Het geloof

Het geloof

Monstrans

Hamalandmuseum

in Vreden

De pastoor ‘gebruikte’ Rauwerdink wellicht

om de situatie extra zwaar aan te dikken. Het verhaal over de vernoemde Rauwerdink is waarschijnlijk gestoeld op een zekere pastoor  Rauwerts die, volgens zeggen tijdens de Reformatie omstreeks 1599 in Winterswijk verbleef. Hij zou tijdens  een processie een preek ten gunste van de reformatie hebben gehouden en vervolgens de monstrans met daarin de hostie (de aardse voorstelling van het lichaam van Christus) in de  doornenstruiken hebben geworpen. In de nabijheid van het hedendaagse Weurden. Er wordt  beweerd dat de straatnaam Weurden afkomstig is van dit voorval. (Weurden/Hogh Weurdige). De monstrans werd later terug gevonden door de pastoor van Südlohn (D) die  het heilige vaatwerk in een feestelijke processie naar de St. Vituskerk in Südlohn bracht.

Toverlantaarn met dia's.

Museum Eungs Markelo.

Het gezin werd streng katholiek opgevoed. De kerk regeerde alles en bepaalde het hele leven. Een zoon als priester of een dochter als non was toch wel het streven in die dagen. Daarover liet ook vader Gerhard geen misverstand bestaan. Hij vond dat in ieder geval één van zijn kinderen priester of non moest worden. Daarom gingen Gerrit en Karel naar de priesteropleiding. Gerrit kwam na een half jaar al weer thuis vanuit Zenderen. Hij wilde per se slager worden en had gedreigd weg te lopen. Karel volgde de studie in Nijmegen en Uden, maar gaf uiteindelijk ook op. In de latere perioden toen het hotel niet meer zo goed liep waren de daarmee gemoeide kosten een ware financiële aderlating en was er voor de opleiding van Karel als priester vaak niet eens voldoende geld. De toenmalige pastoor Ketel schijnt toen, volgens de overleveringen, nog te hebben bijgepast. Dochter Maria heeft het destijds geprobeerd in een klooster. Maar naar het schijnt is ze daar weer uitgezet, omdat ze niet met haar medezusters overweg kon, dat is niet zo vreemd, want volgens haar broers en zussen kon ze met niemand overweg. Daarnaast was ze volgens haar zus Nel een ‘religieuze fanaat’ en daar had menigeen het moeilijk mee.

 

Nel vertelt over haar katholieke opvoeding:

“Ik had eens een vriendje: Rauwerdink. Hij was 18 jaar en ik was best wel verliefd. Hij was protestant. We fietsen samen naar huis. Ik kreeg één zoen: ‘met open mond’ en dat was een ‘doodzonde’. Tijdens deze zondeval werden we stiekem achtervolgd door Gerrit en Otto. Die vertelden het thuis in geuren en kleuren. Dus dat was paniek. Later werd ik zelfs bij de pastoor geroepen die me onderhield over mijn zondige optreden. En dat nog wel met een Rauwerdink die tijdens de kerkvervolging de monstrans had geroofd en op de plaats van het  latere Weurden in de bosjes had gegooid. De schande kon bijna niet groter.”

 

In de kerk had Gerhard Kwak de hele derde bank afgehuurd. Volgens Nel zat op de eerste bank de notarisfamilie van Eekelen en op de tweede bank de familie Flint van het gelijknamige kledingmagazijn ‘deDuif’.

 

Kerktijden

Door de week gingen de kinderen om 08.30 uur naar de kerk. Op zondag vaak twee keer. De missen werden gehouden om 07.00 uur, 08.00 uur en de gezongen hoogmis om 10.00 uur en het lof in de namiddag om 19.00 uur. In mei en oktober werd vaak de Vespers om 17.00 uur bezocht. Op de zondag ging de heren in het zondagse pak en hadden de dames hun zondagse kleed aan. Dat hoorde zo. Alleen op je mooist gekleed ging je naar de kerk.

 

Op de zondag was een schema opgesteld voor de kerkgang. Daarbij werd iedereen ingedeeld. Diegene die om 07.00 uur naar de vroegmis ging moest ook ’s avonds naar het lof. Wanneer je om 10.00 uur de Hoogmis bezocht (die duurde langer en was gezongen) dan hoefde je niet naar het lof. Iedereen moest nuchter naar de mis zodat men ter communie kon. Onder het middageten moest je vertellen waarover was gepreekt.

 

Nel:

“Vrouwen die net bevallen waren mochten gedurende zes weken niet in de kerk komen. Die waren onrein. Na die zes weken moesten ze op zondagmorgen voor het altaar knielen en dan werden ze gezegend zodat ze weer rein waren. Ik heb dat vaak van mijn moeder gehoord en vind het nog steeds raar dat je zoveel mogelijk kinderen moest krijgen maar dat het gegeven zelf onrein was.”

 

Missaal

Iedereen had zijn eigen missaal. Dat kreeg je wanneer je, op 12-jarige leeftijd, de plechtige communie deed. Wanneer je zo’n kerkboek opensloeg dan zag je meteen welke kerkelijk feest er op die dag gevierd werd. Tegenwoordig is van al die feestelijkheden niet veel meer over dan alleen Kerstmis, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Vroeger werd er per dag een heilige, vaak een martelaar, herdacht of stond er een belangwekkende gebeurtenis uit het leven van Maria of Jezus in het missaal. De opa’s en oma’s uit onze jeugd hadden hun missaal vaak boordevol gedachtenisplaatjes, bidprentjes van geliefden en plaatjes van naamheiligen. Op deze manier werden de personen in kwestie gemakkelijk onthouden en kon men zich in de gebeden eenvoudig tot hen richten.

Het gedenkplaatje dat Agnes kreeg van de pastoor bij haar Plechtig Aannemen. 

Zus Maria geeft

haar een aandenken aan dezelfde dag

Maria benadrukt dat nog eens extra aan de achterkant onder andere met de afkorting b.v.m. (bid voor mij).

Agnes gebruikte haar eigen naamheilige om anderen aan haar te herinneren. 

Dit prentje is opgedragen aan haar broer gerrit.

Een aantal bidprentjes uit het missaal van Agnes.

 

Eén van de dochters van Gerhard en Hedwig was vernoemd naar de heilige Agnes. Zij was de patroon van kinderen en jonge meisjes (maagden) in het bijzonder. Ze werd al op jeugdige leeftijd ter dood gebracht. Omdat ze haar maagdelijkheid wenste te behouden werd ze in een bordeel geplaatst. Het lam aan haar voeten symboliseert haar onschuld. De bordeelhoudster die haar naakt zag werd op slag blind. Na een poging haar te doden op de brandstapel, wat mislukte: omdat haar beulen verbrandden, werd ze ten slotte maar onthoofd. 

 

Vastentijd

De vastentijd was de tijd waarop strenge regels in ere werden gehouden. Tijdens de 40 vastendagen was worst en snoep absoluut taboe. Het snoep werd opgespaard in het vastentrommeltje. Alleen halverwege de vastentijd mocht er wat gesnoept worden. Aan het einde van de vasten kreeg je het opgespaarde snoep terug en dan was dat trommeltje snel leeg. Niet zelden metbuikpijnenmisselijkheidtotgevolg.

 

Pasen

Paula en Gerrit aten de meeste eieren met Pasen. Gerrit kon er met gemak 12 op. Het was een sport om te kijken wie de meeste op kon. Het gezin ging op de eerste of tweede paasdag meestal naar Oom Hendrik Kwak en tante Mi-je in Meddo. Daar kwam een grote pan op het vuur met kippen-, ganzen- en krieleieren. Alles soorten werden in één keer gekookt en de krieleieren waren daardoor steenhard. Ook was er zelfgebakken brood en krentenbrood en werd koffie gedronken uit het beste servies. Daarna trok men samen naar het paasvuur en werd er gezongen bij de trekharmonica. De toen bekende liedjes kwamen daarbij aan de orde. Het was traditie om naar oom Hendrik te gaan. Waarschijnlijk omdat ze dat altijd al deden toen Hendrik nog in Kotten op het oudershuis woonde. Meestal ging de hele familie Kwak er lopend naar toe.

 

Kerst

Met de Kerst ging iedereen naar de Nachtmis. Drie Heilige missen achter elkaar. Om vijf uur ’s nachts was de Hoogmis met drie heren. Karel zong een keer helemaal alleen op het koor ‘Stille nacht heilige nacht’. Na de hoogmis gingen Otto en Gerrit naar huis. Die maakten dan het Kerstontbijt klaar. Ze zetten de koffie en staken de kaarsjes in de kerstboom aan wanneer de rest thuiskwam want die woonden nog twee stille missen bij. Als iedereen thuis kwam was de tafel gedekt en geurde de koffie. Ook was er gebakken bloedbrood (bloedworst met roggemeel) en balkenbri’j (balkenbrij). Heerlijk op de vroege kerstochtend om 7 uur. Op ieder bord lag een mandarijn, een banaan, noten en snoep.

 

Nel:

“Er lagen altijd kleine cadeautjes op onze stoel. We waren allemaal bij elkaar in de kleine huiskamer. De kerstboom had echte kaarsjes en de kerststal hield iedereen in de ban. Er werden kerstliederen gezongen en er kwam dan chocolademelk, cake en kerstbrood op tafel. Daarna kwam steevast de toverlantaarn op tafel. Otto of Gerrit schoven dan de glazen dia’s met behulp van een schuifje heen en weer en de kleine kinderen zaten met open mond naar de fantastische beelden te kijken. Ik kan me de intieme sfeer die in de kamer hing nog steeds voor de geest halen. Heel gezellig. Als kind maakte het feest een onuitwisbare indruk op me."

 

Net buiten het dorp, richting Het Woold, lag de boerderij van Roterink. De man was jong gestorven en de vrouw bleef met vijf kinderen achter. Het was daar armoe troef. Alle kleren van Nel gingen naar deze familie. Hedwig kende de familie vermoedelijk door haar activiteiten in de vrouwenbond. Vrouw en kinderen werden dan ook regelmatig uitgenodigd om te komen eten.Ze kwamen bijvoorbeeld altijd om de Kerst te vieren.

 

“Waar veel kinderen wonen kunnen er altijd nog wel vijf bij”, aldus Hedwig.

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved