Otto Kwak - 54

Gezinsblad Otto Kwak & Cato Bolder

Otto en Cato Kwak

Uitreksel trouwboekje

Otto circa 1928

Kwitantie betaling rente en aflossing voor de rijwielzaak

N.S.B. fietsvlaggetje

Informatie uit politiearchief Winterswijk

Otto Hugo Gerhard (Otto) Kwak [54], zn. van Johannes Gerhard (Gerhard) Kwak [46] (Reiziger, Hotelhouder) en Dora Frida Hedwig (Hedwig) Möller [47] (Huisnaaister, Costumiere),

geb. te Bocholt [Duitsland] op 30 mrt 1907, ged. RK te Bocholt [Duitsland],

Rijwielhersteller,

ovl. (82 jaar oud) te Winterswijk op 23 aug 1989, begr. te Winterswijk op 28 aug 1989.

♥ tr. (resp. 25 en 24 jaar oud) [48] te Winterswijk op 17 mei 1932, kerk.huw. (RK)

met Catharina Maria Wilhelmina (Cato) Bolder [222], dr. van Hendrikus Bolder [397] en Elisabeth Zweers [398],

geb. te Zevenaar op 30 aug 1907, ged. RK te Zevenaar,

ovl. (90 jaar oud) te Winterswijk op 28 apr 1998, begr. te Winterswijk op 2 mei 1998.

Uit dit huwelijk 7 kinderen:

 

  1. Paul Johannes Hendrikus (Paul) [223],
    geb. te Winterswijk op 8 mrt 1933, ged. RK te Winterswijk,
    ovl. (13 dagen oud) te Winterswijk op 21 mrt 1933, begr. te Winterswijk.

  2. Hedwig Elisabeth Maria (Hetty) [224],
    geb. te Winterswijk op 18 apr 1934, ged. RK te Winterswijk,
    ovl. (44 jaar oud) te Winterswijk op 5 jun 1978, begr. te Winterswijk.

  3. Elisabeth Hendr.Paulina (Ellie) [225],
    geb. te Winterswijk op 6 okt 1935, ged. RK te Winterswijk,
    Verkoopster,
    ♥ tr. (resp. 22 en 24 jaar oud) [49] te Winterswijk op 27 aug 1958
    met Bernhard Jozeph Ignaz (Ben) Langela [230], zn. van Ignaz Bernhard Langela [616]en Helena Maria Josephina Stoverinck [617],
    geb. te Groenlo op 8 feb 1934, ged. RK te Groenlo,
    Vertegenwoordiger.
    Uit dit huwelijk 4 kinderen.

  4. Maria Catharina Gerarda (Ria) [227],
    geb. te Winterswijk op 11 jul 1937, ged. RK te Winterswijk.

  5. Otto Karel Wilhelmus (Otto) [226],
    geb. te Winterswijk op 2 jul 1939,
    ged. RK te Winterswijk,
    Onderwijzer,
    ♥ relatie [50]  met Ans Hoskam [231].
    Uit deze relatie een dochter.

  6. Frederik Willem Bern. (Freddy) [228],
    geb. te Winterswijk op 20 apr 1941,  ged. RK te Winterswijk,
    Rijwielhersteller.

  7. Carolina Franc.Joz. (Carla) [229],
    geb. te Winterswijk op 3 sep 1947, ged. RK te Winterswijk,
    Tolk,
    ♥ relatie [51]
    met Georg Peter Wailand [232],
    geb. te Wenen [Oostenrijk] op 24 aug 1946.
    Uit deze relatie geen kinderen.

“We verdienden pas bij de Butterfahrten”,


aldus Fred [228] de jongste zoon van Otto Kwak [54] en Cato Bolder [222]. Van huis uit was hij fietsenmaker en volgde zijn vader op in de fietsenzaak op het Weurden. Deze zaak werd in de loop van de jaren uitgebreid met souvenirs en speelgoed. Hij specialiseerde zich daarnaast in modelbouwartikelen. Fred is een meer dan enthousiaste sportman en vindt alles wat met geschiedenis te maken heeft bijzonder interessant.


Otto Hugo Gerhard Kwak werd geboren op 30 maart 1907 in Bocholt. Het gezin Kwak woonde daar aan de Gotestrasze. Hij was het vijfde kind van de vertegenwoordiger in Singer naaimachines Johannes Gerhard Kwak en zijn echtgenote Dora Frida Hedwig Möller. Toen Otto een paar maanden oud was verhuisde het gezin naar Winterswijk waar zijn vader het Hotel Adlerhof aan het Weurden had gekocht. Otto groeide daar op en had een onbezorgde jeugd.


Werken in Lichtenvoorde

Toen Otto 16 jaar was ging hij aan het werk in Lichtenvoorde, volgens Fred bij transportbedrijf Dusseldorp. Hij ging daar in de leer als monteur en als chauffeur. Hij heeft een deel van zijn tijd eveneens als taxichauffeur doorgebracht. Fred:

“ Mijn vader heeft vaak verteld dat hij ‘s winters, als de ruiten van de auto bevroren waren, wel eens voor op de motorkap moest liggen om ze schoon te houden. Op die manier kon de baas toch rijden. Daarnaast vertelde hij vaak dat hij in 1925 met de vrachtauto’s van het bedrijf werd ingezet bij de ramp in Borculo.”

Advertentie Otto Kwak 1935                                                 Stokvis buitenbord


Fietsenmakerij

Op 30 maart 1926 kwam Otto weer naar Winterswijk en begon in de stalhouderij naast het hotel een werkplaats waar fietsen gerepareerd en verkocht werden. De inkomsten van de stalhouderij waren op dat moment toch niet meer zo rooskleurig, dus deze plaats was heel geschikt als fietsenwerkplaats. De fiets was sterk in opkomst en kwam voor iedereen steeds meer binnen het financiële bereik te liggen. De fietsen waren van het merk RS-Stokvis en zonen in Rotterdam. Deze firma had een uitstekende naam en deed er alles aan om haar fietsen te promoten. Zo hadden ze al in het jaar van Otto’s geboorte (1907) een rijschool voor beginnende fietsers. De leerlingen werden op zo laag mogelijke ingestelde ‘machines’ gezet en met behulp van instructeurs leerden ze dan fietsen. Waarschijnlijk dacht de firma dat vrouwelijke fietsers fietsen moeilijk of te gevaarlijk vonden, want in de aankondiging van de rijschool stond te lezen:
“Zij krijgt een riem om het middel, waaraan van achteren een handvat is bevestigd. De leermeester kan door dit handvat de leerlinge zeer gemakkelijk in evenwicht houden, en daar het gevaar zich te bezeeren bij het vallen zoo goed als niet bestaat, krijgt men al spoedig zooveel vertrouwen in zichzelf en de machine dat, na een paar uur rijden, het handvat kan worden losgelaten en deleerlingeongemerktalleenrijdt.”


Buiten de hier geschetste gevaren van het leren fietsen, die in 1929 al wel achterhaald zullen zijn, bleek het kopen van een nieuwe fiets bij Otto ook niet zonder gevaar. De plaats waar Otto’s fietsenmakerij namelijk gevestigd was, had een gevaarlijke naam. Fred:


“Het is totaal drie keer voorgekomen dat een op hol geslagen paard met de wagen er achter de oude stalhouderij is binnen gedaverd. Vermoedelijk kwam dat omdat de stalhouderij vanuit het dorp niet goed zichtbaar was. Die lag wat verscholen achter het hotel. Daardoor dacht zo’n paard waarschijnlijk dat het in volle vaart door de bocht kon. Gelukkig waren er geen persoonlijke ongelukken. Maar de materiële schade was telkens weer erg groot.”

Uit de Winterswijkse Courant. Op de foto links Cato en Otto Kwak

Fietsplaatje.

Het leren fietsen was in die tijd niet het enige probleem. Ook de overheid zag mogelijkheden om extra geld te pakken met behulp van een speciale fietsbelasting. In het boek: De loden last van het koperen fietsplaatje door: F.H.M. Grapperhaus wordt uitgebreid ingegaan op deze impopulaire belastingmaatregel. Iedereen die in het bezit was van een fiets moest tussen 1924 en 1941 een fietsbelasting betalen. Het is interessant om dat te vermelden omdat in die tijd de fiets tot één van de meest populaire vervoermiddelen was geworden. Zo populair dat speciaal voor het fietsende deel van de bevolking de Algemeen Nederlandsche Wielrijders Bond (ANWB) werd opgericht om hun belangen te verdedigen. De regering en vooral Hendrik Colijn, de toenmalige minister van Financiën zochten naar nieuwe inkomsten en zagen in de miljoenen fietsen die Nederland destijds telde een mooie melkkoe. Men bedacht daarvoor het fietsplaatje. Officieel  ‘rijwielbelastingmerk’ geheten. Het plaatje moest aan de fiets bevestigd worden zodat eenvoudig gecontroleerd kon worden of de belasting was betaald. De fietsbelasting was voor iedereen gelijk maar raakte vooral de mensen met de laagste inkomens.

                     Fietsplaatje                                              Winterswijkse Courant                       Controleurs aan het werk


Zij konden niet zonder fiets en waren dus behoorlijk gedupeerd.Vooral wanneer je bedenkt dat de belasting f. 2,50 per jaar kostte (het weekloon van een dienstmeisje). Bij een weeksalaris van ongeveer f. 15, - was dat een heel fors bedrag voor de kleine fabrieksarbeider. Zeker wanneer je bedenkt dat in een gezin vaak meerdere fietsen aanwezig waren. Gezinnen van meer dan tien kinderen waren in die tijd heel normaal. De fietsplaatjes konden gekocht worden bij het postkantoor. Ze moesten op de door de minister voorgeschreven wijze aan de fiets worden bevestigd. Het plaatje werd op de fiets gesoldeerd of aan een touwtje aan de fiets gehangen. Het was verboden om het plaatje tijdens het fietsen in de hand te houden. Gezinshoofden die minder verdienden dan de grens van de inkomstenbelasting (f. 800, - per jaar) en werkelozen kregen het fietsplaatje gratis. Dat plaatje was voorzien van een groot gat en was soms zelfs voorzien van het woord kosteloos. Ookdat werd niet echt gewaardeerd, omdat iedereen nu kon zien dat je het niet al te breed had.


Ook het fietsen zelf was geen genoegen meer. Overal stonden controleurs en werden er boetes uitgedeeld die opliepen tot maar liefst f. 5.-. Betaalde je die niet dan werd de fiets in beslag genomen en in het openbaar verkocht op het belastingkantoor. Daarnaast waren er problemen als diefstal en vervalsingen. Zo waren er rondreizende koperslagers die de plaatjes vervalsten en ze verkochten voor ongeveer 25 eurocent. Op het Waterlooplein in Amsterdam was er zelfs een illegale fietsplaatjesbeurs. Om diefstal te verminderen werden er speciale houdertjes verkocht zodat de plaatjes niet onbeschadigd van de fiets gehaald konden worden. Ook was het in latere jaren toegestaan om de plaatjes op de kleding te dragen. Dat leidde tot de spottende naam ‘Colijnsorde’.


Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog (1941) schafte de Duitse bezetter de plaatjes af. Men zegt om een wit voetje te halen bij de bevolking, maar wellicht ook vanwege het gebrek aan koper of omdat er nogal wat fietsen door de bezetter in beslag werden genomen. Ook werden de Duitsers en de Nederlanders die voor de Duitsers werkten vrij gesteld van fietsbelasting, wat tot veel conflicten leidde. 

Otto en Cato trouwen

Op 17 mei 1932 trouwt Otto met Catharina Maria Wilhelmina (Cato) Bolder, een dochter van Hendrikus Bolder en Elisabeth Zweers. Ze is afkomstig uit Ooy bij Zevenaar waar haar ouders een kleine boerderij drijven. Dat gebeurde hoofdzakelijk door Cato’s moeder. Haar vader had er een baantje bij.


Otto heeft Cato leren kennen door zijn zus Hetty die haar eens meebracht naar Winterswijk. Beide werkten namelijk in Arnhem bij architect Welling die woonde aan de Paul Krugerstraat. Hetty was daar kamermeisje en Cato werkte in de keuken. In eerste instantie had Otto’s broer Gerrit, de slager, een oogje op Cato maar Otto kaapte haar voor zijn neus weg.

Trouwfoto 17 mei 1932 (vlnr)

Achter:

MienBolder, ?, AnnieBolder, Dina Bolder, Maria Kwak, Liesbeth Kwak uit Oeding, Gerret Bolder, Agnes Kwak, Riek Bolder, Bertha Bolder, Paula Kwak, Vd Louw?, Nel Kwak.

Tweede rij:

Theo van Gorkum, Marie Bolder, Gerrit Kwak, Eef Damen, ?, ?, ?, ?, Hetty Kwak,?, ?, ?, Mientje Peer, ?, Jo van Gorkum, Frits Forrer, Ida Kwak, Paul Kwak, ?, Herman Forrer

Voor:

Karel Kwak, Gerhard Kwak, Hedwig Kwak-Möller, Willy Kwak, Otto Kwak, Cato Bolder, Joop Forrer, Hendrik Bolder,  Elisabeth Zweers


Volgens Fred kon Cato verschrikkelijk goed koken. Hij herinnert zich met name de zaterdagen waarop zijn moeder steeds vers brood bakte. Een aardige bijkomstigheid is dat ze dat deed in de oven van het elektrische fornuis dat oorspronkelijk bij schoonmoeder Kwak in hotel Germania werd geplaatst. Deze had een grondige hekel aan het fornuis en liet het na enige tijd subiet weer uit het hotel verwijderen. Dat nieuwerwetse gedoe, daar kon ze niets mee. Het fornuis stond anno (2006) nog steeds in de keuken bij Fred en werd nog regelmatig gebruikt.


Otto

Wanneer Fred over zijn ouders begint te vertellen komt al snel aan de orde dat zijn vader Otto een moeilijke man was. Moeilijk voor zich zelf maar vooral ook voor anderen. Vooral de meisjes in huis hadden het niet gemakkelijk. Die waren als jonge vrouw gewoon niet in tel. Ze kwamen voor hun 21e levensjaar niet het huis uit en moesten alles wat ze verdienden thuis afgeven. Vooral Ria heeft het daar erg moeilijk mee gehad. Otto was voor de buitenwereld een godsdienstfanaat en verheerlijkte de pastoor en het geloof. Het etiket ‘katholiek’ was voor hem van grote waarde. Dit fanatieke had hij beslist van zijn vader en moeder maar ook de geloofsbeleving van de kant van Cato heeft zeker meegespeeld. De kinderen moesten dan ook regelmatig twee keer per dag naar de kerk. Bekend is dat hij fel uithaalde naar meisjes die voor het trouwen in verwachting raakten. Sex voor het huwelijk was een doodzonde.


Fred geeft aan dat het karakter van zijn vader door een aantal zaken was gevormd. Enerzijds had hij dezelfde trekken als zijn eigen vader. Ook een man met een heel eigen en sterk dominant karakter. Otto was verbaal een ware meester en had op dat gebied op iedereen een sterk overwicht. Anderzijds had de economische recessie en de daaruit voortvloeiende financiële problemen, met name rond de verkoop van hotel Hof van Holland, dat voor een deel onderpand was van zijn eigen hypotheek, zijn optreden en manier van handelen sterk beïnvloed. Iedereen wist bijvoorbeeld dat Otto absoluut niet te genieten was wanneer de hypotheek betaald moest worden. Dan kon je  maar beter uit de buurt blijven.


In het gezin van Otto en Cato was armoede troef. Deze situatie was van grote invloed op het leven van het hele gezin. Fred:


“Opvallend was dat achter de schermen de gemoederen vaak hoog konden oplopen maar dat de stemming als een blad aan de boom omsloeg wanneer Vader Otto de winkel in stapte. Hij leek wel twee persoonlijkheden te hebben. Enerzijds de beminnelijke verkoper en anderzijds de harde en strenge huisvader.“


Cato

De meningen over Cato zijn binnen het gezin erg verdeeld. Ellie geeft aan dat haar moeder geen kindertype was. Het huishouden was niet haar stiel. Het liefst werkte ze in de winkel. Daar kennen we haar als de vrouw die, voorzien van de traditionele witte schort, op uiterst professionele wijze de klanten hielp. Fred geeft echter aan dat hij zijn moeder heeft gekend als een vriendelijke en zachte vrouw die haar man, ondanks alles, door dik en dun steunde. Wel geeft Fred aan dat ze wanneer het gezin in 2000 had geleefd, ze ongetwijfeld gescheiden waren, gezien de sterk botsende karakters en het optreden van haar man. Maar Otto was desondanks gek met haar en hield haar steeds de hand boven het hoofd. Zo mocht ze ’s morgens altijd in bed blijven liggen terwijl hij de kinderen naar school stuurde. Dat ging niet van harte, want het ochtendhumeur van Otto was legendarisch. Het feit dat Otto rekening hield met zijn vrouw kwam vaak aan de orde wanneer hij tijdens zijn driftbuien de kinderen weer de wind van voren gaf. Cato viel dan flauw waarop de woedeaanval op slag voorbij was omdat hij zich weer met haar bezighield.


Toch had Cato een sterke wil. Die zette je niet zomaar aan de kant. Ze had ‘koppie, koppie’ zoals Fred zegt en stond voor haar recht. Het is zelfs een paar maal voorgekomen dat ze zelfs rechtstreeks naar de verantwoordelijke minister schreef om haar recht te halen. Zo ook toen een studiebeurs voor Otto junior geregeld moest worden toen die werd afgewezen omdat ze nu eenmaal ‘middenstanders’ waren.


“En dat terwijl we geen cent te makken hadden”, aldus Fred. “In de crisisperiode was er nog niet eens een dubbeltje om ons naar de welpen of de verkenners te sturen. Dat was ook de reden dat er bij ons van studeren aan de HBS niets terecht kwam. De ULO was voordeliger en ook nog eens katholiek. Het kwam niet bij mijn vader op om ons naar de katholieke HBS in Groenlo te sturen, want dat was veel te duur.”


Het resultaat van de manier waarop het gezin leefde was er volgensFred wel de oorzaak van dat niemand van de kinderen lang thuis bleef. Iedereen vloog snel uit. Alleen Ellie heeft nog een tijd thuis geholpen in de huishouding. Maar als ze de kans kreeg ging ze het dorp in om maar thuis weg te zijn. Fred stelt ook dat de verschillen in ervaring tussen de oudere broers en zusters en nakomertje Carla nogal groot zijn. Hij wijt dat aan de tijdgeest en aan het feit dat vader Otto stapelgek was met zijn jongstedochter.

vlnr: Ria, Otto sr, Otto jr, Carla, Hetty, Cato, Ellie, Fred


Het gezin

Het gezin bestond uit zeven personen. De eerstgeborene Paul, geboren op 8 maart 1933, overleed al na 13 dagen. Hij kreeg een navelbloeding als gevolg van een bepaalde vorm van hemofilie. Dat werd door een onderzoek in Utrecht vastgesteld. Het verdriet van de jonge ouders werd door schoonzuster Nel omschreven als immens. Dat verdriet werd alleen nog maar erger toen Otto en Cato samen in de tuin aan het wandelen waren. Otto troostte Cato die huilde. Vader Kwak Sr. plaatste toen de opmerking dat ze zich niet zo moest aanstellen omdat het nu eenmaal bij het leven hoorde. Een opmerking die de onderlinge verhoudingen zeker niet bevorderd hebben. Bij de geboorte van Hetty overheerste dan ook de angst dat de bloedziekte ook bij haar zou toeslaan. Gelukkig was dat niet het geval.


Na Hetty werden achtereenvolgens Ellie, Ria, Otto en Freddy geboren. Nakomertje Carla werd na de Tweede Wereldoorlog, ruim 6 jaar na Freddy, geboren op 3 september 1947. In de beleving van Fred was Hetty de opvoedster. Zij was de leidinggevende figuur. Temeer omdat Pa en Ma steeds druk waren in het bedrijf. Ria en Elly waren de vriendinnen en trokken steeds met elkaar op. Otto jr. was degene die was voorbestemd om de zaak over te nemen. Dat heeft hij steeds geweigerd. Qua karakter is hij minstens zo sterk als zijn vader en zei dus vanaf het begin dat hij alleen maar naar de kweekschool wilde. Zijn weigering om de zaak over te nemen ging zo ver, dat hij zelfs weigerde de band van zijn fiets te plakken. Hij ging in zo’n geval gewoon lopend naar school tot de band weer gerepareerd was. Vanaf het moment dat Otto jr. definitief afhaakte was Fred de aangewezen persoon om de zaak over te nemen.


Fred werd vernoemd naar Frederik Kwak, het twaalfde kind van zijn opa en oma dat nog voor het derde levensjaar overleed. Hij werd geboren op de verjaardag van Hitler 20 april. Uit balorigheid ten opzichte van de NSB-buurt werden daar de namen Willem Bernard aan toegevoegd. Twee echte Oranjenamen.

Met als gevolg dat de ‘goeden’ uit de buurt massaal taarten en gebak kwamen brengen. Deze manier van protesteren werd wel meer gebruikt. Maar ook de NSB’ers hadden zo hun manieren om uiting te geven aan hun verering van Hitler. Menig kind kreeg in die tijd voornamen waarvan de beginletters ‘H.I.T.L.E.R’ vormden.


Fred ging in eerste instantie naar de technische school en slaagde daar als machinebankwerker. Daarna ging hij in de leer bij een fietsenmaker Gradus van Grol in Didam. Daar kijkt hij nog steeds dankbaar op terug. Het huis uit bleek een goede basis voor de latere jaren thuis. Hij leerde daar ook met andere ogen kijken.

Reclameuitingen van Burgers en Vredstein.

Circa 1935

De fietsenzaak

In de eerste jaren van het bestaan van de fietsenzaak was de verkoop en reparatie van fietsen niet echt slecht, maar een echte vetpot was het niet. Toen de economische recessie dan ook toesloeg werden de omstandigheden steeds zwaarder. Fred vertelt dat zijn vader soms geen idee had waarde volgende dag het eten vandaan moest komen. Dat kwam veelal van de boer en werd betaald met ruilen en het verrichten van hand en spandiensten als reparaties en dergelijke. Zo werd het eten bij elkaar geschraapt. Daarbij ging hun oudste dochter Hetty vaak mee.


Een en ander werd nog moeilijker toen zijn Moeder Hedwig Kwak-Möller in 1937 overleed. Toen werd de boedel opgesplitst: Herman Forrer en zijn vrouw Ida namen het hotel over en Otto kocht het rechter gedeelte van het pand met de fietsenmakerij. Dat was een zware wissel op zijn financiën maar het kon niet anders. Vader Kwak moest vanwege het overlijden van zijn vrouw en de verslechterende gezondheid van het pand af en Herman Forrer had alleen belangstelling voor het hotelgedeelte. Door de constructie die de partijen onderling kozen om alles betaalbaar te maken liep een paar jaar later de situatie volledig uit de hand. Niet alleen voor zwager Herman en vader Kwak, maar ook voor Otto en zijn gezin.


Dat blijkt uit enkele brieven en notities die zijn gevonden in zijn nalatenschap. Het zijn aantekeningen betreffende de Tweede Wereldoorlog en zijn arrestatie aan het begin ervan. Otto maakte deze aantekeningen, jaren na de oorlog, wellicht om ze te bewaren voor het nageslacht of om de problemen van zich af te schrijven.

Tweede Wereldoorlog

Door Otto's verbale kwaliteiten kwam hij tijdens de oorlog regelmatig in de problemen. Ook met zijn Duitse familieleden. Tijdens zijn  bezoeken ontstonder er steeds opnieuw stevige discussies over Hitler die zeker niet altijd goed afliepen, Vooral ook omdat de familie bij fabrieken werkte die mede door toedoen van Hiler waren onstaan. Door die moeilijkheden bleef Otto uiteindelijk weg uit Duitsland.


Achter op het Weurden woonden verschillende NSB’ers. Otto had daar, vanwege zijn scherpe tong, regelmatig zeer ernstige aanvaringen mee. Hij was dus niet bijster geliefd bij deze bevolkingsgroep. Dat is hem later tijdens de perikelen rond de eigendommen van zijn vader behoorlijk opgebroken. Door zijn houding werd ook de verhouding met Herman Forrer, zijn zwager en uitbater van Hof van Holland, er niet beter op. Otto liep ’s avonds namelijk vaak het café van Hof van Holland binnen. Op zeker moment vertelde Herman Forrer hem dat hij een vergadering kreeg van de N.S.D.A.P afd. Holland en gaf toen aan dat Otto op die avonden niet meer welkom was omdat Duitsers vertelden dat hij een verrader was. Hij is daarna niet meer in het café geweest. Vanaf dat moment zal de relatie tussen de Kwaks en Herman Forrer danig bekoeld zijn. Vooral omdat Herman ook nog lid werd van de NSB, een organisatie die door Otto openlijk werd afgebrand.

Toen de vergaderingen in Hof van Holland werden gehouden kwamen de Duitsers en de NSB’ers uit de omliggende dorpen met de fiets en stalden deze bij Otto. Hij probeerde ze dan om te praten niet naar de vergadering te gaan en vertelde ze dat ze daar niet heen moesten gaan want als de oorlog voorbij was zouden ze behoorlijke problemen krijgen.Volgens de overlevering heeft hij op die manier verschillende personen ervan weerhouden om deze vergaderingen te bezoeken. 

Informatie uit politiearchief Winterswijk

Otto Kwak opgepakt

De oorlog was nog maar net begonnen toen er in het gezin van Otto Kwak grote commotie ontstond omdat hij opgepakt werd door de Sicherheits Dienst (S.D.) Ausenstelle Arnheim (filiaal Arnhem). Dat gebeurde op 7 augustus 1940. Hij werd opgesloten in een cel op het gemeentehuis, meteen rechts naast de voordeur. De werkelijke reden voor deze opsluiting valt niet meer te achterhalen, omdat de archieven van de SD in de naoorlogse jaren zijn verdwenen of vernietigd. Algemeen wordt echter aangenomen dat de hele situatie te maken heeft met de problemen rond de afbetaling van de hypotheekschulden betreffende het hotel Hof van Holland. Omdat deze hypotheek tevens inhield dat bij een gedwongen verkoop ook het pand van Otto onder de hamer zou komen, moest hij tijdelijk buiten spel gezet worden, zodat de kopers vrij spel zouden hebben. In principe was het arresteren van Otto niet zo moeilijk, omdat hij betreffende de Duitse overheersing tegenover niemand geen blad voor de mond nam. Dus een reden voor de arrestatie was gemakkelijk te regelen.


Binnen de familie leeft het vermoeden dat enkele NSB’ers uit de buurt er, via via, voor gezorgd hebben dat Otto gearresteerd werd. Zodat hij vast zou zitten ten tijde van de (gedwongen) verkoop van Weurden 41/43. Zij zagen namelijk kans om veel geld te verdienen wanneer het pand in de gedwongen verkoop zou komen. De heren waren vaste klanten van Herman Forrer en gaven aan hem te willen helpen om aan zijn hypotheekverplichtingen te kunnen voldoen.


Als reden voor de arrestatie werd aangevoerd dat Otto overal rond vertelde dat er in Münster een opstand tegen de Führer zou zijn uitgebroken. Hij had dat nagevraagd bij ene Kuipers van de gasfabriek. Deze werd daarom ook opgepakt. De informatie kwam echter van broer Karel zo werd gefluisterd. Die naam werd alom genoemd, alleen niet door Otto. Hij hield op die manier zijn broer uit de gevarenzone. Na ettelijke stevige verhoren, waarbij uiteindelijk geen schuldvraag kon worden vastgesteld, werd gevraagd of iemand anders broer Karel ook gezien kon hebben terwijl hij dat verhaal vertelde. Dat bleek het geval. De Ortsgruppenführer had hem ook gezien. Deze persoon in kwestie werd opgehaald door de politie, maar hij gaf te kennen niets van diens beweringen te weten, waarschijnlijk omdat hij uiteindelijk bang was voor represailles in de buurt.


In het archief van de Gemeente Politie Winterswijk zijn over deze kwestie verschillende aantekeningen teruggevonden. Ze zijn meestal ondertekend door de wachtcommandant op de desbetreffende datum. De aanhouding werd verricht in opdracht van de Inspecteur van Politie (IvP). De aantekeningen vermelden echter geen van allen de werkelijke reden van de arrestatie. 


De hele familie was in rep en roer. En hoewel het niet officieel is vastgelegd zullen verschillende personen Otto bezocht hebben om er achter te komen wat de reden van de arrestatie was. Wel weten we dat zijn broer hem bezocht. Daar zou normaal gesproken geen aantekening van gemaakt zijn, maar omdat broer Gerrit na afloop de verkeerde fiets meenam staat zijn bezoek vermeld in de plaatselijke politierapporten.

Er is ook de nodige commotie ontstaan thuis bij Otto Kwak. Een zekere Nijweide wilde het pand van Otto Kwak bezichtigen omdat hij heeft ‘ingezet’. Dat wil zeggen dat hij een bod heeft uitgebracht op het hotel en de fietsenmakerij. Broer Karel deed daarvan aangifte bij de politie.


Brief van Cato

Cato Kwak-Bolder schreef tijdens de detentie van haar man een brief.

Roter maagtabletten

Leesfiets

Een fietspomp aan de buitenmuur

Door tussenkomst van Karel en Paula Kwak [57] bij de SD (Sicherheits Dienst) in Arnhem zou Otto na 10 dagen weer vrij gekomen zijn. Daardoor was hij toch nog op tijd om bij de verkoop van Hof van Holland aanwezig te zijn. Notitie politiearchief: 


"14augustus1940–7uurn/m o Brood met koffie verstrekt aan Kwak voornoemd. Na verhoor van een Duitsche onderofficier van de Sicherheits polizei te Arnhem is O. H. G. Kwak ontslagen en heen gezonden". 


De verkoop van hotel Hof van Holland geschiedde in Hotel de Klok in de Wooldstraat onder toezicht van notaris Hesselink. De laatste zou voor de verkoop gezegd hebben dat Otto net zo hoog kon bieden als hij wou. Dan bleef het pand (nr 43) in zijn handen. Hij hoefde echter geen verkoopkosten te betalen. Otto overbood dus wat mede mogelijk werd gemaakt door zijn zuster Nel. Zij had hem haar spaarbankboekje ter beschikking gesteld, waar hij graag gebruik van maakte. Het was de redding van zijn winkel. Hij betaalde Nel alles terug echter zonder rente. Daarvoor ontbrak gewoon het geld. Als dank mocht Nel, bij hem, een stofzuiger en een naaimachine kopen tegen inkoopsprijs.


Al met al was deze periode na de economische recessie de zwaarste die Otto heeft meegemaakt. Door de stress en de zenuwen tijdens zijn gevangenschap en de oorlog werd Otto maagpatiënt. Een situatie waar hij het overgrote deel van zijn leven erg veel last van heeft gehad. Fred:


“Ik heb hem in latere jaren regelmatig over de vloer zien kruipen van de pijn en dan moesten we ‘Roter-tabletten’ voor hem halen om de zaak weer te kalmeren. Ook werd hij jaren later geopereerd waarbij een groot deel van de maag werd verwijderd. Met medicijnen en jaarlijkse injecties hield hij zich toen overeind.”

Leven in de oorlog

In de loop van de oorlog moest steeds meer ingeleverd worden waaronder motorrijtuigen, paarden en fietsen.Vooral het invorderen van de fietsen bleek een ramp voor Otto, want toen stortte de omzet natuurlijk helemaal in elkaar. Alleen van het repareren van fietsen was nauwelijks te leven. Het hoofd werd dus boven water gehouden door ruilhandel en het verrichten van reparaties. Er werd heel wat gesjoemeld met distributiebonnen, solutie om banden te plakken en banden. De weinige mensen die op het laatst nog een fiets bezaten, veelal overheidsfunctionarissen, politieagenten en dokters hadden een groot probleem. Banden waren er niet meer en iedereen reed op houten velgen of gewoon op de velgen. Alleen de doktoren hadden nog lang een ‘fietsbandtoewijzing’.

Alleen die banden, van surrogaatrubber, waren zo slecht dat de oude al lang waren versleten wanneer de nieuwe binnen kwamen. Ook waren er wel ‘zwarte’ banden op de markt maar die kostten al snel f 300, -, terwijl de kwaliteit van deze banden net zo te wensen overliet.


Niet alle fietsen werden ingeleverd. Verschillende werden gebruikt voor het opwekken van stroom. De fiets werd dan op een standaard gezet en er werd een dynamo aangekoppeld. Om stroom op te wekken ging je dan op de fiets zitten en je trapte voor de stroom. Niet zelden werd op het stuur een plank gemonteerd waarop je een boek kon leggen. Dan kon je meteen lezen.

Na de oorlog

Door alle perikelen rond de aankoop van het pand en de grote verwijdering die daardoor in de familie ontstond was het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog niet eenvoudig. Het gezin van Otto heeft zich er letterlijk en figuurlijk doorheen gesleept. Fred weet daar als 4-jarige niet zoveel meer van. Wel heeft hij nog vage herinneringen aan de bevrijding. Zo herinnert hij zich de witte strepen van de hoog overkomende V1´s en V2’s en het indrukwekkende en beangstigende geluid van de overkomende zwermen bommenwerpers die Duitse steden in het Roergebied bombardeerden. Tijdens de bombardementen sliep iedereen in de kelder. Met name rond de bevrijding was dat het geval. Fred sliep altijd op het weckflessenrek. In de nacht van 29 op 30 maart sliepen ze daar met 17 personen: de eigen gezinsleden en de hele familie van Cato uit Ooy bij Zevenaar.


De volgende dag stond de straat vol met militaire voertuigen en Tommy’s. Vanuit theater Astoria werden volgens Fred grote kazen uitgedeeld. In zijn jeugdige optiek, hij was toen 4 jaar, waren die kazen wel een meter hoog. De zusters uit het algemene ziekenhuis ‘hoepelden’ er mee naar het ziekenhuis.


Meteen na de oorlog kreeg Otto een baan aangeboden bij textielfabriek Weideman. Maar daar ging hij niet op in. Hij wilde ondanks de meer dan slechte economische situatie zelfstandig blijven en de eigen fietsenzaak werd voortgezet. Onderdelen haalde hij vaak bij een groothandel in Borculo. De fietsenjood werd dat bedrijf genoemd. Dat gebeurde uiteraard op de fiets, ander vervoer was er niet. Fred zegt daarover:


“Tot lang na de oorlog hebben we het als gezin heel moeilijk gehad. Ook toen viel er nauwelijks wat te verkopen en mijn vader schraapte letterlijke en figuurlijk alles bij elkaar om zijn gezin draaiende te houden. Zo zat hij vaak gewoon te wachten om wat te kunnen verdienen. Hij zat dan op de stoel achter de deur van de werkplaats en als hij dan de elektrische pomp voor het oppompen aan de buitenmuur hoorde dan was hij maar wat blij met de cent die erin gedaan was.”


De overheid probeerde de omzet van fietsverkopers te verbeteren door ‘utility-fietsen’ te laten produceren. Dat waren fietsen in een door de overheid vastgestelde standaarduitvoering, die in de winkel maximaal f.50,00 mochten kosten. De fietsenfabrikanten waren verplicht de helft van hun productie in deze fietsen te produceren. Ook Otto Kwak verkocht die.


NakomertjeCarla

Kort na de oorlog wordt Carla, de jongste dochter, geboren. Zoals in zo veel

Kort na de oorlog wordt Carla, de jongste dochter, geboren. Zoals in zo veel katholieke  gezinnen ‘het nakomertje’. Ze vertelt daarover:


“ Al met al had ik een erg gelukkige jeugd zeker ook vanwege het feit dat ik na de oorlog geboren ben en die zorgen niet bewust heb mee gemaakt. Ik vond de sfeer thuis altijd fijn.
Pappa was wel eens ongeduldig wanneer hij weer eens last had van zijn maag, maar daar kon ik goed mee omgaan. Hij was een ‘echte vader’. Een van de oude slag. Hij was er altijd als je hem nodig had, maar hij wilde meer respect dan hij kreeg.  Met mamma had ik een enge band. Ze was veel meer een oudere vriendin. Ze was meer open voor de veranderingen in de wereld. Ze deed met veel zorg en moeite het huishouden, de zaak en hielp haar kinderen met hun problemen en had altijd een luisterend oor. Zij had, in mijn ogen, meer de opvoedende taak. 


Ondanks het feit dat we het niet breed hadden had ik nooit het gevoel dat ik iets miste. Ik ging graag naar school. Wel kreeg ik vaak strafwerk onder andere van juffrouw Reiring. Ik kletste veel te veel. Maar mijn zussen waren gek met me en Elly, die toen thuis werkte, hielp me vaak bij mijn strafwerk en Hetty was een specialist in het namaken van mijn vaders handtekening. Dus ik kwam er steeds weer goed vanaf.”


De Stofwolk

Op 26 maart 1951 vierde Otto zijn 25-jarig jubileum als rijwielspecialist. Het ging hem kennelijk niet slecht gezien de grote hoeveelheid fietsen van de firma Stokvis&Zonen.

Om de omzet op te krikken en meer reclame te genereren voor zijn fietsenzaak startte Otto met enkele relaties, waaronder zijn broer Karel, de wielerploeg de Stofwolk. De eerste ronde van Winterswijk vond plaats in 1953. Bij de junioren won zoon Fred, een hartstochtelijke sportman. Hij reed tal van wielerwedstrijden en in 1985 en 1986 neemt hij 2 keer deel aan de Elfstedentocht.

Poppenkleertjes werden zelf gemaakt

Secretaresse Hetty circa 1960

Bidprentje Hetty

Artkel Nieuwe Winterswijkse Courant. 50 jaar getrouwd

Fred winnaar van de jeugdronde van Winterswijk in 1953


Tijdens de Elfstedentocht in 1985

Speelgoed

Naast de verkoop en reparatie van fietsen begon Otto enkele jaren later met het verkopen van speelgoed zodat er wat meer inkomsten en verdiensten kwamen. De aanleiding was een vertegenwoordiger van RS-Stokvis die naast de banden ook ballen verkocht. Het waren kleine zwarte ballen van ongeveer 15 cm doorsnede. Die werden redelijk verkocht en al snel werd meer speelgoed waaronder tollen en ook poppen ingekocht. Moeder Cato maakte voor deze poppen allerlei verschillende kleertjes. Dat was bijna puur winst want ze was een uitstekende naaister en de lapjes en andere benodigdheden waren relatief voordelig te krijgen. De naaimachine die ze daarvoor gebruikte staat nog steeds bij Fred op de rommelkamer. De verkoop van speelgoed ging steeds beter lopen en het kwam zelfs een enkele keer voor dat Otto op de fiets naar Arnhem ging om daar speelgoed in te kopen. Fred: “We stonden altijd met open mond te kijken hoeveel mijn vader op de fiets wist te pakken wanneer hij weer inkopen had gedaan.”


Langzaam maar zeker nam de welvaart toe en werd het leven beter. Vooral toen in1963 de zaak verbouwd werd. De oude behuizing werd afgebroken en het kleine pleintje voor de ingang werd volgebouwd. Zo ontstond de ruime winkel en werkplaats.


Ook werden er souvenirs in het assortiment opgenomen. Een goede keuze die Otto zeker geen windeieren heeft gelegd mede door de sterk veranderende situatie in Winterswijk. Vanwege de grote prijsverschillen kwamen namelijk steeds meer Duitsers kopen. Het was de tijd van de ‘Butterfahrten’

     Souvenirs                                                       De nieuwe zaak anno 1963


Kinderen het huis uit

Iedereen, met uitzondering van Carla, was toen het huis al uit. Die bezocht vanaf 1959 de HBS Marianum in Groenlo. Voor haar een geweldige tijd. Het op en neer fietsen naar Groenlo was geen probleem en ook het leren leverde geen problemen op. Alleen de leraar Engels dacht dat ze een lintworm had omdat ze altijd maar zat te eten in de klas. Ook presteerde ze het om een keer met een cijferlijst thuis te komen waar achter het vak geschiedenis ‘fraude’ was aangetekend vanwege haarpogingenom af te kijken.Ze was er nog trots op  ook want dat had nog niemand gepresteerd. Carla:


“Natuurlijk kwamen op de HBS de eerste feestjes. Ik herinner me nog heel goed dat mijn zussen daar wel moeite mee hadden. Ze protesteerden tegen mijn feestjes. Ik ging uit en mocht laat thuis komen. Zij hadden zoiets nooit gehad. Ik had wel eens het gevoel dat ik 3 vaders en vier moeders had die me stuk voor stuk wilden vertellen hoe ik me moest gedragen. Daarbij waren mijn vader en moeder veel milder dan mijn eigen broers en zusters. Destijds begreep ik hun houding niet. Achteraf heb ik deze situatie leren begrijpen. Ik was toch wel in een veel betere tijd ter wereld gekomen. Van de HBS tijd heb ik een paar zaken nog heel helder in de herinnering. Een vakantie met vriendinnen aan het strand van Bloemendaal was een belevenis want daar ontmoette ik voor het eerst mijn latere echtgenoot Georg Wailand en zijn voetbalclubje. Verder herinner ik me nog dat ik tijdens het eindexamen wel heel veel geluk had. Met name bij Frans en Duits werden de stukken behandeld die ik, een paar dagen voor het examen, erin had gestampt.”


Hetty ging op kantoor werken en vertrok na verloop van tijd naar Arnhem waar ze als secretaresse werkte bij de King overhemdenfabriek.


Ellie trouwde in 1958 met Ben Langela. Ben werkte als kruidenier en had onder andere een kruidenierswinkel in Deventer. Na geruime tijd werd Ben vertegenwoordiger bij Heineken Ellie bleef in eerste instantie thuis voor haar vier kinderen, maar toen die eenmaal groter waren werkte ze veel in manufacturenzaken. Ze wonen in Losser.


Ria werkte een tijd lang op het kantoor bij Weidenman in Neede. Ze trouwde met Jan Aalders en verhuisde naar Ulft. Jan startte daar een eigen bedrijf in metaalbewerking en verwarmingsketels. Ze kregen samen 3 kinderen.


Otto werd onderwijzer en trouwde met Ans Hoskam. Hij werkte in Lichtenvoorde, Steenderen en Deventer en komt uiteindelijk terecht in ’s-Hertogenbosch waar hij hoofd van een lagere school werd. Zij kregen 3 kinderen. 


In 1965 volgde Carla een opleiding voor secretaresse bij Schoevers in Arnhem. Na het slagen voor de opleiding ging Carla werken bij de Nedap in Groenlo als directiesecretaresse. Een gelukkige tijd waarbij ze zelfs nog tijd had om met haar vriendin, van het eerst verdiende geld, naar Wenen te reizen. Ze ontmoette daar Georg opnieuw. De vlam sloeg over en niet veel later besloten ze te trouwen. Meteen na haar trouwen verhuisde ze naar Wenen. Daar worden hun zonen Mark en Daniël geboren. 


Hetty overlijdt

Op 5 juni 1978 sterft oudste dochter Hetty aan borstkanker. Ze was vrijgezel. Voor Otto en Cato was zij het tweede kind dat ze moesten begraven. Natuurlijk had Cato het er moeilijk mee maar de klap kwam het hardste aan voor Otto. Zijn lieveling en oogappel was er niet meer. De oudste dochter die alles voor ze deed wat maar nodig was. Van het samen eten halen in de oorlog tot alle voorkomende karweitjes waarmee ze maar helpen kon.

De zaak gaat naar Fred


Omstreeks 1970 bezocht vader Otto zijn kinderen en die tekenen voor afstand van de winkel ten gunste van Fred. Hij wilde de zaak wel overnemen maar wil absoluut geen hypotheek om dat te realiseren. Hij heeft van dichtbij de ellende van zijn ouders en hun hypotheekperikelen meegemaakt en heeft gezworen dat hem dat nooit zal overkomen. Dat werd hem, in eerste instantie,nietdooriedereenindank afgenomen. Met name Riaen Elliezijner niet helemaal gelukkig mee. De zaak werd echter in goede harmonie opgelost en Fred kreeg de zaak. In de jaren daarop komt Otto zo nu en dan bij zijn kinderen langs met een kleine, financiële, compensatie voor de overgenomen zaak.

De modelbouwspecialist

anno 2001

Rond 1975 stopte Fred definitief met de verkoop en reparatie van fietsen en legde zich helemaal toe op de verkoop van speelgoed en souvenirs. In latere jaren specialiseerde hij zich steeds meer in modelbouwartikelen als treinen, auto’s en dergelijke. Daarin hij een uitstekende naam op. De winkel en de werkplaats samen was te veel van het goede. Daarnaast was de financiële situatie rond speelgoed beduidend beter.


In de jaren daarna ging het leven zijn gangetje. Fred neemt steeds meer zaken waar en Otto en Cato helpen waar nodig. Otto in het magazijn en de winkel. Er waren klusjes genoeg. Otto bleef last houden van zijn maag maar ook met Cato ging het niet goed. Ze leed aan Alzheimer en langzaam maar zeker ging het bergafwaarts. Toch bleef ze in huis, ondanks het feit dat de huisarts al eens had aangekaart dat ze beter naar een verzorgingstehuis zou kunnen gaan. Maar ze werd door Otto en Fred zo goed mogelijk verzorgd. De zaak nam een dramatische wending toen Otto overleed op 23 augustus 1989. Fred:


“ Op deze avond tijdens het volksfeest ging hij theezetten, waarbij hij aangaf dat hij zich niet helemaal lekker voelde. Op weg naar het toilet kreeg hij een hartinfarct. Ik geloof dat moeder  het niet eens helemaal meegekregen heeft. Zo ver had de alzheimer toen al toegeslagen.”


Voor de gezinsleden begon toen een heel zware periode. Ze wilden moeder zelf blijven verzorgen. Verschillende keren per week kwamen Ria en Ellie om te helpen en daarnaast deden ze een beroep op de thuiszorg en andere hulp. Ze was geen moment alleen. Uiteindelijk bleek het thuis verplegen van hun moeder geen haalbare kaart. Het escaleerde toen Cato bijna brand veroorzaakte omdat ze dacht nog steeds te kunnen koken en ze ’s nachts aan de wandel ging. Fred ging er toen bijna aan onderdoor waarop de familie besloot haar naar het verzorgingstehuis Pronsweide in Winterswijk te brengen. Daar leefde ze nog ongeveer acht jaar in haar eigen wereldje. Ze overleed 90 jaar oud op 28 april 1998.

Bidprentje Otto                                         Otto en Cato 50 jaar getrouwd                                  Bidprentje Cato


Tot slot geeft Fred aan:
“Ik kan niet anders zeggen dan dat mijn vader en moeder hun hele leven keihard gewerkt hebben. Wij als kinderen hielpen mee waar het kon. Dat was de gewoonste zaak van de wereld. We waren echter geen gezin van praters en dat heeft de communicatie niet altijd bevorderd. De financiële situatie stond altijd voorop en heeft een onuitwisbare stempel op ons gezin gedrukt. Mijn vader bloeide alleen op wanneer hij met de klanten bezig was, bij het verzamelen van postzegels en in zijn functie als voorzitter van wielerclub ‘De Stofwolk’ waar hij meer dan 25 jaar voorzitter van was. Mijn moeder was de vrouw achter de schermen. Die wou eigenlijk nooit ergens naar toe. Ze las veel maar daarnaast had ze eigenlijk geen hobby’s of het zou naaien en speelgoed moeten zijn. Wel schreef ze in latere jaren tientallen brieven naar Carla. Met de start van hun gezin en de zaak hebben ze pech gehad. Dat is ze niet in de koude kleren gaan zitten. Die pech heeft ze hun hele leven achtervolgd.”

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved