Maria Kwak - 51

Persoonsblad van Maria Francizka Kwak

Maria en Paul 1903

Aantekening trouwboekje

Doopbewijs

Maria Francizka Kwak [51], ‘tante Maria’, zoals ze in de familie altijd werd genoemd, was de oudste dochter van Johannes Gerhard Kwak en Hedwig Möller. Ze was een nogal onhandige vrouw en voor zover bekend uit de overlevering een religieuze fanaat die absoluut niets van mannen moest hebben. 'Dienstmaagd des Heren'  was de best passende bijnaam. Daarnaast was ze behept met een ongelooflijke onrust die voor het overgrote deel haar leven bepaalde. Wereldvreemd is waarschijnlijk nog de  beste omschrijving van haar persoonlijkheid.

 

Over de jeugd van Maria is niet zo erg veel bekend. Ze werd geboren op 4 april 1902 in Bocholt (Duitsland). Ze had twee verschillend gekleurde ogen. Vermoedelijk veroorzaakt door Heterochromia of de ziekte van Horner. De één was bruin en het andere blauw. Die had ze al vanaf de geboorte. Al met al is er over haar geboorte en daarna niets bekend. Het enige dat we van haar weten komt uit de verhalen van haar zuster Nel en de neven en nichten die haar van dichtbij meemaakten. De meeste mensen vonden Maria een doetje en, om het maar zacht te zeggen, simpel. Ze werd dan ook door iedereen uitgelachen. Ze had een moeilijk karakter en was ook erg op zich zelf. Als de meiden van Kwak lachend en gearmd door het dorp liepen deed Maria nooit mee. Ze kon zich zelf wel redden was altijd haar commentaar.

 

Maria zorgde in eerste instantie altijd voor de jongste kinderen, maar erg goed verliep dat niet met name om het feit dat haar vader absoluut niet met haar overweg kon. Ze wilde in eerste instantie lerares worden, maar daar was geen geld voor. Nog afgezien van het feit dat vrouwen in de ogen van Gerhard Kwak maar drie mogelijkheden hadden, werken, trouwen of het klooster in. Ze gedroeg zich in het bijzijn van mannen altijd heel schichtig. Daar was ze gewoon bang voor. Mannen waren blijkbaar een ramp in haar leven, een veel voorkomend kwaad. Als ze bijvoorbeeld de ramen van het hotel moest zemen, deed ze dat altijd zo dat ze niet naar de voorbijkomende mannen hoefde te kijken. Dat vond ze maar niets. Zou ze in haar jeugd iets hebben meegemaakt dat haar handelen verklaard. De insluipers wellicht waar zus Nel het over heeft. We zullen het nooit weten.

 

Nel geeft aan dat Maria, door haar gedrag en optreden, vaak het mikpunt was van plagerijen van haar zussen. Nel:

“Ze had een tik en ik weet niet waar die vandaan kwam. Daarnaast was ze ongelooflijk onhandig. Als er iets stuk was dan was de poes altijd de schuldige. Nooit Maria zelf. Of ze zei dat er weer insluipers waren geweest. Deze uitspraak gebruikte ze vaak en die vonden wij als kinderen toen al vreemd. Haar scheldnaam was ‘kammetje’, omdat ze altijd met een kammetje rondliep. Ze was sowieso altijd bezig met haar uiterlijk gezien de hoeveelheid foto’s die van haar bestaan. Ze ziet er altijd goed verzorgd uit maar haar trekken hebben iets introverts. Ze was een wereldvreemde vrouw.”

 

Volgens de familie Hendriksen heeft moeder Agnes altijd verteld dat er door het uitblijven van de menstruatie van Maria en de daarbij gebruikte medicijnen wellicht een hormonale afwijking ontstond waardoor haar ‘vreemde’ gedrag waarschijnlijk is ontstaan.

Persoonskaart van Maria met een deel van de adressen waar ze verbleef.

Renteboekje Nijmegen

Maria.

Vermoedelijk omstreeks 1972

Achter: Nel [58], Paula [57]

Voor: Maria, Hetty [55] en Agnes [56]

Foto bij het 25 jarig huwelijksfeest van Agnes in 1971. 

Distributie stamkaart 1946

Maria omstreeks 1970

Meddosestraat 36 anno 2009

Curatelebrief van Maria aan broer Karel [59]

55 keer?

Uit de gegevens van het bevolkingsregister blijkt dat ze al op 15-jarige leeftijd naar Hilversum vertrok. Hoe ze daar kwam en wat ze daar deed is niet bekend, maar het is zeker dat deze overgang een enorme schok moet zijn geweest. Vanuit de beschermde omgeving van haar familie de wijde wereld in. Ze bleef daar een aantal maanden en ging vervolgens naar Apeldoorn, Nijmegen, Wageningen, Mill en St. Hubert, Arnhem, Utrecht en Amsterdam. Wat ze daar allemaal deed is niet bekend. Alleen van haar verblijf in Apeldoorn is bekend dat ze toen een paar maanden bij Hotel Zeelandia aan de Hoofdstraat werkte. Wellicht dat haar vader toch probeerde haar zo voor het hotelvak te interesseren. Tussendoor de verschillende verblijfplaatsen door keerde ze regelmatig terug naar Winterswijk. Thuis werd ze door haar vader meteen aan het werk gezet. Vader Kwak zei altijd: “Meewerken of kostgeld betalen”. Dat vond ze niet zo prettig zodat ze meestal gauw weer vertrok. Alle dochters hadden trouwens met dit ‘verplichte’ meehelpen te maken. Het hotel leverde namelijk niet genoeg op om mensen in dienst te nemen.


Volgens de overlevering is Maria, omstreeks 1932, uit eigen vrije wil in Amsterdam toegetreden tot de kloosterorde van de Zusters der Liefde. Nel weet dat nog precies, omdat zij toen weer naar huis moest komen om te helpen. Maria heeft het daar echter niet uit kunnen houden. Volgens zus Nel had ze voortdurend ruzie met haar collega zusters, maar Herman Forrer, de man van haar zuster Ida, vertelde altijd dat ze door haar fanatisme uit de kloosterorde was gezet. De waarheid is echter niet meer te achterhalen.


Vanaf dat moment begon Maria aan haar levenslange ‘zwerftocht’ door Nederland. Totaal veranderde ze circa 55 keer van adres en gezien de gebrekkige administratie is het goed mogelijk dat er nog meer woonplaatsen zijn geweest. Zo is de verblijfplaats Nijmegen, waar ze heeft gewoond aan de Oranjesingel, niet terug te vinden in het bevolkingsregister. Een document waaruit blijkt dat er voor haar ‘invaliditeitsrente’ is betaald, is echter wel op dat adres uitgeschreven. Deze rente was een premie voor de voorloper van de latere sociale wetgeving als AOW en WAO. Ze vond nergens rust. Ze werkte als leerling verpleegster, als huishoudster bij rijke families, maar vooral als pastoorsmeid.


Pastoors

Maria was jarenlang huishoudster bij verschillende welgestelde families die in grote en prachtige villa’s woonden. Steeds wanneer ze thuis is vertelt ze honderd uit over haar ‘mevrouwen en mijnheren’ en natuurlijk de geestelijken waarvoor ze mocht werken. Het meest echter was ze in dienst bij pastoors her en der in het land. Dat was niet altijd makkelijk voor een meisje afkomstig uit de Achterhoek, vooral wat betreft haar manier van spreken. Gezien Maria’s goede verstand zal ze zich het ABN al snel hebben aangeleerd en het huishouden vakkundig hebben geleid. Het grote voordeel was dat ze, als ze eenmaal het vertrouwen had gewonnen onder leiding van ‘mevrouw’, de hele huishouding aanstuurde en de beschikking had over hulpjes die de hand en spandiensten verrichtten.


Het werk van huishoudster was vroeger niet gemakkelijk. De dagen begonnen vroeg. Voor dat meneer pastoor uit bed kwam moest de kachel al opgestookt zijn en behoorden de schoenen gepoetst, want de pastoor moest de vroegmis opdragen. Daarna moest de pap klaar staan op de gedekte ontbijttafel. Wanneer de pastoor eenmaal op huisbezoek was, had de dienstbode gedeeltelijk het rijk alleen. Maar er was werk genoeg. Er moest gestoft, gewassen en gepoetst worden. De stoep geschrobd en de koperen bel van de pastorie moest blinken.

Ook Maria zal menig keer getest zijn op haar eerlijkheid. Een destijds bekende test was dat de pastoor of de mevrouw een dubbeltje op de keukentafel liet liggen en keek of dat er de volgende ochtend nog lag.


Daarna werden de boodschappen gedaan. Eigenlijk het leukste moment van de dag, want dan kwam ze de andere huishoudsters en dienstmeisjes ook tegen. Het is echter de vraag of Maria zo innig met dienstmeisjes omging. Allereerst was ze heel afstandelijk, bijna schuw en ten tweede waren de ‘standsverschillen’ vrij groot. Na de boodschappen moest er gekookt worden. En dat was geen sinecure. De heren aten er goed van. Ook moesten de honneurs waar genomen worden als meneer pastoor niet thuis was.


Al met al had een huishoudster geen gemakkelijk baantje. Vooral tijdens de oogst- en slachtmaanden was het aanpoten. Er werd dan veel voedsel ingemaakt dat werd aangereikt door de dorpsbewoners en de boeren. Meneer pastoor kreeg van alles het beste en het verwerken daarvan was een heel karwei.


Een huishoudster had in huis meestal niet de beste plaats. Ze beschikte veelal over het dienstbodekamertje. Dat was goed genoeg. Vaak was dat een plaats op de zolder. Daar was het in de winter steenkoud en in de zomer verstikkend heet. Het was de enige plaats waar ze zich in huis terug kon trekken. Als meneer pastoor in de juiste stemming was en geen gasten had, dan mocht Maria in latere jaren wel eens meeluisteren naar een ‘geestelijke’ radiotoespraak uitgezonden door de KRO of misschien wel naar wat geestelijkemuziek.


Er zijn een aantal zaken die de aandacht trekken wanneer de verblijfplaatsen van Maria nader worden bekeken.

♦ Het valt op dat ze op haar trektocht door Nederland veelvuldig in bedevaartplaatsen vertoefde. In het overzicht zijn deze plaatsen geel gemarkeerd.

♦ Ook komt de naam Maria regelmatig naar voren. Zo verbleef ze in Tilburg in het Maria Juvenaat, een onderwijsinstelling voor aspiranten van een kloosterorde waar ze te boek staat als leerling verpleegster. Van de in het overzicht genoemde bedevaartplaatsen heeft 50% met Maria te maken.

♦ Ook plaatsen met een sterk religieuze aantrekkingskracht werkten als een magneet waaraan ze geen weerstand kon bieden. Zo’n plaats is bijvoorbeeld Haarlem waar ze rondom de nieuw gebouwde St. Bavo Kathedraal verbleef.

♦ Opvallend is het ook dat Maria vaak van adres wisselde in een bepaalde omgeving. Een mooi voorbeeld is wederom Haarlem waar ze op 3 verschillende adressen verbleef. Op de eerste twee adressen bleef ze maar enkele maanden en alleen op het laatste adres verbleef ze bijna 2 jaar. De reden van de korte tijd dat ze op de verschillende adressen verbleef werd wellicht veroorzaakt doordat ze in de loop van de jaren een meer dan ongezonde argwaan ontwikkelde richting haar medemens en ze niet of nauwelijks meer in staat was om met hen te communiceren en te functioneren en daardoor steeds ontslagen werd. In bijna 60% van de adressen waar ze woonde verbleef ze minder dan een halfjaar.

♦ Hoe kwam Maria steeds weer aan nieuwe werkadressen? Er zijn twee mogelijkheden. De pastoors waar ze werkte beschikten over de Piusalmanak, een boekwerk waarin sinds 1880 alle namen en adressen van de geestelijkheid werden vermeld. Een tweede mogelijkheid waren de bisdommelijke publicaties waarin vaak advertenties werden opgenomen van pastoors die een nieuwe meid zochten.


Van al haar omzwervingen is weinig bekend. Tijdens het onderzoek bleek wel dat ze niet alleen veel thuiskwam tussen de verschillende werkadressen door maar ook dat ze regelmatig bij haar familie verbleef. Ze kwam daar op de vreemdste momenten binnen vallen.


Zo verscheen ze op een keer in de slagerij bij Gerrit Kwak. Dat was tegen de kerstdagen van 1957. De nieuwe slagerij was net geopend en Maria kwam langs om de zaak eens in ogenschouw te nemen. Ze had een koffer bij zich en vond dat ze wel kon blijven slapen. Daarvoor was, op de eerste plaats, echter geen ruimte want het gezin had met de zes  kinderen toen geen kamer over en op de tweede plaats had broer Gerrit absoluut geen tijd om aandacht aan haar te schenken. Maria paste niet in de werkzaamheden voor de kerst. In die dagen betekende het namelijk dat een slager en zijn vrouw vaak nachtenlang doorwerkten om de bestellingen voor de klanten klaar te maken. Deze dagen vormden het absolute hoogtepunt van de jaarlijkse verkopen. Gerrit gaf dus botweg aan dat hij haar niet gebruiken kon en belde naar hotel Stad Münster op de markt voor een kamer. Kort en goed. Ze kwam er niet in.


Opvallende zaken

Er zijn eigenlijk maar een paar opvallende zaken uit haar leven bekend .Nel:

“Toen ze in 1952 in Arnhem verbleef, aan de Boulevard Heuvelink 58, (weer een adres dat niet in de registers voorkomt) werd ze opgenomen in het ziekenhuis omdat de doktoren dachten dat ze een blindedarmontsteking had. Volgens zus Nel kwam ze tijdens de operatie bij vanwege de enorme pijn. Tijdens de operatie ontdekte de chirurg dat het galstenen waren die de problemen veroorzaakten.”

Verder is het bekend dat ze aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in Winterswijk werkte bij de broodverdeling. Nadere gegevens daaromtrent

Tijdens de naspeuringen bleek ook dat ze, kort na de oorlog, 5 maanden had  gewerkt bij Pastoor Goossens in Nuland (31). Bij navraag bleken er uit die tijd nog 2 personen te leven die haar hadden gekend. Ze wilden echter niet meer  reageren omdat volgens zeggen van de plaatselijke historicus de informatie te gevoelig was. Wellicht dat ze  toen al kampte met haar paranoia waardoor ze iedereen wantrouwde en van diefstal beschuldigde.

 

Apart gedrag

In alle commentaren van neven en nichten komt steeds weer het aparte gedrag van tante Maria ter sprake. Toos Hendriksen is één van de vele neven en nichten die hun tante Maria van dichtbij hebben meegemaakt.

Toos vertelde:

“Wij hadden vaak last van tante Maria. Omdat we zo klein behuisd waren moest ze altijd bij één van ons in bed. We hadden daar een hekel aan omdat ze ‘veel te winderig’ was en dat vonden we niet fijn. Iedereen probeerde er dan ook onderuit te komen. Toch was tante Maria op haar manier ook wel lief. Ze bracht namelijk altijd cadeautjes mee. Die waren heel spannend ingepakt in dikke lagen kranten en cadeaupapier.”

 

Maria was in de ogen van de familie Hendriksen heel achterdochtig. Het woord schizofreen viel zelfs. Op een keer beschuldigde ze vader Hendriksen van de vermissing van één of ander prul. Ze was het gewoon kwijt maar volgens haar had hij het gestolen. Die was daar heel kwaad over en dreigde haar het huis uit te zetten.

 

In 1952 schreef Maria een brief aan notaris van Eekelen in Winterswijk en informeerde naar de nalatenschap van haar vader. Ze controleerde of er iets en zo ja wat er was nagelaten. De notaris schreef haar dat er alleen een stukje land beschikbaar was geweest en dat deze weide was overgenomen door de gemeente. De opbrengst daarvan was verdeeld over de kinderen. Karel maakte daarvan gewag in een schrijven dd 26-11-1947. Alle kinderen ontvingen toen f. 105,- minus f. 10,- voor het lezen van H. Missen. Het is aan te nemen dat ook Maria haar deel heeft gehad. Ze was toen echter al zo achterdochtig dat ze het nodig vond om dat 5 jaar na dato nog te controleren.

 

 

Ook een arts in Heemstede waar ze destijds als huishoudster werkte werd door haar beschuldigd van diefstal van haar horloge. Ze had zelfs de politie gebeld. De man was witheet en dreigde zelf met aangifte. Deze situatie is toen door bemiddeling van haar zus Ida opgelost. Uiteindelijk werd de hele zaak in der minne geschikt, want ze bleef op dit adres maar liefst 7 jaar werken totdat de man overleed.

Nel:

“Maria heeft zich bij mijn weten alleen met deze ene man bezig gehouden. Hij wilde zelfs met haar trouwen. Ze heeft dat schijnbaar geweigerd omdat het huis waarin ze toen woonden volgens Maria veel te oud was. Wel heeft ze de man verpleegd tot hij overleed. Het schijnt dat hij haar heeft bedacht in zijn testament en dat ze van dat geld een aantal jaren later het huis in de Meddosestraat in Winterswijk heeft kunnen kopen. Ze had toen behoorlijk wat geld gekregen. Ze wilde dat niet op haar spaarbankboekje hebben omdat ze wilde verbergen dat ze zoveel geld had. Ze vroeg aan mij of ik het zolang op mijn naam wilde zetten. Dan viel het niet op. Maar dan moest ik wel een handtekening zetten dat het geld van haar was. Ik weigerde omdat ik voorvoelde dat ze me gewoon wantrouwde en wilde geen problemen.“

 

Ook Thea Boelen-Kwak had als klein kind regelmatig problemen met tante Maria. Thea woonde toen met haar vader en moeder bij opa Kwak, in het huisje aan de Huininkmaatstraat in Winterswijk. Tante Maria pikte als haar ouders niet keken regelmatig het eten voor kleine Thea’s neus weg. Ze was namelijk doodsbenauwd dat ze anders te kort kwam.

Thea:

“En dat terwijl ze een koffer vol met eigen eten bij zich had. Hard gekookte eieren en andere zaken. Daar kregen we pas wat van als het bijna verrot was.”

 

Paulien Teunissen-Bolder vertelde eveneens dat tante Maria regelmatig kwam logeren en dan voor iedere logeerdag een hard gekookt ei bij zich had. Ook werd iedere avond de portemonnee op tafel geleegd en werd het geld nauwkeurig geteld. Stel je toch voor dat er wat gestolen was. De kinderen Bolder hadden op een keer haar geld allemaal op tafel uitgestald en ze weten zich als de dag van vandaag te herinneren dat Maria daar furieus over was. En niet alleen daar over. Ze werd ook regelmatig in het ootje genomen omdat de kinderen haar spullen verstopten. Ze dacht dan dat ze gestolen waren.Een enkel keer paste Maria wel eens op wanneer er wat bijzonders was en Paula wegmoest.

Paulien:

“ Toen tante Maria een keer oppaste wilde ze me niet binnenlaten. Ik belde aan en toen ze de deur opende bitste ze:’ Wie ben jij en wat moet je hier.’ Volgens mij spoorde ze niet helemaal. In ieder geval was ze vreselijk achterdochtig. Ze was gek op rode kool met kaneel en dat kookte ze dan ook regelmatig. Wanneer wij dat niet lustten begonnen we te huilen want daar kon ze absoluut niet tegen en kregen we ons zin.”

 

Fred Kwak de zoon van broer Otto herinnert zich tante Maria als de vrouw die hem en de andere kleine kinderen meenam op haar wandelrondje in de buurt en hen dan halverwege trakteerde met een pepermuntje uit de tas. Volgens Fred was dat de enige positieve herinnering. Verder herinnert hij zich dat ze eeuwig en altijd ruzie maakte wanneer ze twee keer per jaar op visite kwam. Met haar was het nooit gezellig: er was altijd ruzie. Een heel gedoe want ze bracht haar hele hebben en houwen mee in een aantal koffers. Ze sliep dan bij de meisjes op de kamer.

Fred:

“Ze had daar de beschikking over een eigen lade waarin ze haar spullen bewaarde. Iedere morgen werd gecontroleerd of alles nog wel aanwezig was. Dat was volgens haar vrijwel nooit het geval en dan doorzocht ze het hele huis en trok alle kasten en laden open om haar spullen te zoeken. Mijn vader had daar een enorme hekel aan. De laatste keer dat ze aan kwam zetten met haar spullen kan ik me nog goed herinneren. Van Gend & Loos, een transporteur, stopte toen bij ons  voor de deur en begon uit te laden. Ze had zoveel toestanden bij zich dat we die moesten opslaan in onze oudewerk plaats.”

 

Eigen huisje

Niet lang na het uitladen van haar hele hebben en houden bij broer Otto kocht Maria op 67-jarige leeftijd een huisje in de Meddosestraat op nummer 36. Als het huisje eenmaal is gekocht knappen Thea Boelen-Kwak en haar man Leo het hele huis voor haar op. Vooral het behangen kostte extra veel werk. Thea moet daar nog om lachen:

“We hadden één baan opgemeten en alle banen geknipt. Helaas bleek toen dat het hele huis scheef liep en dat we naarmate we in de kamer vorderden onderaan steeds grotere stroken bij moesten  plakken. Wat een circus. Uiteindelijk kwam alles goed en werd het huisje heel mooi.”

 

Toen het echter op betalen aankwam beschuldigde ze ons van de diefstal van een schaar. We zijn toen opgestapt en er nooit terug geweest. Dus ook hier eindigde het samenzijn in achterdocht en ruzie. Haar hele leven deed ze het voorkomen dat ze straatarm was, maar naar later bleek was dat duidelijk niet het geval en lag haar ziekelijke angst om te kort te komen daaraan ten grondslag.

 

Curatele

Omstreeks 1981 waren er grote problemen met Maria. Door haar sterk achteruitlopende geestelijke gezondheid had zij zich laten omkopen door een huizenhandige koper en verkocht hem haar huisje voor een krats. Broer Karel en de rest van de familie pikten dat echter niet en ze spanden een kortgeding aan om de koop ongedaan te maken door haar onder curatele te laten stellen.

 

Maria was erg kwaad op haar broer en wilde zich volgens een brief uit die periode niet onder curatele laten stellen. Ze heeft dat echter niet kunnen tegenhouden. Haar zus Paula werd aangesteld als curatrice en Karel als toeziend curator en de verkoop van het huis werd teruggedraaid.

Annonce curatel Winterswijkse Courant

Gevoelig

De neven en nichten zijn op enkele kleine pluspuntjes na overwegend negatief over tante Maria. Toch had deze voor ons zo vreemde vrouw ook haar gevoelige kanten. Dat blijkt wel uit een foto van haar en Ida die in haar nalatenschap werd teruggevonden en waar achterop een tekst is geschreven die aan haar ouders was gericht. De tekst ontstond kort na het overlijden van haar jongste broertje Alex. Uit haar tekst blijkt een diep medeleven en een groot verdriet over wat haar ouders is overkomen. Ze probeerde op haar manier haar ouders te troosten en ze laat door dit gedicht een heel andere kant van zichzelf zien dan die we uit de overlevering kennen.

Vader! Moeder! Bitter weent

om uw kind zoo wreed ontrukt

O, als uw jong bloempje

ben ik pas ontloken afgeplukt, maar ik ben

hier zoo gelukkig

Hierbij onze lieve Heer

En met ogen

vol van goedheid ziet hij op uw

Liefling neer. Bloemen draag

ik op mijn hoofdje

’t witte kleedje staat

zoo net. Vleugels heb ik

ook gekregen. O! dat

vliegen geeft zoo’n pret

Altijd blij zijn altijd spelen

hier met engelen is

zoo zoet, ’t spelen’ t zal

mij nu niet vervelen. O, het is

hier toch zo goed! ‘k zal den

goeden Jezus bidden dat mijn

---- zijn gauw geweest, En gij allen

mij dierbaar, lang vereenigd

steeds nog leeft, Daarom ouders wilt

niet wenen Broertje en zusje droogt uw

tranen af Eens ziet gij Alex weeder ----- aan

gene zij van ’t graf. Dan zal ik durven

met u juichen. Met u danken. God den Heer

Mij verblijden in uw bijzijn, om

te scheiden nimmer meer

J.G.K          MariaKwak

De onderstreepte tekstdelen zijn niet met zekerheid vastgesteld.

Over dwars op de kaart staat: Maria Francisca Kwak en Ida Bernardina Elisabeth.

Het bospad van Fred

Advertentie Tubantie 4 juli 1979

Maria overlijdt

Omdat ze al een paar dagen niets meer van Maria hadden gehoord waarschuwden buren de politie. Die trapte de deur in en zo vonden ze haar onder de eettafel in de keuken. Vermoedelijk was ze gevallen. Ze was erg uitgedroogd en had al dagen niets gegeten. Voor zover bekend heeft ze daar vijf dagen gelegen. Ze werd overgebracht naar R.K. het ziekenhuis waar ze werd opgenomen ter observatie. Op 12 juli 1977 overleed Maria volgens overlevering door een hersenbloeding. Ze werd 77 jaar oud.

 

Karel en Paula zorgden voor een waardige begrafenis. Geheel indachtig haar leven. Eenvoudig en zonder poespas. Achterop haar bidprentje staat de tekst die, ondanks de problemen die ze vaak veroorzaakte, met veel liefde aangeeft hoe ze in het leven stond.

 

Erfenis

Haar broer Karel en haar zuster Paula wikkelden de erfenis af. Iedereen kon uit de nalatenschap van Maria spullen kopen. Neef Fred Kwak kocht toen een schilderij van een bospad voor 150 gulden. Hij deed daarnaast ook een bod op het huisje van Maria en bleef er tot zijn schrik aan hangen. Hij heeft het pand nog een aantal jaren gebruikt als opslag en toen van de hand gedaan.

Fred:

“Op de zolder was nog een echte ouderwetse dienstbodekamer gemaakt. Zo’n afgetimmerd hok waar het aan alle kanten lekte. Mijn broer Otto jr. en ik dachten bij ons eerste bezoek dat er een prachtige litho aan de muur hing maar dat bleek bij nadere beschouwing een plaat van een oude kalender. Geen rooie cent waard dus.”

 

Ondanks het feit dat ze niet echt geliefd was kregen alle erfgenamen na haar overlijden nog een paar centen van haar mee. Altijd deed ze alsof ze geen cent te besteden had. Altijd was schraalhans keukenmeester. Sinds 1969 betaalde Karel Kwak zelfs haar brand-, WA- en ziekenfondspremie. Na haar overlijden bleek de armoede allemaal nogal mee te vallen. Na afrekening van alle kosten bleek er een batig saldo van maar liefst f 72.150,00 bruto. Het geld werd verdeeld onder de erfgenamen die zomaar een nooit verwacht voordeeltje kregen.

Advertentie Winterswijkse Courant

< Bidprentje

Het zal wel nooit duidelijk worden wie Maria eigenlijk was en waar haar op zijn minst vreemde gedrag door is ontstaan. Op de verschillende foto’s staat ze vaak afgebeeld als een stille wat teruggetrokken vrouw. Dit in tegenstelling tot haar zusters die als altijd met de nodige vrolijkheid poseren. Menigeen kreeg geen hoogte van haar en wees haar af. “Dienstmaagd des Heren”, een citaat uit Lucas 1 vers 38 geeft precies aan wie ze was. Zij was dienstbaar aan velen maar vooral een vrouw die Gods geboden betrachtte.

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved