Paula Kwak - 57

Gezinsblad van Paula Kwak & Henk Bolder

Henk  Bolder & Paula Kwak

Aantekening in trouwboekje

Paula ca 1929



Paula draagt een witte schort op de klassefoto van de St. Jozefschool in 1925

Ruepert aan de Wooldstraat in Winterswijk ca. 1928


Hendrikus Bern.Joh. (Henk) Bolder [253], zn. van Johannes Bolder [377] en Hendrika Smits [378],

geb. te Arnhem op 26 jan 1912, ged. RK te Arnhem,

Smid,

ovl. (35 jaar oud) te Arnhem op 3 jul 1947, begr. te Arnhem op 7 jul 1947 RK Kerhof Moscowa.

♥ tr. (resp. 27 en 25 jaar oud) [58] te Arnhem op 14 jun 1939, kerk.huw. (RK)

met Hermina Alaysa Paulina (Paula) Kwak [57], dr. van Johannes Gerhard (Gerhard) Kwak [46] (Reiziger, Hotelhouder) en Dora Frida Hedwig (Hedwig) Möller [47] (Huisnaaister, Costumiere),

geb. te Winterswijk op 7 dec 1913, ged. RK te Winterswijk.

ovl. ( 92 jaar oud) te Arnhem op 5 okt 2006, gecr. te Arnhem op 9 okt 2006.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 

  1. Paulina Ger. Fred. (Paulien) [254],
    geb. te Arnhem op 7 mei 1940,  ged. RK te Arnhem,
    Serveerster,
    ♥ tr. (resp. 21 en 24 jaar oud) [61] op 10 mei 1961
    met Michiel Teunissen [260], zn. van M Teunissen [1338]en C. Vermaeten [1339],
    geb. te Arnhem op 7 jun 1936,
    Kraanmachinist.
    Uit dit huwelijk 3 kinderen.

  2. Johannes Hendrikus (Jan) [255],
    geb. te Arnhem op 20 jun 1941,  ged. RK te Arnhem,
    Rijwielhandelaar, Nachtwaker,
    ♥ tr. (resp. 28 en 22 jaar oud) [59] te Arnhem op 29 dec 1969
    met Ida Janna van de Linden [258], dr. van Hendrik J. van de Linden [1340] en Georgette Vercauter [1341],
    geb. te Arnhem op 25 jan 1947.
    Uit dit huwelijk 2 zonen.

  3. Wilhelmus Joseph Otto (Willy) [256],
    geb. te Arnhem op 6 mrt 1943,  ged. RK te Arnhem,
    Bouwkundige,
    ♥ tr. (28 jaar oud) [99] te Arnhem op 3 aug 1971
    met Nn Nn [376].
    Uit dit huwelijk 2 kinderen.

  4. Marianne Geziena [257],
    geb. te Arnhem op 10 jan 1945,  ged. RK te Arnhem,
    Komputer deskundige,
    relatie [60]
    met Robert Greaves [259], zn. van Harry Gilbert Greaves [1342]en Doreen Greaves-nn [1343],
    geb. te Kaapstad [R.S.A.] op 30 sep 1945,
    RK,
    Foto lithograaf.
    Uit deze relatie 3 kinderen.

 

“Ze wist van niets iets te maken”,
Vertelt Paulien Teunissen [254], de oudste dochter van Henk Bolder [253] en Paula Kwak [57]. Ze praat met respect over haar moeder wanneer ze over haar jeugd vertelt. Ze hadden het thuis niet breed maar waren gelukkig en haar moeder was een ware meester in zuinig leven zonder dat het ten koste ging van de gezelligheid. Het verhaal van Paulien is aangevuld met de herinneringen van haar tante Nel Benink en zo ontstaat het verhaal van de Bolders uit Arnhem.

Hermina Alaysa Paulina (Paula) was het negende kind van het gezin Kwak en werd geboren op 7 december 1913 in Winterswijk. Nel:

“Ze werd ruim een jaar later geboren dan haar zuster Agnes. Dat was eigenlijk een beetje te snel. Agnes was namelijk een zwakke baby en had veel zorg nodig, Vooral ook als kleuter. Paula kreeg daardoor niet de aandacht die een peuter vaak nodig heeft en dat heeft uiteindelijk haar karakter beïnvloed. Zij was vrijgevochten, heel beweeglijk en vond al snel haar eigen weg”.

Toen Paula naar school ging was zij uniek in het bedenken van spelletjes. Lenig als zij was zat ze graag boven in de bomen en ook op de rekstok vertoonde ze haar kunsten. Ze viel eens uit de pruimenboom met de kin op de wip. De flinke wond moest in ’t ziekenhuis gehecht worden. Ze kreeg een groot wit verband om haar hoofd. Toen de wond eenmaal genezen was, wilde ze toch haar verband om houden. Want de aandacht die ze daardoor kreeg vond ze best wel mooi.

Op de lagere school bleef Paula een keer blijven zitten. Niet vreemd wanneer je kijkt naar de manier waarop ze in het leven stond. Ze haalde veel liever kattenkwaad uit. Het aantal grappen en streken die Paula uithaalde is bijna teveel om op te noemen. Als er een geintje was dan zat ze altijd met de neus vooraan. Vaak werden haar broertjes en zusjes daarbij betrokken. De streken waren niet altijd tot genoegen van haar ouders, want ze haalde veel kattenkwaad uit. Zo nam ze broer Otto eens te pakken door de appels die hij had geplukt en in de schuur bewaarde om ze te verkopen, allemaal aan te bijten. Zo nam ze wraak op haar oudere broer met wie ze niet echt door één deur kon. Wanneer ze weer wat uitgehaald had, zette haar vader haar op een stoel met de rug naar de mededader die ook op een stoel werd gezet. Met de ruggen strak naar elkaar. Zo moesten ze een uur blijven zitten. En wee je gebeente wanneer je bewoog. Zo’n straf was niet altijd mals.


Toch was ze op haar manier ook een echt kind. Ze was heel bang voor Sinterklaas, want door alle ondeugd die ze uithaalde was ze voortdurend bang dat ze in de zak moest. Wanneer ze dus vroeger buiten naar de wc moest, die wc lag toen nog achter de keuken buiten,  dan moest haar jongere zus Nel altijd mee. Alleen durfde ze niet.


Uitwerken
Na de schooltijd, toen ze 13 jaar was, werkte Paula eerst thuis. Ze was heel handig, ook in de bediening. Ze was één van de weinigen die als kind al koffie naar het café kon brengen zonder te knoeien. Naast dat werk deed ze in die tijd veel boodschappen voor mensen in de buurt.


Op haar 15e ging ze bij Ruepert werken. Een porseleinwinkel annex speelgoed- en huishoudzaak. Dat ging prima. De familie Ruepert was erg tevreden. Paula vond verkopen leuk en werkte graag in de winkel. Mevrouw Ruepert was veel ziek en Paula stond dan alleen in de winkel. Op 18-jarige leeftijd vertrok ze naar Arnhem om in de huishouding te werken. Toen haar moeder echter ziek werd en zij naar huis wilde voor een paar dagen, kreeg ze geen vrij. Ze pakte haar koffer, nam ontslag en ging naar huis. Typisch Paula: impulsief en kordaat. Nadat haar moeder weer was opgeknapt nam ze een baan aan bij Smits, een groentezaak in Arnhem. Ze ging daar intern.

De vriendin van Paula, Tini Kopjansen, een Indisch meisje, woonde en werkte op de Zijpendaalse weg, dicht bij haar in de buurt, bij een tandarts. Samen gingen ze vaak de stad in. Zo ontmoette ze Gerard Knoop en zijn vrienden. Gerard vroeg Paula voor een wandeling en een afspraakje en ze kregen een beetje verkering. Toen haar zus Hetty op een keer vrij was ging ze mee uit. Omdat Paula het dichtst bij het centrum woonde werd zij het eerst naar huis gebracht. Daarna volgde Hetty. Zo ontstond er een romance tussen Hetty en Gerard Knoop, die er om bekend stond graag meisjes te versieren en later zelfs met haar trouwde.

Paula bleef daar niet lang om treuren en toen ze eens met haar vriendin Tini naar de kermis in Huissen bij Arnhem ging, ontmoette ze daar haar latere man Henk. Die maakte indruk op haar door zijn kordate manier van handelen. Want toen Paula naar huis wilde bleek de fietsband leeg en het ventiel gestolen. Op dat moment kwamen Henk Bolder en zijn vrienden voorbij. Henk draaide bij een andere fiets het ventiel er uit en pompte de band weer op. Paula kon zo naar huis maar maakte eerst een afspraakje met Henk. Nel: “Paula en Henk waren een ideaal stel. Vrolijk, gezellig, open en eerlijk.”

Paula trouwt
Na enkele jaren verkering volgde er een dubbele bruiloft. Hetty en Paula trouwden namelijk tegelijk. Paulien:

“ Ik geloof niet dat mijn vader en Gerard zulke dikke vrienden waren. Dat heb ik nooit van mijn moeder meegekregen. Mijn moeder en vader hielden Gerard vaak voor de gek en die trapte daar altijd in. Ook mijn moeder en haar zuster Hetty liepen niet met elkaar weg. In beide gevallen was het meer een haat/liefde verhouding. Beiden wilden ze altijd de baas spelen en dat botste nogal eens. Desondanks konden ze absoluut niet zonder elkaar. Volgens mij was het tegelijk trouwen hoofdzakelijk een financiële kwestie.”


Beide stellen trouwden op 14 juni 1939 voor de wet in Arnhem en Velp waar ze woonden maar gaven daar geen feest. Een paar dagen later gingen ze, per trein, met alle vrienden en familie naar Winterwijk waar ze voor de kerk trouwden. Henk at tijdens een broodmaaltijd bij de pastoor alle vleeswaren op onder het motto: “Het trouwen is hier al duur genoeg.” Het bruiloftsfeest vond plaats bij Herman en Ida Forrer die kort daarvoor het hotel Germania van vader Kwak hadden overgenomen. Na de trouwerij betrok het jonge paar hun souterrainwoning aandeAmsterdamse weg nr.164 in Arnhem, dicht bij de smederij van Vader Bolder, waar Henk werkte.

Verloofd met Henk Bolder

Paulien en Jan

Henk op zijn ziekbed

Uitsnede uit brief van schoonvader Gerrit Kwak 

Krantenbericht

Rossum Arnhem

Vlnr. Willy, Paula, Marianne, Jan en op de voorgrond Paulien

Kwakmeidendag 2005

Overlijdenskaart

Trouwfoto 14 juni 1939

Trouwkaart

Oorlogskinderen

Na krap een jaar werd op de 7e mei 1940 Paulien geboren. Zus Nel verteld:

“Mijn vader reisde spoorslags van Winterswijk naar Arnhem om de jonge ouders geluk te wensen en zich op de hoogte te stellen van de situatie ter plaatse. De oorlog was intussen begonnen en hij kon daardoor niet meer met de trein naar huis. Daarom kocht hij ter plaatse een tweedehandsefietsenfietstenaar Winterswijk terug. Moe en opgewonden kwam hij thuis vol verhalen over het jonge stel en de oorlogsperikelen die hij onderweg had gezien”.


Jan werd geboren op 20 juni 1941 gevolgd door Willy op 6 maart 1943. Het gezin leefde in betrekkelijke rust en er was voor Henk voldoende werk aan de winkel in de smederij van zijn vader. Naast de smederij had zijn vader ook een winkel waar ze potten en pannen verkochten. Het was de bedoeling dat Henk de zaak uiteindelijk zou overnemen. Om dat te kunnen bekostigen werd een deel van zijn loon ingehouden. Op die manier bouwde hij zijn aandeel in de zaak op.


Market Garden

De rust duurde niet echt lang want in september 1944 moest Arnhem evacueren vanwege de operatie ‘Market Garden’. De bombardementen namen in hevigheid toe en het was niet verantwoord om nog langer te blijven. Vooral niet omdat Paula weer zwanger was. De bezittingen werden op een platte wagen geladen en het gezin vluchtte naar Hetty en Gerard Knoop aan de Sofiastraat 51 in Velp, want ze dachten dat ze daar wel terecht konden. De sigarenwinkel was ruim genoeg. Ze verbleven er enkele weken totdat ook dat huis gebombardeerd werd. Gelukkig overleefdenzedat.
Paula, Henk en de kinderen werden geëvacueerd via Eerbeek naar Apeldoorn. Daar aangekomen mochten ze in een huis wonen dat verlaten was door een Duits echtpaar dat naar de Heimat was gevlucht. In zoverre een bof want ze hadden hun meubels achtergelaten. Maar het huis was smerig en zat vol luizen. Paula kreeg hier, op 10 januari 1945, haar vierde kind Marianne. Het was een spannende bevalling die nogal onverwacht op gang kwam. Paula werd, hals overkop, achterop een fiets met houten banden naar het ziekenhuis gebracht. Het schokte zo hard dat Marianne bij het ziekenhuis nog net op tijd opgevangen kon worden.


Na de oorlog

Puinhoop in Arnhem na de oorlog


In 1945 was de oorlog voorbij en de familie keerde terug naar Arnhem. Hun huis stond er gelukkig nog maar het was helemaal leeg geroofd en er heerste een onbeschrijfelijke rotzooi. Paula schreef Nel een brief en vroeg haar om te komen helpen om de puinhoop op te ruimen. Ook Ida kwam helpen om het huis weer bewoonbaar te maken. Er zat geen glas meer in de ramen en de vloeren lagen vol scherven. Er was niet veel meer van de inboedel over. Met teil en schoppen gingen ze aan het werk en stortten de volle teilen rotzooi en puin leeg aan de overkant van de weg. Intussen gingen Paula en Henk op zoek naar hun meubels. Alleen hun slaapkamermeubels vonden ze terug in een loods aan de Westervoortse dijk.  Het huis bestond beneden uit drie kamers en suite en toen de tussenkamer schoon was, sliepen ze daar met z’n allen op de grond. Gelukkig hadden Paula en Henk het één en ander uit Apeldoorn meegenomen maar het bleef behelpen. Henk had de ramen met oude planken dicht getimmerd. In het midden zette hij een stuk glas uit een schilderij. Op die manier was er tenminste nog een beetje licht. ’s Avonds hadden ze licht van een carbidlamp. Zo werkten ze allemaal dagen achtereen om er weer een bruikbaar huis van te maken. Maar het was zeker geen luxe.


Het ongeluk

Tegelijkertijd ging Henk weer aan het werk in de zaak van zijn vader. Kort na de oorlog was er volop werk want Arnhem lag in puin. Opa Bolder nam verschillende grote projecten aan, waaronder de nieuwe overkapping die boven het station gemaakt moest worden. Het project nam zoveel tijd en energie in beslag dat een aantal zaken, die tegenwoordig heel normaal zijn, nog niet geregeld waren. Zo waren bijvoorbeeld de verzekeringen van zoon Henk nog niet helemaal op orde. Het was na de oorlog nog een rommeltje op dat gebied. Normaal gesproken, wanneer iedereen gezond blijft, hoeft dat niet echt een probleem te zijn. Maar in het geval van Henk sloeg het noodlot toe. Met drie medewerkers ging hij de stationsoverkapping op. Eerst waren er touwen gespannen voor de veiligheid en om het oude dak te steunen maar een van de mannen liet het touw schieten en Henk stortte ruim 12 meter naar beneden. Hij viel met zijn rug op de rails. De twee andere knechten vielen ook, zijwarenzwaargewond.Henkhadeengebrokenruggewervel en was aan beidebenen verlamd.Paula vertrok halsoverkopnaarhet ziekenhuis en zus Nel die bij Hetty in Velp was ging snel naar Arnhem om voor de vier kinderen te zorgen. Het gezin was compleet ontredderd.


Na drie maanden liep de verzekering af, die dekte per ziektegeval maar een periode van 3 maanden, en moest Henk naar huis. Zijn bed stond in de voorkamer. Twee keer per dag kwamen twee nonnen uit het Elisabeth Gasthuis Henk verzorgen. Met zijn gebroken rug en verlamde benen was hij helemaal afhankelijk van hun hulp. Dat was voor Paula niet eenvoudig, want ze had regelmatig last van haar rug. Als het weer eens te erg was, gebruikte ze zelfs het korset van Nel want die had dezelfde maat. Zo ging dat in 1945. Na zes weken kon Henk weer naar het ziekenhuis. Voor een nieuwe periode van drie maanden, want alleen op deze manier waren de kosten van de ziekenhuisopname gedekt. In eerste instantie is er nog hoop opgenezing, zo blijkt uit een brief van vader Gerhard Kwak, die hij schrijft aan zijn schoondochter Mientje in Indië, maar al spoedig blijkt dat het in ieder geval een langdurige geschiedenis zal worden. Van een overname van de smederij en de winkel was geen sprake meer. Die werd door opa gewoon doorgezet.


Henk overlijdt

Met Henk bleef het een ramp. Hij deed zijn uiterste best om een beetje vrolijk te blijven maar het was niet gemakkelijk. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit. ’s Avonds kwamen nog steeds de twee nonnen en tussendoor kwam Sientje, de zus van Henk, een maatschappelijke werkster, ook vaak helpen. Rust en privacy was er nauwelijks. Nel:


“Ik herinner me nog heel goed een verjaardag van Henk in het ziekenhuis. Die was heel leuk. Paula vroeg of ik ’s morgens gebak naar Henk wilde brengen. Dan ging zij ’s middags met de kinderen. Ik werd ter plaatse gefeliciteerd als vrouw van Henk. Dat veroorzaakte algemeen gelach. Henk vond het prachtig. Henk was een gemakkelijke en prettige patiënt. Maar als hij lachte of grapjes maakte zag je aan zijn ogen dat hij het moeilijk had.”


Na twee jaar toen Henk net uit het ziekenhuis was kreeg hij problemen met zijn nieren en overleed thuis op 3 juli 1947.

Overlijdensadvertentie en bidprentje

Geldzorgen

Paula probeerde haar leven weer op te pakken. Ze ging ’savonds bij Rosorum in de verpleging werken. Dat was een verpleeghuis voor rijke dames en ze deed daar de avond- en nachtdienst en ze trad ook op als gezelschapsdame. Wanneer ze werkte paste Nel meestal op de kinderen. Paula verdiende niet genoeg met dit baantje, maar ze kreeg wekelijks ook nog een kleine uitkering via sociale zaken en de kerk. De laatste bijdrage kwam via de kerkelijke St. Vincentius vereniging. De leden daarvan hielden zich bezig met hulp en ondersteuning van arme en behoeftige parochianen. De kapelaan kwam dat geld iedere week brengen. Ook een deel van de meubels kwamen van de ‘hark’ (liefdadigheid) zoals Paulien dat noemt. Vaak werden de boodschappen die gehaald werden opgeschreven totdat er weer geld was om te betalen. Schoenen en dergelijke werden vaak op de pof gekocht. Paulien:


“Ondanks de geldzorgen hadden we nooit het gevoel dat we te kort kwamen. Er was altijd voldoende te eten en eigenlijk ontbrak het ons aan niets. Mama was een ware meester in zuinigheid, zonder ‘knieperig’ te zijn en bleek vaak nog in staat om een klein beetje te sparen. Mijn moeder kon van niets altijd nog iets maken.”


Ondanks het feit dat het in het gezin zeker geen vetpot was, waren ze redelijk gelukkig. Paulien als oudste had het echter niet gemakkelijk. Ze moest al vroeg meehelpen in het gezin. Ze kwam weinig buiten de deur en als ze al ging logeren, dan was dat bij tante Willy Jansen in Zeist. Deze vakanties waren voor haar het einde. Buiten Zeist is Paulien heeft maar één keer in Winterswijk gelogeerd. Het was de bedoeling dat die vakantie zes weken zou duren, want door het overlijden van haar vader was ze namelijk helemaal over haar toeren. Ze slaapwandelde en had voortdurend nachtmerries. Deze vakantie werd helaas na een paar dagen al afgebroken omdat ome Karel, waar ze verbleef, roodvonk kreeg.


Jan logeerde af en toe een paar weken bij zijn tante Door, een zus van opa Bolder in Amersfoort. Maar als hij dan weer thuis was stond hij vaak bij de voordeur te kijken of devrachtauto van Opa Bolder weer kwam die hem naar Amersfoort zou brengen. Hij wilde altijd graag naar tante Door want daar kreeg hij meer aandacht. Willy en Marianne bleven bij Mama thuis. Paula nam ze iedere ‘grote vakantie’ mee naar zee. Ze logeerden dan bij haar zuster Ida in St. Pancras en later in Egmond aan Zee.


Paula verbleef vaak in de soos van het buurthuis. Ze zocht daar gezelligheid. Ook stond ze daar regelmatig achter een kraam tijdens de rommelmarkt. Daarnaast ging ze vaak bezoekjes afleggen bij eenzame ouderen. Maar ook thuis was altijd wel wat te beleven vooral met de spelletjes die ze regelmatig speelden. Daarbij was Paula gek op vals spelen en het onder tafel doorgeven van troefkaarten in haar pantoffel was eerder regel dan uitzondering. Ook het smokkelen met ‘mens erger je niet’ was heel gewoon. Toch deed iedereen graag mee.

Het huis uit

Toen de kinderen hun schoolopleiding hadden afgerond gingen ze ieder hun eigen kant op. Paulien ging na de huishoudschool werken als serveerster in de Bouriciusstraat 17 bij hotel Verloop. Enkele jaren later leerde ze haar man Michiel Teunissen [260] kennen en trouwden ze op 10 mei 1961. Chiel werkte in eerste instantie bij een weverij maar werd later vrachtwagenchauffeur. Dat bleef hij zijn hele werkzame leven. Het stel werd gezegend met drie kinderen.


Jan ging werken op het kantoor van de Kamer van Koophandel. Het kantoorwerk beviel hem niet zo. Dus ging hij in de leer bij een rijwielzaak om later een eigen zaak te openen. Jan vond zijn Ida van de Linden en trouwde in Arnhem op 29 december 1969. Ze kregen twee kinderen.


Willy volgde een opleiding voor bouwkundig tekenaar. Hij moest op 18-jarige leeftijd naar de militaire keuring en hoorde daar dat hij was afgekeurd vanwege te hoge bloeddruk. Hij werkte daarna als bouwkundig tekenaar. Willy trouwde met Nelly van den Eyssel. Twee kinderen kwamen in dit gezin ter wereld.


Jongste dochter Marianne werkte bij kledingzaak Vos in Arnhem op het kantoor. Op vakantie in Afrika waar ze eens tante Hetty bezocht, leerde ze haar man Robert Greaves kennen. Hij was een vriend van Gerard en Louis Knoop en samen met haar Robert vertrok ze naar Rhodesië om daar te gaan werken en te trouwen. Drie kinderen zagen het levenslicht.  Toen daar opstanden uitbraken moesten ze helaas alles achterlaten en gingen ze, volledig berooid, terug naar Nederland. Lang bleven ze daar niet. Afrika trok en ze verhuisden naar Johannesburg in Zuid Afrika. Toen Marianne in Afrika woonde, betaalde ze op een keer de reis van haar moeder die vervolgens een maand bij haar bleef. Ze gingen toen ook nog naar Kaapstad om haar zus Hetty te bezoeken. Het huwelijk van Marianne hield helaas geen stand en de scheiding werd uitgesproken. Marianne overleed op 57 jarige leeftijd aan een hersenbloeding en niet lang daarna verhuisde haarman naar Duitsland.


In de loop van de jaren kreeg Paula steeds vaker last van haar heupen. Ze kreeg maar liefst drie keer een nieuwe heup en onderging daarbij ook nog een knieoperatie. Tijdens haar verblijf in de verschillende ziekenhuizen zorgde ze steeds voor gezelligheid op zaal. Ze was niet stuk te krijgen. Grappen uithalen was ze zeker niet verleerd en vooral het samen zingen lag haar wel. Zusters zetten eens een patiënt van een andere zaal in een rolstoel aan haar voeteneinde. Die moest wat opgevrolijkt worden. Haar lukte dat wel. Ze hield altijd de moed er in.


Op latere leeftijd verliet ze haar woning aan de Amsterdamseweg en betrok ze een nieuwe bejaardenwoning aan de Veluwestraat. Ze had alleen haar AOW-tje maar ondanks het gebrek aan geld was er altijd weer voldoende voor iedereen. Ook haar likeurtje, een amaretto voor het eten, liet ze nooit staan.


Haar laatste dagen bracht ze door in de ‘Drie Gasthuizen’ in Arnhem, een verzorgingshuis aan de Rosendaalseweg 485. De laatste jaren werd haar geheugen helaas wat minder helder, maar ze bleef ondernemend. Eén van haar laatste genoegens in familieverband was de ‘kwakmeidendag’ die ze bijwoonde. Daar kon ze nog eens lekker bijkletsen met verschillende familieleden. Deze dag werd in 2005 georganiseerd door Thea Boelen-Kwak in haar ouders huis aan de Willinkstraat in Winterswijk.


Vlnr. Hetty, Paula, Nel en Agnes


Herinneringen

Nel heeft aan haar goedlachse zus de beste herinneringen:

“Ze was een goede moeder, een gezellige zus en prettig voor haar vriendinnen en die had ze altijd volop. Ik heb veel van haar geleerd en denk met dankbaarheid aan haar, dat ik haar als zus mocht meemaken en nog mijn herinneringen aan haar kon opschrijven.”


Een paar dagen voor het overlijden gingen Nel Benink-Kwak en haar dochter Diana naar Paula om afscheid te nemen. Paula was uit bed en er werd verwacht dat ze snel zou overlijden. De donderdag na dat bezoek kwam kapster Silvia bij Nel in rusthuis Dennerust in Wageningen. Ze zat aan haar tafel voor het raam en genoot van het uitzicht op de bomen. Naast de rij dennenbomen stond een hoge boom met mooie groene bladeren waaraan de herfst al zichtbaar was. Ze zei tegen haar kapster: “AlsmijnzusPaulasterftdangebeurtdatnuindetopvandeboom.”


Daar was een tak met bladeren, roodbruin alsof ze brandden. De bladeren dwarrelden door de lucht. Even later ging de telefoon. Jan Bolder belde om te vertellen dat zijn moeder die dag om ongeveer negen uur was overleden.
Paula overleed op 5 oktober 2006 op de leeftijd van 92 jaar. Ze werd gecremeerd in het bijzijn van familie en hun vrienden. De eenvoudige maar sfeervolle begrafenisplechtigheid paste helemaal bij haar. Geen fratsen en geen luxe. Doe maar gewoon. Paulien zegt over haar:


“Mijn moeder was geen gemakkelijke moeder. Ze was soms hard en erg recht door zee. Daar kon zeker niet iedereen tegen. Vooral onze huisbaas had het daar wel eens moeilijk mee als hij weer eens weigerde om iets aan het huis te repareren. Wat ze zei was ook niet altijd waar. Een vorm van zelfbescherming denk ik. Leugentjes om bestwil? Toch denk ik aan haar terug als een vrouw die ons op haar heel eigen manier goed in de wereld heeft gezet. Met vier kleine kinderen, zonder man en dat na de oorlog. Ik weet niet of ik haar dat  na had gedaan.”

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved