Weurden 32

Slagerij Kwak op Weurden 32

De tegenwaarde van f.17.500  en f.8.000.- in 2018 bedraagt respectievelijk circa €121.500.- en €55.500.- 

North State cigaretten

officiële opening door Robert. Vlnr. Huub, Leo, Robert, Dorien Gerrit en Gerda. Van Gerhard zie je alleen de schoen en achter Dorien

Het interieur van de nieuwe slagerij

Kids Kwak anno 1957 vlnr.

Boven: Gerhard, Dorien, Huub

Onder: Robert, Leo, Fons

 

Weurden 2019

St. Elisabeth ziekenhuis Winterswijk

Na jaren gewerkt te hebben op Weurden 38a besloten Gerrit en Gerda Kwak een nieuwe slagerij te bouwen. Vooral op aanraden van Bernard Elschot de vader van Gerda. Deze aannemer gaf steeds aan dat het belangrijk was bezit op te bouwen. Vooral voor later. Na enkele jaren nadenken en rondkijken gaven ze het startschot.

 

De nieuwe slagerij moest komen op Weurden 32. Daar stond een statig herenhuis te koop.Het pand lag wat hoger dan het straatniveau. Via een paar trapjes kon je naar binnen. Het pand lag destijds naast de woning van het hoofd van de lagere St. Jozefschool, meester S.P. Commandeur. SP stond bij ons voor: Simon Pierrot. Het was zijn scheldnaam. Pierrot staat voor wormgaten in een appel of peer. Hoe de beste man eraan gekomen was is niet bekend. Aan de andere kant woonde de boekhouder van het modemagazijn Lückman: Bernard Rots met zijn echtgenote Betsie.

 

Gerrit kocht in 1957 het pand voor een bedrag van f 17.500. Voor die tijd een gigantisch bedrag. Zeker wanneer je bedenkt dat het aangaan van schulden nog niet echt gemeengoed was. Maar eerst moest er gewerkt worden.

Tekeningen werden gemaakt, de Hinderwetvergunningen werden aangevraagd en de verbouwing van het herenhuis door aannemer Elschot uit Bredevoort ging van start. Totaal kostte de bouw ongeveer f 8.000,00. Het werd een hypermoderne slagerij die toen zijn tijd ver vooruit was.

 

De kinderen hielpen allemaal mee met de verhuizing. Het gesjouw van de kinderen was één van de acties die Gerrit en Gerda namen om geld te besparen. In die tijd was zuinig zijn troef. Gerrit rookte altijd North State sigaretten. Tot maanden na de opening sneed hij ze nog doormidden en rookte alleen halve sigaretten. Dat was voordeliger en zo voorkwam hij dat ze tijdens het werk ongerookt opbrandden op de rand van de nieuwe werkbank. Na heel veel voorbereidingen en veel te lange werkweken werd op 10 december 1957 de slagerij door de kinderen geopend.

 

De nieuwe slagerij

De ingang van de winkel was op straatniveau gebracht zodat de klanten eenvoudig naar binnen konden. In de winkel stond de allereerste gekoelde ‘kijk-wijs-toonbank’ van Winterswijk. Een kijkwijstoonbank was de voorloper van de tegenwoordige moderne toonbanken waarin de producten worden gepresenteerd en je naar ze kunt kijken om vervolgens aan te wijzen wat je hebben wilt. Dat was toen nog heel ongewoon. Vlees hoorde in de gesloten koelkasten werdpasafgesnedenop verzoek vande klant.Het hoogteverschil tussen de winkel en de achterliggende werkplaats werd ingenieus opgelost via een doorgeefkoelkast. De deur van de koelkast in de winkel was op de normale hoogte maar de deur in de achterliggende worstmakerij was op halve hoogte. Op die manier kon je toch producten doorgeven. Je bereikte de worstmakerij van uit de winkel via een trapje.

 

Achter de winkel was een kleine keuken waar een groot kolenfornuis domineerde. Daar werd op maandagochtend het wasgoed gekookt en stonden in de wintertijd de klompen van Gerrit achter de ovenklep op te warmen. Niet zelden verbrandden ze omdat hij ze gewoon vergat. In de winter stond daar ook de ketel met balkenbrij te pruttelen. Een taaie brij die we als kinderen vaak met z’n tweeën moesten doorroeren, alleen was te zwaar. Je draaide tot het meel plofte en de brij dus gaar was.

 

Achter de keuken beneden was een soort schuurtje met een rokerij voor de vleeswaren. De rokerij heeft een keer in de fik gestaan vanwege de aangekoekte teerresten aan de muren en kon ternauwernood geblust worden. Er was ook een klein zoldertje dat door de jongere Kwaks vaak werd gebruikt als een soort hut.

Boven de winkel waren de woonvertrekken. Aan de voorkant de beste kamer. Deze werd alleen gebruikt als het zondag was. Daarachter was de ouderslaapkamer met aangrenzend balkon. Helemaal aan de achterkant lag de geheel nieuw opgetrokken ruime woonkeuken. In de keuken werd het meest geleefd en altijd gegeten.

 

Op de tweede verdieping lagen de slaapkamers van de kinderen. De achterkamer was van Dorien. Gerhard had een aparte kamer en de andere jongens sliepen verdeeld over de beide overige kamers. Die kamers waren prachtig omdat ze uitkeken op de dakgoot die tussen het huis van Commandeur en de nieuwe slagerij lag. De huizen waren tegen elkaar aangebouwd, dus je kon mooi in de tussenliggende goot klimmen en naar de nesten van de gierzwaluwen kijken.

 

Achter het huis lag een grote en diepe tuin die eindigde bij de ULO-school. Ter gelegenheid van de verbouwing plaatste Gerrit midden in deze tuin een walnotenboom. Het was zijn lievelingsboom en daar had hij nu eindelijk de ruimte voor.

 

Voor de kinderen was de tuin een eldorado. Hier hadden ze de ruimte. Ook Gerrit had volop ruimte om een volledig nieuw duivenhok te bouwen, de enige luxe die hij zich permitteerde want zijn hobby was in de loop van de jaren behoorlijk uitgebreid. Hier stond, halverwege de tuin een kippenhok, maar dat was geen succes. Het hok werd dus omgebouwd tot volière. Daar zaten de meest mooie wilde vogels in. 

 

Al met al een heerlijke omgeving en een huis waar het hele gezin zich thuisvoelde. Helaas heeft dan niet echt lang geduurd. 

Gerrit wordt ziek

Gerrit werd in 1962 ernstig ziek. Hij leed, volgens zeggen, in korte tijd twee maal aan dubbele pleuritis, een ontsteking van de longvliezen met ernstige vochtophoping die de ademhaling sterk bemoeilijkt. De oorzaak moet vermoedelijk gezocht worden in een duidelijk verminderde weerstand vanwege de zakelijke beslommeringen na de verplaatsing en bouw van zijn nieuwe slagerij. Slager Kwak was nog van de oude stempel en dus van mening dat een hypotheek en andere zakelijke schulden zo snel mogelijk afgelost moesten worden. Dag en nacht werken was het resultaat met een desastreus gevolg.

Gerrit was uiteindelijk niet meer in staat om zijn beroep uit te oefenen. Over deze periode zijn wel enkele gegevens bekend. Ze komen uit een verlies- en winstrekening van 1960 en een inschrijvingsformulier voor de vestigingswet bedrijven. Ze geven aan dat er keihard gewerkt moest worden om goed te kunnen functioneren. Ook was er geen dienstmeisje meer en alleen een werkster, die door de kinderen tante Corrie Gijsbers werd genoemd. Zij hielp bij het meeste zware werk. Gelukkig waren er ook verschillende collega slagers die meehielpen. Met name Thijs Goedvree, een slager van het slachthuis, stond dag en nacht voor het gezin klaar. Gerda en Thijs omarmden de Duitse klanten die door de toen gebruikelijke 'Butterfahrten',  volop in de winkel kwamen tot ongenoegen van Gerrit. Door zijn moeilijkheden in de Tweede Wereldoorlog kon hij die niet zien of luchten. Toch zag hij wel in dat ze, zij het tijdelijk, de redding van slagerij Kwak betekenden. Vooral omdat Gerda en Gerhard nauwelijks aan de hoge eisen van de Hollandse klanten konden voldoen en de daardoor stagnerende omzet enigszins werd gecompenseerd.

 

Na de eerste ziekenhuisopname in het voorjaar van 1962 leek het tij in het voordeel van Gerrit te keren. Hij knapte redelijk op, althans daar leek het op. Hij ging voor een vakantie naar Egmond aan Zee naar zijn zuster Ida om te wat op krachten te komen. Gerda schreef hem een brief op Hemelvaart. Ze vertelde dat ze afgelopen dinsdag de metworst en de leverworst had gemaakt samen met Thijs Goedvree. Ze gaf aan dat het goed gelukt was en dat alles lekker smaa

Bidprentje Gerrit Kwak

Advertentie Winterswijkse Courant

Begrafenisrekening

Huidige waarde in Euro's:

Huur                    € 3710.00

Inboedel:            € 652.00

Boodschappen: € 50.00

Joost van de Vondelstraat 4, Winterswijk

Brief naar

Egmond aan Zee

Hemelvaart 

1962

Gerrit overlijdt

Niet lang daarna ging het helemaal mis en werd Gerrit voor de tweede keer in het St. Elisabeth ziekenhuis opgenomen. Daar overleed hij op 8 augustus 1962. Gerda had ’s morgens om 07.00 uur nog naar het ziekenhuis gebeld om te horen hoe haar man de nacht was doorgekomen. Daar was op dat moment niets aan de hand en ze kon verder met het wasgoed waar Huub haar meestal mee hielp, maar nog geen minuut later, werd ze gebeld, want het was helemaal mis en ze vertrok meteen naar het ziekenhuis samen met Gerrits's Karel Kwak. Volgens overlevering had Gerrit na een zware doodsstrijd de strijd opgegeven en was hij gestorven. In eerste instantie werd gedacht aan een tweede zware pleuritis. Gerda kon dat echter niet geloven en liet sectie verrichten. Toen bleek dat hij aan longkanker was overleden.

Het overlijden van Gerrit had voor het gezin verstrekkende gevolgen. In eerste instantie probeerde Gerda met zoon Gerhard de zaak draaiende te houden.Dat ging met hangen en wurgen. Enerzijds omdat Gerhard en de overige kinderen veel te jong waren om de zaak draaiende te houden en anderzijds omdat de broodnodigfe vakkennis ontbrak om het de klanten naar het zin te maken.

 

Gerda ging met behulp van zoon Gerhard en verschillende slager nog geruime tijd met de slagerij door. Voor de toekomst was het echter een doodlopende zaak. De mogelijkheden die ze hadden om de klanten tevreden te stellen waren te gering. 

Lunenburg

Het tij keerde toen de in de Achterhoek bekende kiloslager en prijsstunter Lunenburg een bod deed op de slagerij. Hij zag wel brood in de slagerij door de nog steeds groeiende verkoop aan de Duitsers. Karel Kwak, de broer van Gerrit, de voogd van de kinderen en boekhouder, zag kans de slagerij voor een bedrag van f 170.- per week (f 736,67 per maand) voor maar liefst 10 jaar te verhuren. De inboedel werd getaxeerd op f 9.360,- en zou in 72 maandelijkse termijnen van f 130,- worden voldaan. De verpakkingen en de aanwezige voorraden werden geschat op f 800,- en meteen verrekend. Daarnaast mocht Gerda per week voor f10,- aan gratis boodschappen bestellen. In het huurcontract werd verder afgesproken dat er gescheiden gasmeters zouden worden aangelegd waarvan de kosten door beide partijen werden gedragen. Lunenburg eiste wel een afsluiting van het woonhuis ten opzichte van de winkel. De binnendoorgang werd daarom afgesloten en er werd een stalen buitentrap aangebracht en het balkon werd voorzien van een glazen overkapping. Op die manier konden de bewoners via het balkon achter het huis de woning bereiken. De kosten daarvoor moesten door Gerda worden gedragen.

Per 15 oktober 1962 werd de slagerij verhuurd. Al met al beurde Gerda een voor die tijd zeer behoorlijke huur waar zij en de kinderen redelijk van konden leven naast het Weduwen- en wezenpensioen. Bij het afhandelen van het huurcontract bleek dat het restant van de hypotheekschuld nog maar f 12.000,-bedroeg. In de vijf jaar dat Gerrit in zijn nieuwe slagerij had gewoond en gewerkt had hij ruim f 13.000,- afgelost. Bijna f 3000,00 per jaar. Maar liefst 3% van zijn toenmalige omzet, bijna de helft van zijn toenmalige winst. Hij had zich letterlijk en figuurlijk doodgewerkt.

 

Na de afwikkeling van de vereiste contracten met de notaris en de rechtbank, de kinderen waren namelijk voor een deel erfgenaam, maakte Gerda plaats voor de nieuwe winkelchef Douma die boven de slagerij ging wonen. Zij en de kinderen verhuisden naar Joost van den Vondelstraat nummer 4.  Gerhard ging bij Lunenburg aan de slag evenals Thijs Goedvree. Bennie Elschot, een neef, werd door Gerhard als ‘vlees-aanbrader’ geïntroduceerd. Die had er een mooi baantje aan en verdiende op een zaterdag de lieve som van 10 gulden voor het aanbraden van het vlees zodat het door de Duitse klanten meegenomen kon worden naar Duitsland.

 

Bij Lunenburg telde maar één ding en dat was omzet maken. Hoe was minder belangrijk. De eerste jaren waren vooral de Duitsers het speerpunt. Die werden zoveel mogelijk vol vlees en worst gedouwd. Meestal niet op de meest nette manier. Zo werden complete rauwe hammen voor veel te veel geld verkocht door ze hard op de weegschaal te laten vallen waardoor een veel hoger gewicht werd aangegeven . Door de grote drukte lette niemand daarop en werd een veel te hoge prijs berekend. Ook bij het aanbraden van het verse vlees werd er geritseld. Eén van de slagers sneed rustig een plak van het vlees af als het eenmaal was afgerekend. Daar werd dan vervolgens weer verse worst van gemaakt. Pure winst. Ook sneed de slager wel eens een plak af van het vlees dat aangebraden moest worden zodat ze tussen de middag een broodje warm vlees konden eten. De eerste tijd waren de omzetten formidabel. Op drukke zaterdagen ging het geld niet eens meer in de kassa maar werd gewoon in een boterdoos onder de toonbank gesmeten.

 

Al die ontwikkelingen hadden in de ogen van Gerda Kwak een nadelige invloed op de kinderen en ook de naam van Gerrit Kwak werd nu in verband gebracht met een winkelsituatie waar ze niet mee overweg kon. Ze vond de uitstraling niet bij haar passen en ook het milieu van de nieuwe huurders stond ver van haar bed. Het resultaat was dat ze na ampel overleg met het gezin naar Hengelo (O) verhuisde. Dicht bij haar oudste broer Theo, hoofd van de plaatselijke katholieke Lagere school St. Aloysius. Die kon haar wel helpen om de kinderen op te voeden. 

Femielie

 

Webmaster Gerhard Kwak

 

Website van de Achterhoekse & Twentse families Kwak, Elschot, ten Thij en Goossen.

 

Neem contact op met:

 

Adres: Wielseweg 3-57, 3896 LA Zeewolde

Email: g.kwak@kpnmail.nl

 

© 2018 - 2020 Gerhard Kwak, Zeewolde.  All Rights Reserved