Paul Kwak - 50

Gezinsblad van Paul Kwak & Mientje Peer

Geboortebewijs Paul

Paul Kwak en Mientje Peer 1927

Paul Kwak en Mientje Peer
Verlovingsfoto kort voor het vertrek van Paul naar Indie

Paul (links) aan boord van de Tabanan

Paul Bernard Emiel (Paul) Kwak [50], zn. van Johannes Gerhard (Gerhard) Kwak [46] (Reiziger, Hotelhouder) en Dora Frida Hedwig (Hedwig) Möller [47] (Huisnaaister, Costumiere),

geb. te Bocholt [Duitsland] op 9 apr 1900, ged. RK te Bocholt [Duitsland],

Boormeester,

ovl. (43 jaar oud) te Thai‑camp N.O.1 (Thailand) op 9 mei 1943 Overleden aan de Birma spoorweg als sergeant van de genie KNILL. Thailand.

♥ tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 21 jaar oud) [103] circa 1929

met Willemina Johanna Maria (Mientje) Peer [387], dr. van Johannus Theodorus (Doris) Peer [2308] en Anthonia Otten [2309],

geb. te Groenlo op 4 mei 1907, RK,

Interieurverzorgster,

ovl. (87 jaar oud) te Groenlo op 4 jul 1994, begr. te Groenlo op 7 jul 1994.

Trouwde met de handschoen. Haar schoonvader Johannes Gerhard kwak [46] was de bruidegom. Paul was toen bij de Bataafse Petroleum Maatschappij ergens in Azie


Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 

  1. Willy Antonia [390],
    geb. te Tarakan [Indonesië] op 3 aug 1929,
    Kantoorbediende,
    ♥ tr. (resp. 24 en 27 jaar oud) [105] te Groenlo op 3 aug 1953
    met Lambertus Bernardus Maria (Bert) Kokkeler [392],
    geb. te Enschede op 3 jan 1926, RK.
    Uit dit huwelijk 2 kinderen.

    1. Margot [1159]
    2. Franz [1160]

  2. Paul Johannes (Paul) [389],
    geb. te Sanga Sanga Dalem [Indonesië] op 16 okt 1933,
    Administrateur,
    ♥ tr. (resp. 33 en 23 jaar oud) [111] te Wisch op 30 dec 1966,  kerk.huw. te Silvolde op 24 jun 1967
    met E.M.G. (Els) Reyrink [410], dr. van Leo Johannes Reijrink [1334]en Thekla Nowak [1335],
    geb. te Silvolde op 5 aug 1943,
    Kleuterleidster.
    Uit dit huwelijk 2 zonen.

    1. Paul Edwin [395]
    2. Jeroen [396]

  3. Theo [388],
    geb. te Sanga Sanga Dalem [Indonesië] op 13 aug 1936, RK,
    Technisch ambtenaar,
    ♥ tr. (resp. 29 en 25 jaar oud) [104] te 'S‑Heerenberg op 17 dec 1965
    met Johanna Th. H. (Ans) Veltmaat [391],
    geb. te Zeddam op 12 sep 1940, ged. RK te Zeddam op 12 sep 1940. Adres: Salemate 9, 7006 CA Doetinchem.
    Uit dit huwelijk 2 zonen.

    1. Michael Paul Johannes [394]
    2. Emiel Paul [393]

“Nooit meer achter een schutting”


Willy Kokkeler-Kwak [390] is de oudste dochter van Paul Kwak [50] en Mientje Peer [387]. Ze overleefde samen met haar moeder en broers de gruwelijkheden van de oorlog in Nederlands Indië. Ze is gehuwd met Bertus Kokkeler en vertelde haar verhaal omdat: “Het niet vergeten mag worden”.


Paul Kwak was bij uitstek geschikt om in het hotelvak te gaan. In het begin was hij dat ook van plan. Na zijn diensttijd ging hij daarom in opleiding voor het hotelvak in Duitsland. Hij speelde niet onverdienstelijk piano en speelde dan ook regelmatig in hotel Germania, het café van zijn vader, om de klanten te vermaken. Zijn lievelingsstuk was het lied ‘Alte Kameraden’. Hij was volgens zijn zus Nel: “ een gezellige Bourgondiër.” Uiteindelijk kwam er van het hotelvak niets terecht, omdat Paul wel wilde maar dan alleen voor eigen rekening. Hij wilde niet bij zijn vader in dienst waardoor de nodige wrijving ontstond. Paul was een aimabele man die goed was voor zijn gezin maar, net als alle Kwaks, een duidelijk eigen wil had.


BPM

Paul kwam in contact met de mensen van de BPM (Bataafse Petroleum Maatschappij) die naar gas en olie aan het boren waren in Kotten, in de buurt waar nu de dikke steen ligt. Deze boorders overnachtten onder andere in Hotel Germania . Ze vertelden hem van de goede mogelijkheden en de ruime verdiensten bij de BPM in Indonesië. Hij heeft een en ander besproken en het besluit genomen bij de BPM in dienst te treden.

Paul (midden boven) op een boortoren in Kotten (Winterswijk)

Boortoren in Kotten (rechts)

Uiteindelijk ging Paul voor de BPM naar Indonesië. Hij vertrok uit Rotterdam met de Tabanan, een stoomschip van de Rotterdamsche Lloyd. Volgens Willy kreeg hij voordat hij vertrok nog Engelse les van de toenmalige pastoor van de St. Jacobusparochie in Winterswijk, J.B.J. Kaeter. De tropenkleding en de rest van de uitrusting is waarschijnlijk door de BPM betaald. Dat was in1926.


Hij zelf was toen 26 jaar en werd daar ingedeeld bij de ‘witte ploeg’. Dat waren namelijk de ploegen met ‘nieuwelingen’ die een opleiding kregen als boormeester. Dat gebeurde altijd onder leiding van de mandoer (voorman). Deze werkt met zijn Indonesische ploeg bij de boormeester. Op 3 april 1927 schrijft Paul een brief aan zus Ida vanuit de Louise Adm. Balik-Papan, Noord-Oost Borneo, waarin hij zijn verlangen uit naar zijn verloofde Mientje Peer [387] Hij mist haar erg en hoopt dat ze spoedig naar Nederlands-Indië kan komen. Omdat er op de boorlocaties nog geen woningen waren, mochten de vrouwen nog niet mee. Mientje Peer was op dat tijdstip 19 jaar. Toen er uiteindelijk woningen waren en Mientje 21 jaar geworden was, mocht ze niet ongetrouwd het land uit.


De handschoen

Daarom werd er getrouwd‘met de handschoen’. Schoonvader J.G. Kwak trad daarbij op als de ‘handschoendrager’. Het huwelijk vond plaats op 30 mei 1928. Het feestje na afloop vond plaats in hotel De Pelikaan. Het domicilie van de familie Thus in Groenlo.

Familiefoto bij het trouwen van Mientje in Groenlo


• achtersterij (vlnr): onbekend, Marie Peer, Joep Smit, Jo Peer, Gerrit Kwak [6], Fien Peer, Willem Nijenhuis

• middenrij (vlnr): onbekend, Otto Kwak [54], Herman Forrer [207], Ida Kwak [53], Marie van Ooyen, onbekend, Anton Peer, Hetty Kwak [55],  Maria Kwak [51], Hendrik Peer, Truus Smit, Theo Peer

• zittende rij (vlnr): Henrik Kwak [66], Mi-je Schurink [1153], Vader Peer?,  schoonvader Gerhard Kwak [46], Mientje Peer [387],  schoonmoeder Hedwig Möller [47], onbekend, onbekend, Willem Kwak [67]

• op de grond (vlnr): Agnes Kwak [56], Karel Kwak [59], Nelly Kwak [58], Paula Kwak [57], Heini Kwak [955]

Aankondiging huwelijk

Trouwfoto Mientje Peer 1929

S.S. Tambora.
Foto: Peter's Blog

Mientje met hutgenoten
Vlnr: mevrouw Bijl, mevrouw Vis en Mientje Kwak-Peer

Eten bij oma Kwak in hotel Germania in 1931.

Links Mientje, midden Paula of Ida, rechts van haar oma en kleine Willy en op de voorgrond Paul

Naar Indië

Nog in 1928 vertrok Mientje met SS. Tambora naar Indonesië. Samen met nog drie andere bruiden. De boot was uiterst luxe. In verschillende boeken lees je over: ‘drijvende paleizen’. De boot deed er ongeveer één maand over om Surabaja te bereiken. Aan boord waren eet- en conversatiezalen, een rook- en speelsalon. Er werden overdadige maaltijden geserveerd. Er was een passalon, een bioscoop, een zwembad en comfortabele ligstoelen op het promenadedek. Op sommige schepen was zelfs een tennisbaan. Kortom luxe te over. Op die manier was reizen zeker geen beproeving. Het enige probleem was eigenlijk dat je minstens een maand nodig had om de weg te vinden aan boord van deze luxe schepen.

Opvallend was ook dat er regelmatig alleen reizende dames aan boord waren. Dat was een gevolg van de versoepelde regels rond het huwelijk in Indonesië. Als ze alleen reisden dan waren het meestal ‘handschoentjes’, vrouwen die net als Mientje in Nederland ‘met de handschoen’ waren getrouwd. Ze waren op weg naar hun bruidegom in de tropen en dat maakte de reis dubbel zo plezierig. De indrukken moeten enorm geweest zijn. Zeker wanneer je bedenkt dat Mientje, een jonge Groenlose vrouw, waarschijnlijk nooit veel verder had gereisd dan naar Arnhem of Zutphen. Kortom het moet een enorme cultuurschok zijn geweest. De route die werd afgelegd ging via het Suezkanaal. Belangrijke tussenstops werden gehouden in Port-Saïd en het eiland Ceylon. De kinderen Kwak volgden, aldus zuster Nel thuis in Winterswijk de route van het schip. Deze werden in alle grote Nederlandse kranten vermeld.

Kerkelijk huwelijk

Bij de aankomst stond Paul klaar met een pastoor om meteen het kerkelijk huwelijk te laten volstrekken. De getuigen daarvoor werden van de straat geplukt. Dat huwelijk vond plaats op14 augustus1928 in de kerk van Onze Lieve Vrouwe Geboort te Soerabaja, door de pastoor G. J. ter Veer.

Julianastraat in Tarakan

Paul en Mientje met de buren. Namen onbekend.

Katholiek huwelijksbewijs

Daarna vloog het jonge paar, waarschijnlijk met een Catalina naar Tarakan op Borneo. Paul heeft daar zijn eerste contract van vijf jaar vol gemaakt. In deze periode werd Willy geboren. Zoals haar echtgenoot Bertus vaak zegt: ”onder de klapperboom”.

Het leven in Indonesië is totaal anders dan in het natte Nederland. Het klimaat is drukkend en benauwd en de luchtvochtigheid enorm. Paul en Mientje woonden midden in het oerwoud. Waarschijnlijk omringd door ajam alas (wilde boskippen). Onder de hoge djatibomen was het vochtig en klam. Vooral de zware zoete geur van de exotische bloemen, het gekwetter van de vogeltjes, het getsjirp van de krekels en ook de soms geheimzinnige sfeer zijn moeilijk over te brengen wanneer je er nooit bent geweest. In de regentijd was het extra moeilijk. Alles sloeg uit en beschimmelde, zelfs de schoenen die niet iedere dag gebruikt werden. En het zoemde vaak van de muskieten. Daarbij was de mentaliteit van de inlanders een gegeven dat mijlen ver afstond van de Nederlandse mentaliteit en was de familiaire gezelligheid, die ze in de Achterhoek kennen, ver te zoeken.

Eenzaam

Willy: “Mijn moeder heeft het voor mijn geboorte heel erg moeilijk gehad. Het heimwee werd haar bijna te veel. Dat was ook niet zo vreemd omdat Mientje geen enkele taal sprak. Geen Maleis en geen Engels. Dat is zeker niet eenvoudig voor een Achterhoekse, een volk dat vaak en veel leunt op familie, vrienden en noabers. Op die manier kom je natuurlijk heel geïsoleerd te zitten in  het internationale milieu van oliemensen.“


Tot maar liefst twee maal toe had Paul de brief klaar liggen om zijn ontslag aan te vragen. De zwangerschap van Willy heeft er de eerste keer voor gezorgd dat de brief niet werd verstuurd. Willy werd geboren in Tarakan op 3 augustus 1929. Mientje had nu ineens de afleiding die nodig was om haar door de ergste problemen heen te helpen. Toch kwam ook na de geboorte nog een tweede moeilijke fase maar ook daar heeft ze zich doorheen gesleept.

Mientje met Willy


Paul wandelt met Willy door Tarakan

Het huishouden

Het huishouden zelf was voor de olievrouwen eigenlijk heel gemakkelijk. De mannen waren vaak (soms langdurig) afwezig omdat ze ergens in de rimboe aan het boren waren. Zij waren dus de baas in huis. Ze woonden in huisjes op  palen om te voorkomen dat er tijgers en andere dieren makkelijk in de woning konden komen. De wanden waren gemaakt van bamboepalen en het dak bestond uit atap (palmbladeren).


Mientje had de beschikking over vier personeelsleden. Allereerst een echtpaar: Djongos en Kokkie. Djongos was de man die er was voor de (zwaardere) huishoudelijke klussen en Kokkie was de vrouw die de scepter zwaaide over de keuken. Het echtpaar verdiende per maand 26 roepia. Omdat ze van een dubbeltje per dag rond konden komen waren ze zelfs nog in staat om te sparen. Geld dat ze vaak uitgaven wanneer één keer per maand de Chinees langs kwam met mooie stoffen en/of sieraden. Verder was er een Baboe. Deze vrouw was er voor de was en voor de kinderen. Willy beschrijft haar als een waakse hond die zelfs voor het bed van de kleine ging liggen om haar te bewaken.

Ook de Oosterse toegeeflijkheid maakte het voor kinderen een feest om door de baboe verzorgd te worden. Het ontbrak ze aan niets. Verder was er een kebon (tuinman). Bij de indiensttreding liet de vrouw des huizes het nieuwe personeel alles zien wat er was (bijvoorbeeld zes lepels, zes messen en zes vorken,) en stelde ze persoonlijk aansprakelijk voor deze aantallen. Op die manier werd diefstal zoveel mogelijk voorkomen. Willy:

“Ons leven was uitermate luxe en bood ongelooflijk veel vrijheid. Er werd nauwelijks of niets gegeten uit de Indonesische keuken. Pas na terugkeer in Nederland in 1946 maakte ik kennis met de Indische keuken. Vrijwel alles wat nodig was werd door de BPM aangevoerd. Zelfs aardappels. In principe werden zelfs alle specifiek ‘Hollandse’ spullen die in Indonesië niet te koop waren aangevoerd.”

Verlof

Na het eerste contract bij de BPM, dat geheel doorgebracht werd op het kleine eilandje Tarakan ging het jonge gezin in 1931 naar Nederland.


Dat gebeurde per schip via het Suezkanaal. Dereisduurdeooknuongeveereen maand. Het schip kende verschillende klassen. Het gezin van Paul reisde tweede klas. Verschillende restaurants en een sportdek waren voorhanden. Vooral voor Willy moet het een enorme ervaring zijn geweest. Ze hadden ongeveer 9 maanden verlof in Nederland en vertrokken daarna opnieuw naar Indonesië voor een tweede contract van nu ruim vier jaar dat vier jaar zou duren.


Het tweede contract

Het tweede contract, van 1931 tot 1936, wordt volgemaakt op Zuidoost Borneo in de administratie Balik Papan. Het dorpje waar ze eerst wonen heette Louise. Van daaruit verhuizen ze naar Sanga Sanga Dalem. Daar worden Paul en Theo geboren. Paul wordt geboren op: 16 oktober 1933 en Theo op 13 augustus1936. 


“Voor kinderen was het leven voor de oorlog geweldig,” vertelt Willy. “ Altijd mooi weer, veel zwemmen en veel vrijheid. Er waren allerlei dieren om mee te spelen. We hadden twee papagaaien, 2 honden, poezen en een aap. Ik zelf verzamelde tjitjak eitjes in een lucifersdoosje. Een tjitjak is een kleine huisgekko (hagedissensoort) en Paul had een aap. Mijn moeder zei altijd dat hij er mee speelde of het een jonge kat is.“

Theo en Paul met hun aap

Mientje met het 'blanke'kind



Tekst achterop de foto van het 'blanke' kind

Paul en Theo

Er is een interessante foto in de nalatenschap van Mientje. Daarop zie je een tweetal kinderen. Het inlandse kind heeft het gezicht helemaal wit gemaakt met een vingerdikke laag wit poeder. Ze mocht namelijk op de foto en blanke kinderen waren nu eenmaal mooier.


Het schoolbezoek was meestal van half acht in de morgen tot ongeveer één uur ’s middags. Dan werd het te heet en was naar school gaan bijna niet mogelijk. In eerste instantie zaten ze op het kleine dorpsschooltje. Er was daar echter maar één onderwijzer voor liefst zeven verschillende klassen. Dus het onderwijsniveau was daar, volgens Paul, veel te laag zodat de kinderen al op jeugdige leeftijd naar de kostschool gingen.


Het derde contract

De kostschool kwam binnen handbereik tijdens het derde contract dat na 1936 van start ging op Noordoost Sumatra. Het gezin woonde toen in de dorpjes Rantautamiang en Pankalan Soesoeh van de administratie Pankalan Brandan. Willy en Paul gingen op kostschool naar Medan op circa 150 km afstand. Ze kwamen op een jongens- en meisjesinternaat bij de nonnen. (De zusters Franciscanessen te Rozendaal). Willy was toen ongeveer 8,5 jaar en Paul ging al op 6-jarige leeftijd. Ze werden dus al heel jong ‘uit huis geplaatst’ met ernstig heimwee tot gevolg. De kostschool werd, volgens Willy, grotendeels, bekostigd door de BPM. Naar huis gaan was er niet bij. De afstand was veel te groot en openbaar vervoer bestond niet. Een keer per trimester kwam moeder op bezoek met een auto van de BPM.
Wellicht door de moeilijkheden in de wereld laat Paul, uit voorzorg, zijn testament opmaken. Dat gebeurt op 20 september 1939 in Medan. Daarin verklaart hij dat echtgenote Mientje zijn enige erfgenaam zal zijn.

Links: paspoort Paul
Rechts: Gezinspas Mientje

Begin 1940 zou het gezin Kwak weer met verlof naar Nederland gaan. Dat verlof werd echter uitgesteld om Willy de gelegenheid te geven haar school af te ronden. Nadat de school was afgemaakt gaat het gezin nog een keer samen op vakantie. Ze logeren in het BPM-hotel in Brastagi. Het werd hun laatste gezamenlijke vakantie.


De laatste gezamelijke vakantie

in Brastagi in juli 1939

Het was de bedoeling dat Willy na hun verlof in Nederland zou achterblijven.Volgens zeggen:“omdat ze geen tropenmeisje was”. Ze kon niet zo goed tegen de daar heersende omstandigheden. Dit uitstel heeft vergaande gevolgen gehad voor het hele gezin. Toen namelijk bekend werd dat op 10 mei 1940 de oorlog in Holland was begonnen was er geen mogelijkheid meer om daarheen af te reizen. Daarbij kwam nog dat de Duitsers ineens vijanden waren geworden. Dat gegeven zal ook in Indonesië diepe sporen hebben nagelaten, temeer daar Paul en met hem een gedeelte van de broers en zusters in Duitsland waren geboren en er nog steeds veel familie woonde.

Rode Kruis brief van Otto van 2 juli 1941

Wel laat Paul, op 26 mei 1941, via een Rode Kruis brief aan broer Otto weten dat alles nog goed is. Gezien de data van de verschillende poststempels is de brief maanden onderweg. De brief komt bij Otto aan op 3 juli 1941 en het antwoord van Otto is pas op 10 september 1941 weerbij Paul terug. Hij weet dan dat alles in Nederland goed is en dat Freddie, de jongste zoon van Otto, intussen geboren is, maar dat de zaak van Otto slecht draait.



Kort daarna brak ook in Indonesië de oorlog uit en was het nergens meer veilig. Met name na de aanslag van de Japanners op Pearl Harbor op 7 december 1941 vernaderden de omstandigheden totaal.


Klik op onderstaande groene balk en lees meer over het leven van Paul en Mientje in de oorlog. 

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved