Germania verkocht

De verkoop van hotel Germania

Voorlopig koopcontract tussen Gerhard, Herman Forrer [207] en Otto Kwak [54].

Volgens het International Institute of Social History (IISH) vertegenwoordigen de hier-naast genoemde bedragen anno 2008 een tegenwaarde  van:

Hypotheek:               € 148.250

Vergunning:             €   55.875

Inventaris:                €  18.600

Aanbetaling Forrer: €  37.000

Restschuld: Otto     €  38.180

Kladbrief 14 juli uit afsprakenboek

Advertentie in de  Winterswijkse Courant

Verkoopmededeling in de  Winterswijkse Courant

De baatbelasting is een  belasting die wordt opgelegd  aan grondeigenaren die door de aanleg van de nieuwe  voorzieningen als: riolering, waterleiding en elektriciteit,  dusdanig mee profiteren dat  de waarde van hun grondstuk stijgt.

Dochter Agnes met Gerhard in 1946.

Kort voor het overlijden van Hedwig vroeg Gerhard aan zijn dochter Ida om naar Winterswijk te komen en het hotel over te nemen. De nood moet wel hoog geweest zijn want schoonzoon Herman Forrer en Gerhard waren zeker geen dikke vrienden. Waarschijnlijk wilde Gerhard de zaak in de familie houden. Ida was, met haar horeca-ervaring dus de meest geschikte persoon. (Ze werkte o.a. bij Hotel Haarhuis in Arnhem).

 

Herman Forrer en zijn vrouw Ida kochten uiteindelijk het hotel met aangebouwde eetzaal. Daar werd ook gedanst en dansles gegeven. De kant van de rijwielzaak werd overgenomen door zoon Otto. Er werd een voorlopig koopcontract getekend door Gerhard Kwak enerzijds en Herman Forrer en Otto Kwak anderzijds op 15 maart 1937, nog geen week voor het overlijden van Hedwig. In dat contract gaf Gerhard aan afstand te doen van zijn eigendommen aan het Weurden 41 en 43 en aan de Eelinkstraat.

 

Afstand erfrecht

Een paar dagen na de begrafenis van moeder Hedwig deden de kinderen afstand van hun erfrecht zolang vader Gerhard zou leven. Daardoor had hij de handen vrij om de zaken over te dragen aan schoonzoon Herman Forrer en zoon Otto. Ook stelt hij nog een schuldbekentenis op met betrekking tot de ondersteuning van f. 30, - per maand die hij van zoon Paul krijgt. Daarvan is alleen een kladje overgebleven.

 

Ondergetekende verklaart hiermede, dat hij van P.B.E. Kwak apl. bij de Bataafsche Petrolium Maatschappij, een maandelijks voorschot groot 30 gulden heeft ontvangen. Van 4 mei 1937 tot mei 1938 en na mijn overleiden het voorschot groot f. 360 gulden aan hem moet worden uitbetaald voor en van het  aanwezige vermogen vermogen eerder als buiten de erfbedeling plaats vind. Ook de verdere maandelijkse raten zoover als ze door de Bataafsche P. Maatschappij worden aangeleverd te zijn betaalt tot een volgende gezegelde schuldbekentenis  door mij gezonden worden ook hierbij gerekend aan P.Kwak uit te betalen

Winterswijk10 mei 1937

J G Kwak (handtekening)

 

Overeenkomst afdstand van erfrecht.

In de brief staat de afkorting ‘apl’ .Deze afkorting is fout geschreven er moet namelijk staan ‘empl’ voor employee.

De officiële boedelscheiding vond plaats op 6 september 1937 waarvan notaris J.G.M. Kock de acte opmaakte. (Zutphen 8 september 1937, deel 1168, nummer 58). Herman Forrer kocht het café- hotel met tuin uitkomend aan de Eelinkstraat. (Sectie K, nummer 3137) en Otto Kwak kocht het winkelwoonhuis (de rijwielzaak) met werkplaats, erf en tuin op de hoek WeurdenEelinkstraat. (Sectie K nummer 3138). De definitieve akte van scheiding voor de overname van de hypotheek werd opgesteld door notaris J.G.M. Kock en werd overgeschreven ten kantore van de hypotheken te Zutphen (deel 1168, nummer 58). Herman Forrer nam de bestaande (Berenschot) hypotheek van schoonvader Gerhard over die nog een restschuld had van fl.7960,-. Daarnaast moest hij fl. 3000.- voor de vergunning en fl. 1000.- voor de inventaris betalen. Otto zag van de vergunning af omdat hij geen horecagelegenheid wilde exploiteren. Forrer moest een aanbetaling van fl. 2000.- doen. Otto Kwak nam een hypotheek over van fl. 3.000,- waar nog een restschuld in zat van fl.2051.-. Ook dienden de kopers te zorgen voor het levensonderhoud van de verkoper en diens echtgenote. Tot zekerheid van deze twee hypotheken werden de twee genoemde percelen verbonden. Mede door deze constructie ontstonden niet lang daarna de grootste problemen.

 

Perikelen rond Germania

Door de economische situatie namen de problemen rond de exploitatie van hotel Germania echter hand over hand toe. Klanten waren er nauwelijks en alleen een neef van te Brömmelstroete zat er op kamers. Er werd nauwelijks iets verdiend. De situatie werd zo nijpend dat Forrer zijn betalingsverplichtingen aan zijn schuldeisers en vader Gerhard niet na kon komen. Een onverkwikkelijke ruzie volgde en er ontstond een scheuring in de familie.

 

Officieel weten we van de eerste perikelen rond de betaling van rente en aflossing door kladbrieven die door Edy Kwak zijn teruggevonden in de nalaten-schap van zijn vader Karel. Deze was namelijk de boekhouder vanGerhardenlatervandeerven Kwak. Deze kladbrieven werden genoteerd in het langwerpige afsprakenboek dat Gerhard in die tijd gebruikte. Het zijn ongecontroleerde brieven vol doorhalingen, waarvan uiteindelijk niet met zekerheid te zeggen is of ze ook werkelijk verstuurd zijn, maar interessant zijn ze wel. 

 

Op 14 juli 1938 schreef Gerhard aan schoonzoon Herman Forrer en kaartte de achterstand opnieuw aan. Gezien de toon van de brief was de situatie kennelijk al veel vaker aangekaart. Maar de achterstanden waren kennelijk dan al zo hoog opgelopen dat Gerhard aangaf Herman niet meer als een schoonzoon te behandelen maar als een particulier. Hij was ook kwaad en verdrietig omdat Herman Forrer zijn vrouw en kinderen had verboden nog met hem om te gaan.

Aan de Eelinkstraat. vlnr: Gerard Knoop [366], Truus Olthof [193], Hetty, Gerhard Kwak,

Agnes, Karel, Nel en Maria.

 

In de brief wordt vermeld dat Gerhard al drie keer de deurwaarder aan de deur heeft gehad betreffende belastingen die Forrer zou moeten betalen en hij geeft ook aan dat hij de verzekering voor Forrer heeft betaald. Hij herinnerde Forrer eraan de tuin beter te onderhouden en geen veranderingen aan het pand aan te brengen die de waarde verminderen. Hij sluit deze brief af met dewoorden: “Zo men inkomt wordt men ook weer toegemeten.” (Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet).

 

Hij sommeert Forrer te betalen. Onderaan de conceptbrief staat een overzicht van de kosten die Gerhard voor zijn rekening heeft genomen. Te weten een bedrag van fl. 97.07. Daarnaast maant hij hem de achterstallige rente aan notaris Hesselink over te maken ter hoogte van fl. 365,07. De zaken verbeterden niet. Vooral het feit dat Forrer de NSB binnen haalde zal de sfeer verder verslechterd hebben. In de voornoemde brieven wordt daar echter niet op ingegaan. We weten uit verschillende bronnen dat Gerhard, maar ook Otto, Gerrit en Karel absoluut niets met deze organisatie te maken wilden hebben.

 

Op 28 december 1939 schreef Gerhard weer een brief aan Herman Forrer. Opnieuw ging het om achterstallige betalingen. Kwak refereert in deze brief aan het vierde gebod waarin de katholieke leer leert: eert uw vader en uw moeder en uw naasten gelijk u zelf. Ook blijkt uit deze brief dat Gerhard wekelijks financieel werd ondersteund door zijn andere zoons. Van zoon Gerrit ontving hij fl. 1, -, van Otto fl. 2,84 (inclusief de rente voor het pand) en van Karel kreeg hij fl.7,-. Hij moest dus rondkomen van fl.10,84 (ca. € 80.00 in 2016) per week. Het geld dat hij van zoon Paul ontving ging op aan huur, water, licht en belasting.

 

In de brief gaf Gerhard tevens aan wel degelijk kippen te kunnen houden. De beide mannen hadden daar in het verleden, toen ze nog wel samen door één deur konden, regelmatig stevige woordenwisselingen over. Wellicht werd hij door Forrer daartoe niet in staat geacht. Deze was namelijk de specialist die jaren lang een winkel in kippenvoer had gedreven. Uit de woorden van Gerhard blijkt dat hij juist door kippen te houden het hoofd boven water kon houden. Om meer ruimte voor het houden van kippen te krijgen verhuisde Gerhard daarom van de hoek Morsestraat 1 naar Eelinkstraat 34. Naast dat huis lag namelijk veel meer grond zodat de kippen meer ruimte hadden.

Definitieve verkoop van Germania

Rond Germania dat door Herman Forrer intussen, tot ongenoegen van Gerhard, was omgedoopt tot: ‘Hof van Holland’ liep de zaak steeds verder uit de hand. Herman Forrer kon of wilde de betalingen aan de hypotheekverstrekkers en zijn schoonvader Gerhard niet voldoen en door de financiële perikelen werd de situatie steeds verder op de spits gedreven.

 

De problemen kwamen tot uitbarsting toen Gerhard op 19 juli 1940 de dagvaarding las van deurwaarder Johannes Lindeman. Gericht aan Herman Forrer en Otto Kwak. Op verzoek van de schuldeiser Derk Jan Berenschot uit het Woold zegt hij de gedwongen openbare verkoop van het hotel, café en de rijwielzaak aan. Berenschot had sinds 1 augustus 1927 alle uitstaande vorderingen van hypotheekverstrekker Geziena Johanna Berenschot middels een actie van cessie (akte van overdracht van de schuld) overgenomen. Het betrof de hypotheek van 1 augustus 1927 (notaris Roelvink) en de akte van scheiding van 23 februari 1930 ( notaris Hesselink). Gerhard was daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld.

 

Een reden voor de gedwongen verkoop ontstond omdat er op de betaaldagen: 11-11-1938 slechts fl. 50.- was betaald terwijl op 11-05-1939, 11-11-1939 en 11-05-1940 helemaal niets werd betaald door Herman Forrer ondanks het feit dat deze per aangetekende brief werd gesommeerd zijn schulden te voldoen. Hij kreeg in dit schrijven de tijd tot 11-07-1940 om alsnog af te rekenen. Tegelijkertijd werd zoon Otto Kwak eveneens aangemaand, als tweede hypotheekhouder, om de schulden van Herman Forrer te betalen eveneens per aangetekende brief en onder de zelfde condities. Uit de aanmaning blijkt niet dat Otto Kwak in gebreke is gebleven. Ondanks alle economische malaise heeft hij zijn schulden wel voldaan. Otto weigerde dus te betalen.

 

De hypotheekverstrekker eiste per omgaande zijn uitstaande vordering op. Toen ook daar geen gevolg aan werd gegeven stelde de deurwaarder Herman Forrer en Otto Kwak in gebreke en ging over tot de openbare verkoop van de panden. Dit ten overstaan van notaris R.J.W. Hesselink. De verkoop zou plaats vinden in hotel de Klok te Winterwijk. Op dinsdag 06-08-1940 (12.00 uur) bij inzet en op dinsdag 20-08-1940 (12.00 uur) bij toeslag. De totale inzet bedroeg fl.9999.00‘ (circa €71.000).

 

Voorafgaande aan de verkoop van de panden werd, volgens overlevering, een smerig spelletje gespeeld door een aantal NSB’ers. Het waren klanten van Herman Forrer die hem wel wilden helpen. Van de wal in de sloot naar later bleek. Otto werd op voorspraak van die klanten door de Sicherheits Dienst (SD) opgepakt en ingesloten op het gemeentehuis.

Zo zette men hem tijdelijk buiten spel en kon de verkoop ongehinderd doorgaan. In overleg met notaris Hesselink, die Otto toen hielp omdat hij het volgens zeggen niet eens was met het spel dat werd gespeeld, liep het voor hem uiteindelijk allemaal redelijk goed af ondanks het feit dat het hem wel geldheeftgekost.

 

Kadasterkaart 1941: nr. 3138 is het pand van Otto [54] en nr. 3142 is hotel Hof van Holland.

 

De uiteindelijke verkoop geschiedde in Hotel de Klok in de Wooldstraat. Veel Winterswijkse notabelen waren aanwezig. De verkoop geschiedde door notaris Hesselink. Het kwam nog bijna tot een handgemeen omdat Herman Forrer zijn schoonvader wilde aanvliegen. Hij verdacht hem namelijk de aanstichter van alle perikelen te zijn. Gelukkig werd dat door omstanders verhinderd.

 

Het hotel werd uiteindelijk verkocht aan Engelbertus Nijwijde (een landbouwer uit de Brinkheurne) en Adriaan Willem Santbrink (koopman aan de Meddosestraat) voor het luttele bedrag van fl. 6.000, -. Beide heren werden voor de helft eigenaar. Door het lage verkoopbedrag kwamen de schuldeisers nog fl. 2.000, - tekort (exclusief de niet betaalde rente). Gerhard moest dat deel aanzuiveren en heeft daarvoor al zijn reserves nog verder moeten aanspreken. Veel zal hij niet op de bank hebben gehad want van de opbrengst van een stuk tuin dat hij in 1938 verkocht (groot 11 are 86 ca) zal toen niet echt veel over zijn geweest. Otto kreeg door samenspraak met notaris Hesselink zijn eigen deel in handen. Uit gesprekken met zuster Nel blijkt dat hij zijn woon- winkelhuis alleen kon kopen doordat zij haar spaarbankboekje ter beschikking stelde.

 

Herman Forrer kon door een huurovereenkomst met de twee nieuwe eigenaren zijn zaak blijven drijven. De gedupeerden waren uiteindelijk Otto, die er behoorlijk wat geld bij in was geschoten en vader Gerhard. Ook deze had behoorlijk wat te vorderen op Herman Forrer. Naast de te kleine opbrengst van het hotel kwam hij ook nog eens fl. 900, - achterstallige rente van Forrer te kort. Omdat deze niet in staat was hem te betalen probeerde Gerhard een deel van het geld terug te krijgen door rechten te claimen op de drankvergunning. Die was in die tijd behoorlijk wat geld waard. Uit de naoorlogse papieren van Forrer bleek dat deze vergunning werd getaxeerd op fl 2500, -  (anno 2008 € 18.000,-). Een klein kapitaal. De kans dat hij de vergunning zou krijgen was miniem omdat hij destijds hotel en vergunning aan Forrer verkocht. Gerhard schreef twee brieven. Een aan de Rijksinspecteur Volksgezondheid in Zwolle, afdeling drankzaken en een tweede brief aan gemeentesecretaris Zwagerman. Opvallend is wel dat Gerhard in deze brief zijn zoon Karel voordraagt als zijn opvolger. Waarschijnlijk om hard te kunnen maken dat deze daar als zijn

 

opvolgermeerrechtenhaddanHermanForrerdienalatigbleefindebetaling van zijn schulden. De wanhoopspoging mislukte en de situatie werd extra pijnlijk toen bleek dat beide kopers: Nijwijde en Santbrink onderling ruzie kregenen hethotel voorf.12.000,-verkochten aanmeubelmakerSchreurmet eensnellewinstvanmaarliefst6000gulden

Hetbedragvanf. 2.500.vertegenwoordigtanno2008 eentegenwaardevanbijna €18.000.

 

Gerhard moet ten einde raad zijn geweest vanwege het geldgebrek. Dat bleek uit een brief van 30 januari 1941 aan de gemeenteontvanger als antwoord op een aanmaning voor de ‘baatbelasting’. Die moest hij betalen over een stuk tuin aan de Eelinkstraat (Sectie J nummer 6993). Hij schreef daarin dat hij zijn inkomsten uit het hotel verloren had en hij gaf daarbij ook aan dat er op het stukje grond dat hij nog bezat een hypotheek rustte waarmee hij het huis van zoon Otto uit de gedwongen verkoop heeft kunnen redden. De meubels en het overige huisraad had hij geschonken aan dochter Agnes die gratis bij hem inwoonde en de huishouding verzorgde zonder loonbetaling. Ook gaf hij aan dat hij slechts één gulden per week aanvullende ondersteuning kreeg van zijn zoon met de slagerij op het Weurden. Door de verkoop van zijn vroege bezittingen was een inkomen van fl. 7, per week verloren gegaan. Tevens gaf hij aan dat hij de schuld (gedeelte?) van Otto had voldaan om te voorkomen dat deze uit zijn huis werd gezet. Hij probeerde dan ook onder deze baatbelasting uit te komen. De hoogte daarvan is niet bekend. Uiteindelijk weten we uit de aantekeningen van Frits Forrer dat al deze activiteiten op niets zijn uit gelopen.

 

Aan het einde van de oorlog probeerde Gerhard schadeloosstelling te krijgen met betrekking tot zijn verlies tijdens de gedwongen verkoop van Hotel Hof van Holland. Hij probeerde dat via zijn oude vergunning die nog op Weurden 41 rustte. De wet schreef toen namelijk voor dat er vanuit een dranklokaal geen handel verricht mocht worden. En dat gebeurde wel door de huidige bewoner meubelmaker Schreur. Hij beschuldigde deze man dan ook van het handeldrijven met NSB’ers en het slopen van muren waardoor er in het pand veranderingen waren ontstaan die voor wat de drankenwet betreft niet waren toegestaan. Hij gaf ook aan dat hij er door de NSB was ingeluisd.

 

Opvallend is het bestaan van twee versies van deze brief. In de eerste versie wordt de brief gericht aan meneer ‘de Hoog of Hoop?’. Het is onbekend wie dat was? Wellicht een functionaris die zich bezig hield met de naleving van de horecawetgeving. De tweede versie schreef hij aan de: ‘Wel edele Heeren’. Ook hier is niet duidelijk aan wie de brief was gericht. Het is echter wel duidelijk dat ze beide niets hebben uitgehaald.

Uit oogpunt van privacy zijn enkele namen in de correspondentie van Gerhard doorgehaald. Zijn  beweringen

zijn niet altijd meer te  controleren.

 

Winterswijk 1 mei 1945

Weledele Heeren

 Toen "doorgetreepte naam" in het Hof van Holland zijn intrek nam is mij verklaard dat hij daar mocht wonen, omdat hij geen woning meer had. Daar hij nu het huis inricht voor winkel brengt hij de vergunning in gevaar. De drankwet verbiedt handel te drijven in vergunningslokalen of wat daarmee binnenhuis gemeenschap heeft. Want No. 1 op de lijst voorvergunning zit ook niet stil. Het Hof van Holland heeft hij er al onder geschilderd een briefontvanger in de deur gemaakt en een grote loods in den tuin gebouwd De zaal vol meubelengezet. Als de vergunning vervalt is dit voor mij een grote schadepost. Het N.S.B.-trukje is goed gelukt. Ze hebben mij er mooi uitgeduuwd. Forrer had het pand van mij overgenomen voor f. 8000 hypotheek van Berenschot Woold. een tweede hypotheek f. 4000 – van mij voor de vergunning en inventaris. Eerst ging het goed maar nadien "doorgestreepte namen" de vaste stamgasten bij hem waren betaalde hij mij en Berenschot geen rente meer. Berenschot liet het gerechtelijk verkopen. Forrer wilde de vergunning niet in de koop betrekken en zodoende kwam het Hotel voor f 6000 – in handen van "doorgestreepte namen". Ze zochten zich een rijken meubelmaker op en verkochten het onderhands voor f. 12000.– een mooi winstje tot mijn schade. Deze geschiedenis heeft mij f.7000.– gekost.

Wil men mij weer schadeloos stellen geef mij het pand met de vergunning weer terug voor f. 6000.– De koop van "doorgestreepte naam" heeft ook twee verdachte handelingen Koop v. N.S.B. tweedens hij heeft noch weer muren gesloopt.

 

Hooggeachte Heeren ik hoop en vertrouw dat U mij helpt en niet mijn verlies in deze ongure mensen laat berusten maar weer terug geeft aan de rechthebbende.

hoogachtend J.G.Kwak sr.

 

De Hypotheek. f8000- +renteschuld f.900- + f.1000- boete= f.9000

De koopsom was f.6000

het tekort dus                                   f.3000

mijn hypotheek f4000 kwam er niet f.4000

                                                         f.7000-*

Als ik de f. 3000- niet had aangezuiverd dan was het huis van mijn zoon de rijwielhandelaar ook verkocht. Vroeger was het één huis dus de hypotheek stond ook op het dubbele huis.

 

*Omgerekend naar de huidige waarde bedroeg de schade van Gerhard Kwak ruim €35.000,

 

Noot: In voorgaande conceptbrief staat een telfout onder de losse toevoeging. Het bedrag achter de hypotheek moet zijn:

fl 9900, -. Daarnaast is er veel onduidelijkheid over de financiële afwikkeling van het geheel. Gerhard gaf aan dat hij fl 3000,- heeft moeten aanzuiveren om te voorkomen dat zoon Otto het huis kwijt zou raken. Bekend is echter dat dit bedrag door Otto zelf, met behulp van zijn zus Nel, is opgehoest. Vermoedelijk verzweeg Gerhard dit gegeven in een poging om een grotere schadevergoeding te bewerkstelligen. Uiteindelijk zijn alle pogingen op niets uitgedraaid.

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved