)

 

Door alle perikelen viel ook het handelsverkeer dat voor Winterswijk zo belangrijk was stil. De uitvoer van de plaatselijke exportslachterij en de textielfabrieken stagneerde door het gebrek aan grondstoffen. Het aantal werklozen nam dan ook zienderogen toe. De gemeente lenigde zo veel mogelijk de nood door steuncomités op te richten. Ook voor de middenstanders nam de omzet sterk af. De inwoners zelf hadden geen geld meer maar ook de aankopen van Duitsers bleven weg. Hotel Germania had het zwaar en moest genoegen nemen met een karige omzet.

 

Belgische vluchtelingen

Een bijkomend groot probleem was de grote toevloed van vluchtelingen. Talloze Belgen ontvluchtten hun land toen zich in Vlaanderen een gruwelijke oorlog ontwikkelde. Met name het gebruik van mosterdgas, zo genoemd naar de overeenkomst in geur met gemalen mosterd, was een bekend fenomeen uit die oorlog. Het gebruik daarvan  kostte duizenden levens. Militairen en burgers vluchtten massaal de grens over. Er kwamen bijna een miljoen vluchtelingen naar Nederland. Een enorme hoeveelheid gezien de ongeveer 8 miljoen eigen inwoners. In plaatsen als Roozendaal, Bergen op Zoom, Tilburg en Breda verdrievoudigde het inwonertal.

 

Vlaanderen was vrijwel uitgestorven. De opvang van al deze vluchtelingen veroorzaakte grote sociale problemen. Een groot deel van onze eigen arbeiders leefde namelijk zelf onder erbarmelijke omstandigheden. Die werden alleen nog maar verergerd door het stagneren van de voedselvoorziening omdat Nederland omringd was door oorlogvoerende landen.

 

De vluchtelingen verspreidden zich over het hele land. Daarbij hielpen verschillende beroepsgroepen elkaar. Dokters hielpen dokters, advocaten gaven advocaten onderdak, enz. Voor een arbeider was het geven van hulp niet mogelijk. Die was, door de slechte economische situatie, niet in staan ​​zijn collega uit België te helpen. De vluchtelingen werden overal ondergebracht. In scholen en overheidsgebouwen ook in de Achterhoek. Langzaam maar zeker veranderde het tij. De gevluchte militairen waren verplicht, via de internationale regels, werk te verichten en de burgers werden, zij het gedeeltelijk, in het arbeidsproces opgenomen. Wat ook weer tot grote spanningen leidde. Enerzijds vanwege de grote werklosheid en anderzijds omdat de Belgen minder betaald kregen dan hun Nederlandse collega's. Daarnaast konden, in de loop van de oorlog, veel vluchtelingen weer terug naar België vanwege de internationaal gemaakte afspraken. Daardoor nam de druk af. Degenen die achterbleven dingen steeds meer aan elkaar klitten en ontwikkelden vooral hun eigen sociale leven, clubs, eigen bladen en ze kwamen bijvoorbeeld bij elkaar in cafés. Dat alles was niet bevorderlijk voor de integratie.

 

Nasleep van de Eerste Wereldoorlog

Toen de oorlog in 1918 afgelopen was, duurde het heel lang voor de rust werkelijk was terug gekeerd. Meteen na de oorlog bleven de grenzen nog hermetisch gesloten. Iedereen die in een brede strook dicht langs de gerens woonde had een vergunning nodig. De controle daarop was heel streng. Menig boer werd beboet omdat hij het papiertje in een andere jas thuis had zitten terwijl hij op het land aan het werk was. Ook de kosten van het levensonderhoud waren hoog. Dat blijkt onder andere uit notities (ca 1918) die gevonden werden in een familiebijbel in Vriezenveen (Twente). 

 

"Het jaar 1918 heeft zich op allerhande wijze als een jaar van veel wederwaardigheden gekenmerkt en wel in de eerste plaats als het slachtste jaar van den oorlog maar Gode zij dank het laatste. In dat jaar waren de prijzen in ons Nederland verbaasen hoog.Zoo koste bevoorvoorbeeldt: 

 

1 pond boter 2,20

1 lieter melk 0,18

1 pond koffie 1,40

1 pond vleesch 1,50

vet niet verkrijgbaar

wijn per halfe lieter 2,50

jenever 1,50

eieren per stuk 0,38

aardappels het mudt 8,00

grote klompen 1,25

 

Het brood, boter, koffie, tee, vleesch allemaal op kaarten en bonboekjes. Petrolie, en goede olie en wol en veel dingen niet te krijgen brood kregen elk persoon 2 ons per dag boter ½ pond per week kofie half ons in 14 dagen Vleesch een enkele keer "

 

Volgens zijn kinderen had Gerhard in de oorlog nog redelijk goed geboerd. Ondanks alle perikelen had hij de moed niet laten zakken en op alle mogelijke manieren zaken gedaan. Hij verkocht drank en rookwaren, handelde in fietsen en naaimachines, fokte kippen en verkocht de eieren. Hij pakte alles aan wat maar geld opbracht. Hij had zelfs een nieuwe danszaal laten bouwen op het terras achter zijn hotel. Kortom het ging hem en zijn gezin al met al heel redelijk. 

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved